Warmte-as-a-service: een aantrekkelijk en opschaalbaar alternatief voor duurzame warmte

| Door Odette Koldewey

Aardgasloos CO2 voetprint Warmte/koude netwerken

De totale energiemix in Nederland bestaat uit 20% elektriciteit, 27% motorbrandstoffen en 53% warmte. Om in 2050 CO2-neutraal te worden, is aandacht voor de warmtetransitie in de bestaande bouw hard nodig. Vanwege het complexe vraagstuk wordt steeds vaker ‘warmte-as-a-service’ toegepast. En waarmee gelijk opgeschaald kan worden. Dit geldt ook voor gemeentes, onderwijs en zorg.

Letterlijk betekent warmte-as-a-service: je koopt zelf geen aardgas meer in om warmte te maken, maar je ontvangt voor dezelfde kosten duurzame warmte. Op welke manier de warmte tot stand komt is niet jouw zorg, een warmteleverancier staat garant voor de levering en zoekt zelf uit wat de efficiëntste methode is. Het principe daarbij is dat de maandlasten voor de gebruikers niet hoger worden. Duurzame warmte met gelijke of zelfs lagere lasten dus.

Bekend in nieuwbouw
In de nieuwbouw is het warmte-as-a-service-contract bekend als een ESCo-constructie, vanwege de warmte component spreken we hier liever over ‘warmte-as-a-service’. Exploitanten ontwikkelen, financieren, realiseren bijvoorbeeld WKO’s die ze langjarig exploiteren. Vanuit de Warmtewet leveren ze dan duurzame warmte aan eigenaren of gebruikers van gebouwen. En soms worden deze via servicekosten vaak weer verdeeld over de bewoners of individuele gebruikers.

Geen instemming van afnemers nodig
In de bestaande bouw is warmte-as-a-service nog geen bekend begrip, maar is aan een opmars bezig dankzij de financiële voordelen voor gebouweigenaren, de gebruikers huurders en de versnelde bijdrage aan de CO2-reductie. Goede voorbeelden zijn het verduurzamen van bestaande kantoren of scholen met een collectieve verwarmings- en koelinstallatie. Of zorgcomplexen met een collectief, gasgestookt ketelhuis. Een exploitant neemt deze over en financiert de verduurzamingsmaatregelen om aardgas te besparen. Afhankelijk van de situatie, zoals de staat van het onderhoud, betaalt de gebouweigenaar hier wel of niet aan mee. De huurder hoeft geen goedkeuring te geven. Die merkt immers niet dat er binnen één jaar tot wel 80% aardgas en 50% CO2-reductie behaald wordt, alleen dat het comfort beter is en zijn warmterekening daalt.

Trias Energetica
Om elk gebouw uiteindelijk volledig aardgasvrij en richting CO2-neutraal te krijgen, zijn extra stappen nodig, zoals slim isoleren. De exploitant kan namelijk met zijn warmtedata exact aangeven hoeveel er nog geïsoleerd moet worden om 100% aardgasvrij te worden. Al met al zijn het dezelfde stappen als de Trias Energetica, maar met een andere volgorde. Isolatie hoeft dus niet persé als eerste uitgevoerd te worden. En nadat de installatie volledig aardgasvrij is geworden, komt deze weer terug in handen van de gebouweigenaar.

Waarom niet zelf doen?
De technieken voor verduurzaming worden steeds ingewikkelder. Bovendien is er op dit terrein ook veel innovatie. Het is bijna onmogelijk -zeker voor kleinere organisaties- om intern de juiste kennis en expertise op dit terrein hebben. Uiteraard kun je een adviseur inschakelen, maar die levert doorgaans geen garanties. Vandaag de dag zijn er partners die de warmtevoorziening voor hun rekening kunnen nemen via een warmte-as-a-service oplossing, zoals Energy Bridge.

Waarom niet zelf financieren?
Waarom zou je de duurzame installatie als maatschappelijke organisatie niet zelf financieren en een prestatiecontract afspreken? Je leent immers goedkoper geld dan marktpartijen. Het voordeel is dat je ook nog eens makkelijker kunt switchen van leverancier. Zeker als je veel kennis in huis hebt, kan dat een prima optie zijn. Er zijn echter ook voordelen wanneer je het als een dienst (‘as a service’) inkoopt:

• Het model van warmte-as-a-service is gericht op de totale levensduur van de installatie en niet op de contractduur. Dat voorkomt discussies over benodigde modificaties van de installatie tussentijds, er ligt een duidelijke demarcatie en het geeft harde garanties over de kosten op lange termijn.
• Bij externe financiering wordt de contractant warmteleverancier. Gedurende een periode van doorgaans 15 jaar weet jouw organisatie precies waar ze aan toe zijn, inclusief leveringsgaranties. De organisatie koopt zo een energieprestatie in. Dat past in de strategische lijn van de totale energietransitie.
• Met een warmte-as-a-service gebruikt de exploitant de reductie van de aardgaskosten om een groot gedeelte van de duurzame investering te dekken. Vastgoed waar de inkoop van elektra en aardgas voor verwarming en koeling wordt verdeeld over de gebruikers, kunnen dit niet omdat het financiële voordeel volledig naar de gebruikers gaat. Deze split-incentive discussie wordt dus met warmte-as-a-service opgelost. Een extra voordeel is dat de gebouweigenaar de vrijheid heeft om de gebruikers gelijke warmtekosten als voorheen te laten betalen of alsnog de gebruikers een extra financieel voordeel te geven door lagere warmteprijzen af te spreken met de exploitant.

Opschaling mogelijk dankzij standaardisatie

Met gespecialiseerde aanbieders kunnen gemeenten, onderwijs- en zorginstellingen vandaag al starten om snel CO2 te besparen. Als specialist in het verduurzamen van bijvoorbeeld zorgcomplexen met collectieve stookruimtes, zien wij de doorlooptijd vanaf initiatief tot start van een warmte-as-a-service contract nu al ingekort worden. Dankzij gestandaardiseerde en geautomatiseerde processen wordt zo in minder dan 3 maanden tot wel 50% CO2 bespaard. Warmte-as-a-service biedt daarom voor maatschappelijke organisaties een prima alternatief om snel en eenvoudig bestaande gebouwen te verduurzamen en op te schalen in hun energietransitie.

Jan-Maarten Elias, Managing Partner Energy Bridge
Voor meer informatie: elias@energybridge.nl