‘Beter onderwijs vraagt om betere gebouwen’

| Door IVVD

‘Het is belangrijk dat we niet eenzijdig naar de initiële investeringskosten kijken, maar veel meer naar de kosten over de gehele levensduur, de total cost of ownership, en de kosten van het gebruik.

Interview met Tanja van Nes. Zij is vanaf oktober 2018 beleidsadviseur school en omgeving bij de PO-Raad. Sinds september 2022 bekleedt ze dezelfde functie ook bij de VO-raad. In het verleden stond Van Nes enkele jaren zelf voor de klas als docent.

Er ligt een enorme opgave in onderwijsland. Meer dan de helft van de scholen is aan nieuwbouw of renovatie toe. De ambities zijn torenhoog, maar de budgetten ontoereikend. Er is inmiddels een structureel tekort van 1,2 miljard euro per jaar. ‘We moeten de opgave integraal aanvliegen, anders krijgen we dit nooit goed voor elkaar.’

Tanja van Nes, beleidsadviseur school en omgeving bij de PO-Raad en VO-Raad maakt zich best een beetje zorgen. Er zou een duidelijke versnelling in renovatie en nieuwbouw van scholen moeten zijn, maar we zien een vertraging. En dat terwijl de opgave al jaren enorm is. Veel scholen voldoen niet meer aan de maatschappelijke eisen en dat gaat ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. ‘Door het probleem vooruit te schuiven, wordt het niet kleiner’, stelt Van Nes. ‘We zullen echt aan de slag moeten, en snel ook. De sector ziet de urgentie, de VNG en het ministerie van OCW ook, maar de politiek nog onvoldoende.’

Waarom komt die versnelling zo moeizaam van de grond?
‘We worden vanuit het Rijk onvoldoende in staat gesteld dit goed op te pakken. Daarbij zie ik drie knelpunten: een te complexe verantwoordelijkheidsverdeling, onvoldoende borging van kennis en professionaliteit binnen de sector en een tekortschietende bekostiging. We hebben enkele jaren geleden becijferd wat het kost om alle schoolgebouwen in Nederland te laten voldoen aan de klimaatdoelstellingen en eisen rond Frisse Scholen en kwamen op een structureel tekort van 730 miljoen euro per jaar. Dat tekort is inmiddels zelfs al opgelopen tot 1,2 miljard euro. De budgetten zijn simpelweg niet toereikend.’

De budgetten voor onderwijshuisvesting moeten dus omhoog. Maar dat roepen jullie al jaren.
‘Dat klopt. Maar de budgetten schieten ook al jaren tekort. Het normbudget van VNG is bij lange na niet toereikend. Nog niet zo lang geleden hebben ze dat bedrag opgehoogd met 40%, maar dat is inmiddels ook alweer achterhaald. Van het normbedrag kun niemand een school bouwen die aan alle wettelijke eisen en beleidsdoelstellingen voldoet. Er zijn simpelweg te veel ambities en er is te weinig budget. Wij zeggen: kijk naar de realistische kosten en houd een bandbreedte aan in verband met stijgende kosten. Dat geld is goed besteed, want elke euro die het Rijk investeert in goede schoolgebouwen rendeert maatschappelijk. In scholen met een goed binnenklimaat wordt simpelweg beter gepresteerd. Dat is aangetoond met leerresultaten. En dan heb ik het nog niet eens over de voordelen op het gebied van het terugdringen van ziekteverzuim en inclusie.’

‘Elke euro die het Rijk investeert in goede schoolgebouwen rendeert maatschappelijk’

Wat moet er gebeuren om dit vlot te trekken?
‘Er wordt van ons als sector verwacht dat wij het tekort terugschroeven door de opgave anders te organiseren, door meer professionaliteit te ontwikkelen en door tot gestandaardiseerde uitvragen te komen. Om dit handen en voeten te geven hebben we samen met OCW en VNG een groeifondsaanvraag gedaan, waar we inmiddels een voorlopige toezegging op hebben gekregen. Met het geld uit dit groeifond willen we drie leerlabs optuigen, een leerlab productstandaardisatie, een leerlab processtandaardisatie en een leerlab inclusie in het schoolgebouw. Zo willen we, in een traject van 15 jaar, als sector leren hoe we beter, sneller en kostenefficiënter kunnen bouwen. Wij zijn als sector bereid om hier tijd, energie en geld in te steken, net als de markt. Met de aanvullende middelen vanuit het Rijk hopen we zo de innovatiekracht aan te jagen. Er zijn al mooie initiatieven op lokaal niveau die wij graag ondersteunen.’

Al bouwend leren dus, en die kennis vervolgens breed delen?
‘Ja, daar waar de energie is, willen wij extra geld onderleggen om die plannen en concepten verder te ontwikkelen. Vervolgens is het zaak dat we ook echt toetsen of datgene wat beloofd is ook is opgeleverd. We willen zien dat het werkt. Andere schoolbesturen en gemeenten kunnen deze concepten vervolgens overnemen. Die hoeven dan niet telkens hoge innovatiekosten te maken, maar nemen iets over waarvan bewezen is dat het werkt. Dan werk je aan de juiste kennisopbouw met elkaar. Om die verbeterslag te maken hebben we ook de markt hard nodig. Zo zijn er bijvoorbeeld mooie innovaties in de woningmarkt die ook toepasbaar zijn bij scholenbouw. Daar liggen wellicht mooie kansen.’

‘Als sector moeten we leren hoe we beter, sneller en kostenefficiënter kunnen bouwen’

Op termijn kunnen zo de kosten van scholenbouw omlaag?
‘Wellicht. Maar belangrijker is dat de kwaliteit omhoog gaat. Het is daarom zaak dat we de opgave integraal bekijken. Als we die euro’s uitgeven, kunnen we het beter meteen goed doen. Dat begint met het goed in beeld brengen van de doelstellingen die schoolbesturen en gemeenten hebben met hun portefeuille. Vervolgens kunnen ze een plan opstellen hoe ze die doelstellingen, zoals passend onderwijs, inclusief onderwijs, gezond onderwijs, meer bewegen, kleinere klassen, ook daadwerkelijk kunnen realiseren. Zo’n integraal huisvestingsplan geeft richting en duidelijkheid. Het dwingt gemeenten en schoolbesturen om over het jaar heen te kijken, de hele portefeuille scherp in beeld te hebben en hier elke vier jaar afspraken over op papier te zetten. Met een IHP kunnen ze bovendien ook de doelstellingen uit het klimaatakkoord monitoren. Het IHP geldt in die zin ook als portefeuilleroutekaart voor de verduurzaming van de schoolgebouwen.’

Er moet het nodige gebeuren en de ambities zijn hoog. Hoe is dat te realiseren?
‘Het is belangrijk dat we niet eenzijdig naar de initiële investeringskosten voor de bouw en renovatie van scholen kijken, maar veel meer naar de kosten over de gehele levensduur, de total cost of ownership, en de kosten van het gebruik. Dat vraagt een hogere investering aan de voorkant, maar betaalt zich op de lange termijn altijd uit. Helaas is dit met de huidige budgetten lastig te realiseren. Wat we nu nodig hebben is de politieke wil om scholenbouw een extra push te geven. Anders blijft het rommelen in de marge, vrees ik.’