De levenscyclus van een schoolgebouw

| Door IVVD

PO/VO

Terwijl de meeste vastgoedobjecten jaarlijks meer waard worden, vallen veel schoolgebouwen ten prooi aan de sloophamer. Meer aandacht voor het toekomstgericht onderhouden en beheren van schoolgebouwen is nodig. Door scholen energiezuinig of -neutraal te maken en tegelijk flexibel en eigentijds in te richten met een goed binnenklimaat. Want toekomstbestendige scholen vergen meer dan alleen een ander energiesysteem.

Niemand lijkt zich te bekommeren om de toekomstbestendigheid van schoolgebouwen. Het huis dat mijn ouders in 1970 kochten in de nieuwbouwwijk waar ik ben opgegroeid is in waarde is vertienvoudigd. Tegelijkertijd is ‘mijn lagere school’ gesloopt en vervangen door een nieuw gebouw. Sloop en vervangende nieuwbouw winnen het in de praktijk van waardebehoud.

Case-by-case
Er wordt veel gemopperd over moeizame processen rondom renovatie of vernieuwing van schoolgebouwen. Tegelijk zijn er toch veel voorbeelden van energieneutrale en frisse & flexibele schoolgebouwen. Het kan wel, maar is nog te veel afhankelijk van toeval. Case-by-case kunnen we wel tot mooie projecten komen binnen de op ad hoc basis beschikbare budgetten (subsidies, ruimte op gemeentelijke begrotingen, mogelijkheden binnen reserves van onderwijsbesturen), maar vaak is er sprake van lange doorlooptijd en vele gesprekken. Goed doortimmerde langetermijnplannen met bijpassende budgetten zien we nog niet veel. De case-by-case aanpak leidt tot incidentele successen en tegelijk wantrouwen en ergernis. Waarom school A wel mooie nieuwbouw en school B niet?

Structurele aandacht voor renovaties
De afgelopen jaren zijn betrokkenen bij onderwijshuisvesting intensief met elkaar in overleg getreden. Onder leiding van burgemeester Gertjan Nijpels van Opmeer (namens VNG) heeft dat geleid tot een gezamenlijk voorstel van gemeenten en onderwijsorganisaties om te komen tot een wetsaanpassing die meer systematisch ruimte moeten bieden voor bijdragen vanuit schoolbesturen aan renovaties (en eventueel nieuwbouw). Ook zijn recentelijk de normbedragen die beschikbaar worden gesteld voor onderwijsprojecten vanuit gemeenten aanzienlijk bijgesteld (en verruimd). Dat is nodig ook, want de bouwkosten in Nederland zijn zeer fors gestegen net als de ambities rondom schoolgebouwen als het gaat om energiebesparing en de opwek van hernieuwbare energie. Tegelijk vragen de leerkrachten al jarenlang om frisse scholen (luchtkwaliteit in de klaslokalen) en aandacht voor de onderwijskundige kwaliteit en flexibiliteit van de gebouwen. De investeringen in energiemaatregelen zijn vaak nog wel over een langere periode terug te verdienen door besparingen op de energierekening. Investeringen in frisse en flexibele scholen vergen onvermijdelijk extra bekostiging.

Wenkend perspectief
Er is een set met maatregelen nodig om boven een case-by-case aanpak uit te stijgen en naar een toekomstbestendige voorraad schoolgebouwen toe te groeien. Alles begint met een eenduidig zicht op de gehele gebouwenvoorraad. Op basis van uniforme indicatoren. Bij voorkeur in één keer voor de gehele scholenvoorraad in een gemeente, of beter nog een gehele regio. Op basis daarvan kan een prioritering en fasering worden bepaald en kan een plan worden opgesteld waarin de ambities worden gekoppeld aan een meerjarenplan met bekostiging.

