Met data-analyse de wereld een stukje mooier maken

| Door IVVD

Het onderbuikgevoel heeft zijn langste tijd gehad, denkt Roderik Ponds. Belangrijke beslissingen zullen meer en meer evidence-based genomen worden na grondige data-analyses. Aan data is geen gebrek, aan goede verhalen uit die data nu nog wel. De enorme ontwikkeling in data science zal hier echter snel verandering in brengen.

Roderik Ponds
is senior projectleider bij Atlas voor gemeenten. Hij heeft ervaring met het leiden en uitvoeren van omvangrijke onderzoeksprojecten op het gebied van economie, woningmarkt en vastgoed, en arbeidsmarkt en demografie. Ponds is tevens docent bij de Master of Real Estate (MRE)-opleiding van TIAS op het gebied van ruimtelijke en stedelijke economie.

Je hebt een rotsvast vertrouwen in de kracht van data. Waar komt die overtuiging vandaan?
‘Ik heb Sociale Geografie en Economie gestudeerd en ben gepromoveerd op de rol van universiteiten voor de regionale economie. Daarvoor heb ik gewerkt met grootschalige databases en zo is mijn interesse in data-analyse aangewakkerd. Ik vind het mooi om te zien wat je allemaal met statistische modellen kunt. Er worden steeds meer data verzameld, maar de kunst is om het verhaal uit die data te halen. Dat geeft inzicht en sturingsinformatie en daarin zit volgens mij de meerwaarde.’

Hoe haal je het verhaal uit die enorme berg data?
‘Om het verhaal goed uit de data te halen heb je verstand van data nodig én kennis van het onderwerp waar het over gaat. Bij onderzoek naar een regionale economie heb je dus gedegen kennis van de regio en economie nodig, anders kun je niet zoveel met die berg data. Die wordt betekenisloos. Bij data-analyse gaat het dus om een mix van aspecten: weten wat er speelt, weten wat je kunt beïnvloeden en de juiste datavaardigheden.’

Data-analyse kan zodoende helpen bij besluitvormingsprocessen?
‘Dat weet ik wel zeker. Met de goede inzet van data science wordt de wereld een beetje beter. De echt grote beslissingen worden nu nog steeds met de onderbuik genomen. Ik denk dat die besluiten zoveel beter en effectiever zouden zijn als die ondersteund en gevoed worden door data-analyse. Door objectieve besluitvorming kun je processen beter sturen en zodoende meer halen uit elke uitgegeven euro. Maar dan heb je wel een goede aansluiting nodig tussen de vraag en wat je met de data kunt, en daar schort het nu nog vaak aan. Hier komt de data-analyticus om de hoek kijken, die moet zorgen dat de data en de gebiedskennis bij elkaar komen. Zo wordt het mogelijk het verhaal uit de data te halen én het verhaal vervolgens ook goed voor het voetlicht te brengen. Ik vind het een mooie rol om dat proces aan te sturen.’

Door goede data-analyses worden dus andere beslissingen genomen?
‘In sommige gevallen wel. In veel steden en regio’s dachten politici vroeger dat bedrijven mensen lokten. Er werden enorme bedrijventerreinen aangelegd en er werd veel gedaan om grote bedrijven binnen te halen. Naar de softe factoren, zoals cultuur en groen, werd amper gekeken. Nu blijkt, mede uit data-analyses, dat het eerder andersom werkt en dat bedrijven trekken naar plekken waar mensen graag wonen. Investeren in cultuur is daarmee misschien wel het beste economische beleid. Dat is een nieuw inzicht dat echt is voortgekomen uit data-analyse.’

Zit dat inzicht al bij iedereen tussen de oren?
‘Nee, er is ten opzichte van data-analyse zeker nog sprake van weerstand binnen organisaties en sectoren. Begrijpelijk, want in sommige gevallen worden businessmodellen rechtstreeks aangevallen door data-toepassingen. Op korte termijn is data-analyse misschien een risico voor bepaalde mensen binnen organisaties, maar op lange termijn is het niet tegen te houden en kun je er juist heel veel aan hebben. En als je het niet omarmt, dan mis je de boot. Wel zie je een discussie ontstaan: willen we dit wel? Dat zal tot een maatschappelijk debat leiden, maar eigenlijk is het onderwerp al een gepasseerd station. Het paradoxale is hierbij dat mensen hun gegevens wel aan Google en Facebook geven, maar zich vervolgens druk maken over de data die de overheid verzamelt. Om die angst en dat wantrouwen tegen datatoepassingen het hoofd te bieden, zullen we een goede infrastructuur en instituties moeten realiseren om onder andere privacy te borgen en misbruik te voorkomen. In die fase zijn we nu aanbeland.’

En als dit allemaal geregeld is, maakt data science de wereld vervolgens dan een stukje mooier?
‘Daar ben ik van overtuigd. Bij Atlas doen we bijvoorbeeld veel onderzoek op het gebied van leefbaarheid en samen met een ander bureau ontwikkelen we de leefbarometer. Daarmee kun je leefbaarheid op een laag schaalniveau voorspellen. Het is belangrijk om de feiten en cijfers hierbij goed in beeld te hebben, want als het om het versterken van een regio gaat, dan kun je wel honderden dingen doen. Maar wat is nu het beste plan? Met gedegen data-analyse kun je dit voor een groot deel achterhalen. Het onderbuikgevoel heeft hiermee zijn beste tijd gehad.’