Verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed

| Door IVVD

Het Klimaatakkoord staat voor de deur. Dat is een grote opgave voor iedereen in Nederland betreffende energiebesparing en de omschakeling naar een energiemix waar fossiele brandstoffen geen plaats meer hebben. Het Klimaatakkoord is de opvolger van het Energieakkoord uit 2013 en start met een restopgave die voor 2021 gerealiseerd moet worden.

Annemie Loozen is programma-adviseur Energie bij de VNG en neemt deel aan besprekingen rondom het Klimaatakkoord voor het maatschappelijk vastgoed.

Wat is het klimaatakkoord?
‘Het Klimaatakkoord stuurt op CO2-reductie. De doelstelling is om in 2030 vergeleken met 1990 een CO2-reductie te realiseren van 49% (mogelijk tot 55%). Het einddoel is om in 2050 CO2-arm te zijn. In hoofdlijnen komt het Klimaatakkoord neer op een forse energiebesparing per sector, met per regio in Nederland een energiestrategie om CO2- neutraal te voorzien in de resterende energiebehoefte. Dit wordt de Regionale Energie Strategie (RES) genoemd. Uiteindelijk komen deze strategie en de sectorale verduurzamingsplannen bijeen in een wijkgerichte aanpak hoe wij van het aardgas af gaan.
Voor de gebouwde omgeving is er onder voorzitterschap van Diederik Samsom een aparte sectortafel ingericht. Daaronder valt de werkgroep utiliteit, die zowel het maatschappelijk als het commercieel vastgoed omvat. Deze werkgroep heeft vijf opdrachten, te weten de routekaart, de normering, het datastelsel, de knelpunten en de wetgevingsagenda.’

Wat is de routekaart?
‘Voor ieder segment moet er een routekaart gemaakt worden hoe dat segment de doelstellingen van het Klimaatakkoord gaat halen. De VNG maakt een routekaart voor het gemeentelijk vastgoed bij alle gemeenten in Nederland; daaronder valt het eigen vastgoed en het maatschappelijk vastgoed (onderwijs, sport, monumenten, zorg). Voor de routekaarten van het maatschappelijk vastgoed zijn de betreffende sectoren leidend en vindt afstemming met VNG plaats. Doelstelling is om deze routekaarten op 1 mei 2019 klaar te hebben. Om even bij de gemeenten te blijven. Er wordt van hun verwacht dat zij op hetzelfde moment een verduurzamingsplan hebben waarin staat hoe zij gefaseerd in de tijd naar 2050 toe het gemeentelijk vastgoed CO2-arm maken. Sterker nog: al in 2040 energieneutraal zijn, gelet op de voorbeeldfunctie. In dat plan wordt voor elk gebouw vastgelegd op welk moment er in verduurzaming wordt geïnvesteerd.’

Is er ruimte voor verduurzaming op natuurlijke momenten?
‘Belangrijk voordeel van de routekaart is sturing op het niveau van de gehele vastgoedportefeuille, met alle ruimte voor verduurzaming op natuurlijke momenten. Het is natuurlijk niet slim om dubbele kosten te maken. Afstemmen van de verduurzamingsmaatregelen op de natuurlijke vervangingsmomenten is daarom logisch. In het verduurzamingsplan kan daar rekening mee gehouden worden. Maar er moet wel voortgang gemaakt worden in portefeuilleverband.’

Wat houdt normering in?
‘Het instrument van de routekaart is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Normering van het energieverbruik in de gebouwde omgeving vormt de bottom line waaraan alle sectoren in 2050 worden gehouden. Die normering gaat uit van het werkelijk energieverbruik, in ieder gval voor het – nu nog theoretisch – gebouwgebonden energieverbruik en mogelijk ook voor het gebruiksgebonden energieverbruik in het gebouw. De normering raakt nauw aan het beleidsinstrumentarium en aan data over werkelijk energieverbruik.’

Waarom een datastelsel?
‘Om de toekomstige norm te kunnen bepalen, dienen data verzameld te worden. Deze zijn ook nodig om vast te kunnen stellen wat de vorderingen zijn. Het gaat hier om het totale energieverbruik van een gebouw, zowel van het gebouwgebonden energieverbruik als dat van de gebruikers in dat gebouw. Zeker als er verschillende gebruikers in een pand zijn die elk eigen energieaansluitingen hebben, is het belangrijk om alles in beeld te hebben. Voor dit totale energieverbruik kun­nen dan “Paris Proof”-normen vastgesteld worden. Normen waarmee wij voldoen aan het Klimaatakkoord afgesloten in Parijs.’

Kunt u voorbeelden geven van knelpunten?
‘Een bekend knelpunt in het vastgoed is de “split incentive”. Die ontstaat als de eigenaar van het vastgoed investeert in duurzaamheid, maar de gebruiker profiteert door lagere energielasten. De “split incentive” moet een “shared incentive” worden. Een aantal jaren geleden werd deze “shared incentive” in voorkomende gevallen al wel vastgelegd in een “greenlease” door afspraken te maken wie er verantwoordelijk is voor wat, wie bepaalde investeringen doet en hoe de voordelen van energiebe­sparingen en alternatieve energieopwekking op de locatie met elkaar gedeeld worden.’

Kunnen zonnepanelen massaal de daken op?
‘Zonnepanelen op het dak leggen is in zich­zelf goed, maar combineer dat dan gelijk met andere maatregelen als isolatie en de aanschaf van LED-verlichting. Zie het plaatsen van zonnepanelen als aanleiding om de verduurzaming van het gebouw in een breder verband te trekken: zo is isoleren altijd nodig. Ook moet je er later geen spijt van hebben bij de verdere verduurzaming. Wij noemen dat “no regret”-maatregelen. Maatregelen die je makkelijk kan nemen zonder dat die de verdere verduurzaming van het gebouw en de toekomstige warmtevoorziening bij de overgang naar aardgasvrij in de weg zitten. Maak een mooi pakket met meerdere maatregelen naast de zonnepanelen. Zo schieten we op.’

En het Energieakkoord uit 2013?
‘Het Klimaatakkoord krijgt langzaam meer concrete vorm en inhoud. Nu nog moet vooral de restopgave uit het Energieakkoord opgepakt worden. Het maatschappelijk vast­goed komt vanuit een achtergrondpositie uit het Energieakkoord. Gemeenten moeten een inhaalslag maken als opmaat naar het Klimaatakkoord en een voorbeeldrol spelen door al in 2040 het eigen vastgoed energieneutraal te hebben. Ze moeten daarom de verduurzaming intensiveren door vooral het laaghangend fruit te plukken. Door bestaande installaties in gebouwen goed in te regelen om verspilling te voorkomen. Ook kunnen o.b.v. het Activiteitenbesluit de benodigde verduurzamingsmaatregelen genomen worden. Op “no regret”-basis is isolatie eigenlijk altijd een goede maatregel, want isoleren moet je toch. Op het moment dat je installaties wilt gaan vervangen, stem je dat af met de Regionale Energie Strategie.’