Het gaat om grip op de grondstoffen

| Door IVVD

Alba Concepts wil priority player zijn in de bouw- en vastgoedwereld als het gaat om advisering op het thema circulariteit. Aan ambitie geen gebrek bij het management en adviesbureau dat vijf jaar geleden van start ging. Oprichter/directeur Jim Teunizen ziet de transitie naar een circulaire bouweconomie dan ook rooskleurig tegemoet, al zijn er nog de nodige drempels te nemen.

Jim Teunizen is oprichter/directeur van Alba Concepts. Hij is opgeleid als ingenieur aan de TU Eindhoven en heeft vervolgens de postdoctorale opleiding ADMS afgerond. Tevens heeft hij rechten gestudeerd aan de Universiteit van Tilburg. Dit komt in zijn projecten goed van pas. Juist de mix van techniek, financiën, juridische aspecten en duurzaamheid levert de oplossing om tot financieel haalbare, circulaire projecten te komen.

Wat voor bedrijf is Alba Concepts?
‘We adviseren daar waar duurzaamheid, met de nadruk op circulariteit, vastgoed- en gebiedsontwikkeling en financiën bij elkaar komen. Voor ons zijn dit drukke tijden want we zien een sterk groeiende vraag naar circulaire toepassingen in de bouw, terwijl er bij de opdrachtgevers vaak nog een gebrek aan kennis en ervaring is. Voor veel partijen is dit een nieuw thema. Het is voor hen de vraag hoe te komen tot goede circulariteitsambities. En hoe die ambities vervolgens zijn door te vertalen naar doelen en prestatie-indicatoren. Smart opgeschreven natuurlijk, zodat alles ook meetbaar en verifieerbaar is.’

Een nieuw thema dus?
‘Voor opdrachtgevers zeker. In de markt zie je al wel steeds meer initiatieven. Het is nu zaak om met z’n allen de transitie naar een circulaire bouweconomie te versnellen. Alba Concepts bestaat nu vijf jaar en in die tijd hebben we veel gepionierd. Zo hebben we gaandeweg hulpmiddelen en tools ontwikkeld, zoals de Building Circularity Index (BCI): een meetmethode om de mate van circulariteit van een gebouw te bepalen. Hierbij registreren we alle producten die in een gebouw zitten en kijken we naar de herkomst, toekomst en hoe de materialen zijn bevestigd. De zogenaamde losmaakbaarheid. Met de BCI hebben we al meer dan 150 projecten doorgerekend. Zo kun je door het concreet te doen en met kleine initiatieven te starten, veel meer schaal krijgen en zo ontstaat die transitie.’
text

Jim Teunizen: ‘Op dit moment valt primair winst
te halen bij de opdrachtgevers.
Daar ligt de sleutel tot succes’

text

En die transitie is belangrijk?
‘Zeer zeker. Het gaat de komende decennia echt om de materialen en grondstoffen. Op het moment dat we daar geen grip meer op hebben, houdt al het andere ook op. Dat merk je nu al tijdens de coronacrisis: van sommige producten hebben we enorme overschotten en van andere juist enorme tekorten. Projecten komen daardoor stil te liggen of lopen vertraging op. Ik pleit er dan ook voor om lokaal onze economie veel beter op orde te brengen. We moeten meer produceren in eigen land en veel meer inzetten op hergebruik en recycling. Dan ben je veel minder afhankelijk van leveranciers uit het buitenland. Helaas wordt de urgentie nog niet door alle partijen gezien.’

Toch zijn er partijen die wel het licht zien.
‘Ja, gelukkig wel. En daarbij moeten we proberen zo veel mogelijk kennis te delen en samen te werken. Zo ontwikkelen we bij Alba Concepts samen met andere partijen enkele nieuwe initiatieven. We zijn bijvoorbeeld de samenwerking aangegaan met Excess Materials Exchange (EME) en Copper8. EME is een datingsite voor het hergebruik van bouwproducten en -materialen. Het is geen reguliere Marktplaats, maar een online platform ontwikkeld op basis van blockchain en artificial intelligence. Daarmee kunnen we steeds slimmer verbindingen leggen tussen de vraag en het aanbod van bouwproducten en -materialen die uit de gebouwde omgeving komen. En die ontwikkeling zal alleen maar verder gaan de komende jaren. Zo gaan we producten registreren en volgen met tracking and tracing. Die materialen kun je vervolgens weer waarderen op financiële restwaarde, ecologische waarde en sociale waarde. Al met al krijg je precies in beeld hoe maatschappelijk verantwoord je producten zijn.’

Ziet u ook bedreigingen voor de transitie naar de circulaire economie?
‘Het circulaire verhaal past nog niet altijd in de huidige financiële systemen. Banken bijvoorbeeld bieden aan circulaire projecten te financieren, maar doen dat veelal nog op basis van een aangepaste lineaire financiering. Er is nog geen mogelijkheid om financiële restwaarde mee te wegen in de financieringscondities. En daar moeten we naartoe, want het risicoprofiel is bij circulaire projecten aantoonbaar lager. De koplopers binnen de bankenwereld willen wel, maar ze zijn nóg niet zover.’

Die drempel moet dus nog genomen worden. Ziet u nog andere drempels?
‘Op dit moment valt primair winst te halen bij de opdrachtgevers. Daar ligt de sleutel tot succes. We zien nu nog dat er veel vragen in de markt worden gezet, waarbij circulariteit niet tot nauwelijks een rol speelt. Onbekend maakt onbemind. Daar valt duidelijk nog een wereld te winnen. Gemeenten, overheden en woningcorporaties moeten de juiste vragen stellen om tot echt duurzame en circulaire projecten te komen. Dat heeft tijd nodig, maar dat wordt gelukkig steeds meer bijgestuurd door wetten, regels en verplichtingen. Opdrachtgevers hebben daardoor drivers genoeg om ermee aan de slag te gaan. De markt heeft geen extra drivers nodig. Al die marktpartijen denken na over hoe ze het beste kunnen scoren op circulariteitsindicatoren. En in de commerciële markt zie je dat pensioenfondsen toekomstbestendig, duurzaam vastgoed willen hebben. Ook daar worden thema’s als duurzaamheid en circulariteit steeds belangrijker. Zo komt die transitie vanzelf snel dichterbij.’