Monitor subsidies leefbaarheid: investeringen provincie hebben effect

| Door IVVD aj

provincie-groningenDe extra investeringen die de provincie Groningen doet om de leefbaarheid in dorpen en wijken te verbeteren, lijken te werken. Dat blijkt uit de monitor die CMO/STAMM in opdracht van de provincie heeft uitgevoerd naar het Uitvoeringsprogramma Leefbaarheid (2016-2020). Gedeputeerde Eelco Eikenaar is blij met deze bevindingen: “Dit is een teken dat we op de goede weg zijn.” Er is zoveel belangstelling voor de subsidies, dat de aanvragen de beschikbare budgetten overstijgen. In totaal is er 22 miljoen euro beschikbaar. Daarvan is nu 8.773.353,- euro geïnvesteerd. Er zijn in totaal 58 projecten opgenomen in de monitor, deze zijn te vinden op een digitale kaart.

Vertrouwen
Doordat de plannen samen met bewoners en andere instanties worden ontwikkeld, is de verwachting dat wat er opgeleverd wordt, beter aansluit bij de wensen van bewoners en dus bijdraagt aan de leefbaarheid. Dit geldt zowel voor de grootschalige projecten (investeringen in centra van dorpen en kernen) als de kleinere projecten. Een meetbaar effect is dat een financiële bijdrage van de provincie deuren opent naar andere geldverstrekkers, zoals fondsen. De toegevoegde waarde van de bewonersinitiatieven zit vooral in de ontmoeting en verbinding tussen bewoners. Van alle projecten kan gezegd worden dat deze bijdragen aan het hervinden van vertrouwen in de toekomst.

Gepensioneerden onmisbaar
Het beeld is dat er veel ideeën en energie bij de bewoners aanwezig is om hun idee te realiseren. Maar volgens verschillende initiatiefnemers zijn het vooral de gepensioneerden, degenen met tijd en vooral ook ervaring uit het werkverleden, die onmisbaar zijn voor het slagen van een bewonersinitiatief. Ook ondernemers leveren een belangrijke bijdrage door expertise, materialen en inzet te bieden.

Groninger Panel
De monitor bestaat uit een enquête onder het Groninger Panel (een groep inwoners van de provincie Groningen die hun mening geeft over actuele onderwerpen), telefonische interviews met de initiatiefnemers en onderzoek op locatie plus per project een korte film.