De tijd van klassiek onderwijs ligt achter ons

| Door Odette Koldewey

Inclusieve Wijken en Buurten

Arie Groot is sinds 1996 bestuursvoorzitter van Blosse. Vanaf 1978 werkte hij in verschillende functies in het onderwijs. Naast zijn rol als bestuursvoorzitter bij Blosse was hij enkele jaren voorzitter van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Primair Onderwijs Noord-Kennemerland en voorzitter van de Auditcommissie van de PO-Raad. Foto Maarten Corbijn

Verbinden en samen het beste halen uit kinderen, dat is de missie van Kinderopvang- en onderwijsorganisatie Blosse. De organisatie telt 27 Integrale Kindcentra in Noord-Holland, waarin zij kinderen een rijk leef-, speel- en leerklimaat biedt. ‘Wij kijken bij Blosse sterk vanuit de behoeften van de kinderen en niet vanuit systemen. Zo bieden we een omgeving waarin kinderen én medewerkers hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen.’

‘We gaan richting een participatiemaatschappij waarin mensen de regie nemen over hun eigen ontwikkeling’

Adrie Groot is sinds 1978 werkzaam in het onderwijs en sinds 1996 bestuursvoorzitter bij Blosse. In die tijd heeft hij een eigen visie ontwikkeld op onderwijs, en meer specifiek op de ontwikkeling van mensen in het algemeen. Want je bent volgens Groot nooit te oud om te leren. ‘We gaan meer en meer richting een participatiemaatschappij waarin mensen de regie nemen over hun eigen ontwikkeling. Zo krijgen we actieve burgers die zich meer betrokken voelen bij elkaar en bij hun buurt. Er ontstaan daardoor steeds meer initiatieven in wijken om dat gemeenschapsgevoel vorm en inhoud te geven. De school en opvang zoals we die nu kennen zullen op termijn verdwijnen, maar leren, ontwikkelen en instructie blijven altijd. Dit zal alleen niet meer in onderwijsgebouwen plaatsvinden, maar in een soort gemeenschapshuizen voor alle mensen uit de wijk.’

Zo ver zijn we nu nog niet, we zullen het dus nog even moeten doen met de huidige scholen en het huidige onderwijssysteem. Hoe kijkt u daar tegenaan?
‘In Nederland is het systeem leidend, ook in het onderwijs. Dat systeem is gebaseerd op leeftijden en normeringen en we hebben overal schotten geplaatst tussen organisaties, niveaus en leeftijdsgroepen. Als een kind in dit systeem achterloopt op de algemene norm, dan staat er al snel een adviseur of een therapeut klaar om dat kind specifiek te begeleiden. Kinderen worden zodoende van jongs af aan gestigmatiseerd en in hokjes geplaatst. Dat is volgens mij niet de juiste manier. De ontwikkeling van een kind loopt niet altijd in een rechte lijn, dat valt niet in een systeem te vangen. De groeicurve is bij elk kind anders, maar daar houdt ons lineaire systeem geen rekening mee.’

Bij Blosse werken jullie anders?
‘Ja, wij kijken veel meer vanuit de behoeften van de kinderen en brengen ze in een inspirerende omgeving waarin ze hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen. Wij ondersteunen en begeleiden ze daarbij. Dat proberen we steeds meer vorm te geven zónder de bestaande schotten tussen opvang en onderwijs en zonder de schotten tussen de leerjaren. Bijna al onze basisscholen hebben dan ook kinderopvang in het gebouw. Bij ons ligt de regie voor kinderopvang en onderwijs bij één organisatie en we werken als één team met één gezamenlijk belang: de ontwikkeling van de kinderen maximaal faciliteren.’

Hoe gaat dat in de praktijk in zijn werk?
‘Kinderen leren bij ons vanuit het systeem van meervoudige intelligentie. Sommige kinderen scoren op IQ wat minder, maar zijn wel heel sterk op EQ. In zo’n geval kunnen ze zich bij ons op dat laatste vlak meer ontwikkelen. Je mag bij Blosse echt zijn wie je bent en wie je wilt worden. Dat betekent dat we veel aandacht hebben voor de karakters en talenten van de kinderen en ze daarbij leren hoe ze het maximale uit zichzelf kunnen halen. Daar bieden we ze een heel uitdagende omgeving voor waarin ze gestimuleerd worden om zich verder te ontwikkelen.’

Wat betekent dat voor jullie schoolgebouwen?
‘Als je op onze manier naar kinderen en de ontwikkeling van kinderen kijkt, moet je ook op een andere manier naar de fysieke gebouwen kijken. Ik ben er daarbij van overtuigd dat je leert in de wereld en niet enkel op school vanuit boeken. Het leren ligt op straat, alleen moet je het onderwijs dan wel anders organiseren. Dan kom ik weer op die gemeenschapshuizen waarin mensen van alle leeftijden samen werken aan hun ontwikkeling. In zo’n gemeenschapshuis kan les gegeven worden aan kinderen, maar er kan bijvoorbeeld ook een repair café in gevestigd worden. Kinderen die zich interesseren voor techniek kunnen hier wekelijks enkele uren bij aansluiten. Zo stimuleer je kinderen om hun talenten te ontwikkelen en blijven ze sneller intrinsiek gemotiveerd.’

Dat klinkt heel mooi, maar hoe is zoiets landelijk te organiseren?
‘Dat moeten we helemaal niet landelijk willen organiseren. We moeten gewoon beginnen en het gewoon gaan doen. Nieuwe ideeën in het onderwijs kunnen prima werken, maar de politiek raakt pas overtuigd als we vanuit de praktijk laten zien dat het kan. Wij starten bij Blosse op 1 augustus met een nieuwe school in Heerhugowaard waar we gebruikmaken van een model gebaseerd op het bioritme van kinderen. Aan de hand van dit model bepalen we de leermomenten en in de periodes daartussen kunnen kinderen lekker spelen, sporten of hun talenten verder ontwikkelen. Ook het thuisonderwijs moet hierin meer ruimte krijgen, want de coronacrisis heeft laten zien dat sommige kinderen hier goed in gedijen. Het voordeel is dat er daardoor meer ruimte komt voor instructie aan kinderen die dat juist extra nodig hebben. De tijd van klassiek onderwijs in schoolgebouwen van twee verdiepingen met twee keer zes klaslokalen ligt echt achter ons.’

Zijn er dan helemaal geen struikelblokken voor nieuwe vormen van onderwijs?
‘Jawel, als je kijkt naar de financiering van onderwijsgebouwen, dan zie ik nog wel een struikelblok. Het liefst zou ik de volledige regie hebben op het inhoudelijk gebruik van onze gebouwen, maar dat is nu nog niet het geval. Als we nu een ruimte willen huren of verhuren, dan moeten we naar de gemeente en moeten we vervolgens een heel traject door. Daar willen we heel graag vanaf. We willen dan ook naar doordecentralisatie waarbij we zelf veel meer de regie kunnen voeren over ons vastgoed. Dan zijn we echt helemaal vrij om het onderwijs in te richten naar onze eigen inzichten.’