Ondernemerschap en innovatie

| Door IVVD

Bij Stip Hilversum staan een ondernemende houding en ruimte voor innovatie centraal met een duidelijke oriëntering op de vraag van ouders. Nieuwe schoolconcepten krijgen een kans. Jammer dat er aan de kant van het vastgoed nog veel onlogische regelingen zijn. Er zou zo veel meer kunnen.

Geert Looyschelder komt uit een ondernemend gezin. Hij is van huis uit neerlandicus en vanaf het begin al actief in het onderwijs. Naast het voortgezet en hoger beroepsonderwijs, is hij nu werkzaam in het primaire onderwijs als bestuurder van Stip Hilversum, een stichting
met 14 scholen en 19 locaties.

Geert Looyschelder is werkzaam als bestuurder van Stip Hilversum, een organisatie voor pri­maire onderwijs. Hij is sterk voorstander van een ondernemende houding. Het interview gaat al snel over het beste uit mensen halen, stimuleren van eigen verantwoordelijkheid en het nemen van initiatief. ‘Streef je dromen na, kijk niet te veel naar de beperkingen, maar kijk naar kansen.’ Hij spreekt over durf, dromen en doen. Kansen zien, creëren en benutten. ‘Er kan heel veel. Kom als leerkracht en directeur met plannen. Daarna ga ik als bestuurder er financiering bij zoeken.

Risico’s
‘Onderwijsvernieuwing wordt ook geholpen met ondernemerschap. Risico’s nemen, betekent dat er iets fout kan gaan en dat je daar van leert. Als ik iets nieuws start, dan heb ik daar budget voor. Als het niet goed loopt, dan zijn we zoveel kwijt. Kan dat binnen onze organisatie? Ja, dat kan. Als het wel goed gaat, gaat het zoveel op le­veren voor kinderen en ouders. Daarvoor maak je de businesscase met daarin wat het oplevert, maar waarin ook de risico’s benoemd worden.
Als je geen risico’s durft te nemen, zie je ook dat er geen innovaties ontstaan. Innovaties ontstaan omdat er ook dingen mogen mis­lukken. Binnen onze stichting hebben wij een innovatiebudget. Zo’n budget beschikbaar stel­len, maakt al heel veel los binnen de organisatie.’

Dekkend en divers aanbod
‘Het onderwijsveld verandert. De vraag van ouders wordt anders. Ik vind dat je vraaggericht moet werken en niet aanbodgericht. Je moet goed kijken waar de vraag ligt. Wij zijn vorig jaar een nieuwe school gestart op initiatief van ouders, een Vrijeschool. Ouders kwamen bij mij met het initiatief. Daar haak ik dan snel op in, ook omdat het binnen onze filosofie past diverse onderwijstypes aan te bieden. Natuurlijk nemen we dan een risico, maar wel verantwoord.
Wij proberen in deze gemeente met onze stich­ting een dekkend en divers schoolaanbod te realiseren, zodat iedere ouder een school kan kiezen die bij hun levensstijl past. In dat kader zijn wij bijvoorbeeld ook begonnen met de Sterrenschool Hilversum, omdat er vraag is naar een school met een ander concept. Binnen ons aanbod aan scholen hebben wij ook één van de oudste internationale scho­len in Nederland. Dat is goed voor Hilver­sum. Mensen uit het buitenland kiezen eerst voor de school en dan voor de woonplaats.’

Nog veel te winnen bij het vastgoed
‘Voor het onderwijsvastgoed hebben wij veel te maken met voor ons onlogische regelingen. Zo zijn een aantal scholen van ons gevestigd in een monumentaal Dudok-pand.’ Prachtige gebouwen, mooie stijl. Dudok bedacht ook dat de school de rol van de kerk moet overne­men en het middelpunt van de wijk moet zijn. Hij heeft allemaal zichtlijnen naar die scholen gemaakt. Daarom hebben veel van de scholen ook een toren. Heel mooi allemaal, maar er zit niks in die toren en wij moeten het wel onder­houden. Zo’n monumentaal gebouw van Dudok vergt een onderhoud dat een veelvoud is van de vergoeding die wij daarvoor ontvangen. Ook de energierekening valt hoger uit dan gemid­deld, omdat wij niet kunnen isoleren. De hogere onderhouds- en energiekosten gaan ten koste van het geld voor het onderwijs. Deze situa­tie is natuurlijk vaak onderwerp van gesprek, omdat de bekostigingssystematiek onze hoge kosten niet dekt, terwijl wij er zelf niets aan kunnen veranderen. Een systeem werkt pas, als ook de uitzonderingen goed werken.

Circulair bouwen
‘Een ander voorbeeld waar wij tegenaan lopen is circulair bouwen. Een circulair gebouwde school heeft een restwaarde, namelijk de materialen die in dat schoolgebouw zitten. Eigenlijk valt de afschrijving dan lager uit. Ben je dus minder geld kwijt. Dan moet de gemeente daar wel in meegaan. Sommige gemeenten doen dat al wel, bijvoorbeeld bij de bouw van hun gemeente­huis. De gemeente Hilversum durft het bij scho­len nog niet aan. Ook niet voor bijvoorbeeld de helft van de restwaarde. Dat is jammer, want met wat meer lef zouden wij meer kunnen doen.’

Onderwijshuisvesting
‘Weer een andere geval is dat wij voor onze internationale school met nu 500 leerlingen van drie gebouwen naar één nieuw gebouw gaan. Er blijven dus drie gebouwen over. Eentje huren wij, dus dat heeft verder geen waarde. De andere twee zijn echter eigendom van de gemeente. Als deze panden verkocht worden, dan gaat het geld bij de gemeente in de alge­mene pot. Het komt dan niet ten goede aan onderwijshuisvesting. Anders geregeld zou er zoveel meer gedaan kunnen worden voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Hilversum.
Het laatste voorbeeld is een school uit de jaren ‘80, waarvoor wij de komende dertig jaar meer aan onderhoud gaan uitgeven dan nieuw­bouw ons nu zou kosten. Helaas gaan wij niet over de beslissing om een nieuwe school neer te zetten. Die beslissing ligt bij de gemeente. Zij maken een andere afweging omdat zij niet de last van het onderhoud hebben.’

Door-decentralisatie
‘Op de Onderwijsvastgoed Dag dit jaar werd het Masterplan Zutphen voor onderwijshuisves­ting besproken. Zo’n masterplan is een mooie stap richting door-decentralisatie. Wij zijn er wel klaar voor om met andere scholenorganisa­ties en de gemeente zo’n masterplan ook voor Hilversum op te zetten. Beter nog zou door­decentralisatie zijn. Dan gaan wij als onderwijs in Hilversum de onderwijshuisvesting zelf doen. Als we dan meer aan onderhoud uitgeven dan nieuwbouw zou kosten, is het een no-brainer.’