Samenwerken
Juist op gebied van onderwijsgebouwen ligt samenwerking voor de hand en tegelijk ligt het gevoelig. Een school die vervangende nieuwbouw krijgt ziet vaak de leerlingenaantallen aantrekken. Dat gaat ten koste van de onderwijsinstellingen die nog moeten wachten op investeringen in hun gebouw. Samenwerking is noodzakelijk om te komen tot een gemeenschappelijke prioritering en planning van beschikbare middelen voor onderwijshuisvesting. Daarnaast biedt het de basis om te komen tot het bundelen van expertise, gebouwbeheer en kennis rondom bouwmanagement. Case-by-case is nog te vaak ‘een ieder voor zich’-strijd tussen schoolbesturen en gemeenten.
Door samenwerking kan per gemeente (of groep van gemeenten) een duurzaam integraal huisvestingsplan vastgesteld worden voor de lange termijn. Voorzien van een investeringsplan voor de komende vijf jaar en een overzicht van bekostigingsmogelijkheden (op basis van bijdrage gemeente[n] en schoolbesturen). Het is ook belangrijk om te komen tot een bundeling van uitvoeringscapaciteit in een organisatie die namens alle scholen in een gebied zorgdraagt voor de uitvoering van het investeringsplan, voor alle onderhoudswerkzaamheden en voor de periodieke actualisatie van het duurzame integrale huisvestingsplan. Als dan ook de rijksoverheid bijdraagt aan een dergelijke samenwerking in de vorm van extra bekostiging komen we zeker tot een toekomstbestendige voorraad onderwijsgebouwen.

Stappen in de juiste richting
In diverse plaatsen hebben gemeente en schoolbesturen al stappen gezet richting ambitieuze Duurzame Integrale Huisvestings Plannen (IHP’s), gemeenschappelijke prioritering en gezamenlijke uitvoeringscapaciteit. Onder meer in Breda (Building Breda en BreedSaam), Nijmegen en recentelijk ook Woerden is al veel ervaring opgedaan met doordecentralisatie van ook de gemeentelijke onderwijsgelden richting de schoolbesturen. Soms in combinatie met een gemeenschappelijke uitvoeringscapaciteit vanuit de schoolbesturen (zoals de coöperatie van schoolorganisaties in Breda) of in de vorm van een schoolbestuur waarin alle scholen in een gemeente zijn vertegenwoordigd (Leusden).

Caspar Boendermaker is specialist business development en duurzaamheid bij BNG Bank.

Financiering van toekomstbestendige scholen

De nadruk ligt nog vaak op case-by-case kredietverlening door een gemeente, al dan niet aangevuld met bijdragen vanuit schoolbesturen en derden (subsidies). Steeds vaker wordt gekeken naar een ontzorgingscontract waarbij een externe partij voor bouw, realisatie en exploitatie zorgt op basis van financiering onder garantie van gemeente en/of een huursom vanuit de gemeente.
Mogelijk is er de komende jaren steeds vaker sprake van langjarige duurzame Integrale Huisvestings Plannen, waarbij een samenwerkingsverband van onderwijsinstellingen en/of organisatorisch sterke scholenorganisaties verantwoordelijkheid neemt voor realisatie en exploitatie van een scholenprogramma en onder garantie van de gemeente financiering kan aantrekken (al dan niet aangevuld met bijdragen vanuit de verschillende schoolbesturen).

Conclusie
Om het waardebehoud van schoolgebouwen een grote impuls te geven, zullen we de ervaringen met doordecentralisatie moeten benutten voor het opstellen van gemeenschappelijke langetermijnplannen om te komen tot:

  1. Een duurzaam integraal huisvestingsplan voor de lange termijn op basis van gemeenschappelijke prioritering voor energie en andere duurzaamheidsaspecten (frisse scholen, flexibele indeling etc.).
  2. Een bundeling van uitvoeringscapaciteit vanuit de schoolbesturen.
  3. Extra bekostiging vanuit de rijksoverheid.