De governance van woningcorporaties verandert bij het werken in bouwstromen. De focus verschuift van projectmatig werken naar een lange-termijn samenwerking, gestandaardiseerd proces en gezamenlijke risico-acceptatie. Dat vraagt een andere houding en mindset van bestuurders en toezichthouders.
In een bouwstroom werken corporaties niet meer als individuele opdrachtgever, maar ook als collectief samen met bouwpartners en gemeentes. In plaats van besluitvorming per project, besluiten corporaties in een bouwstroom over een continu proces van woningproductie, vaak gericht op industriële of conceptuele bouw. Dat vraagt om een nieuwe invulling van bestuursbesluiten en toezicht.
Tijdens dag één van de Bouwstroom Tweedaagse bespreken Karin de Graaf en Cees Tip hoe je een bouwstroom bestuurbaar houdt, welke governancevraagstukken er spelen en hoe raden van commissarissen (RvC’s) hier op een constructieve manier mee om kunnen gaan. Volgens De Graaf, commissaris bij de woningcorporaties Ymere en Trivire en bestuurslid van VTW, moeten corporaties die onderdeel zijn van een bouwstroom van klassiek toezicht doorschuiven naar modern toezicht. En dat is volgens haar geen sinecure.
Na drie jaar NH Bouwstroom kunnen projecten met elkaar worden vergeleken op de vijf resultaatgebieden. Tip: ‘Dat is zeg maar de proof of the pudding. Daarbij komen spannende vragen op tafel. Wordt de bouw al goedkoper? En kunnen we met minder mensen meer werk verzetten?’ Dat vraagt volgens De Graaf om uniforme informatievoorziening vanuit de bouwstroom in zijn totaliteit. ‘Alle informatie moet op tafel komen, zodat we kunnen bepalen of de stip aan de horizon nog dezelfde is. Zitten we allemaal nog hetzelfde in de wedstrijd? Wat hebben we geleerd? En hoe gaan we verder? Transparantie is hierbij heel belangrijk.’
Tijdens de Bouwstroom Tweedaagse gaan Tip en De Graaf dieper in op de nieuwe rol van bestuurders en commissarissen in bouwstromen. Tip: ‘We werken in de bouwstromen allemaal samen aan dezelfde doelen. De rol van de toezichthouder verandert daarin, maar wordt zeker niet minder belangrijk. We moeten met elkaar kritisch blijven op de vooruitgang. Vandaar dat we in NH Bouwstroom tooling hebben ontwikkeld om prestaties te meten en vergelijkbaar te maken. Daarnaast werken we met elkaar aan normeringen om de prestaties een ondergrens en ambitiegrens te geven. Als RvC moet je daarin meebewegen. Dat vraagt ook om een nieuwe invulling van governance.’
De Graaf: ‘Het toezicht zit in bouwstromen veel meer op het proces en de cultuur en minder op de projecten zelf. Het gaat vooral om de maatschappelijke impact van de bouwstroom als geheel. Dat vraagt meer programmatisch toezicht dan projectmatig toezicht. Niet controlerend achteraf en reactief, maar proactief en vooraf in samenspraak met de partners. We gaan in die zin echt van klassiek toezicht naar modern toezicht.’
'Het gaat vooral om de maatschappelijke impact van de bouwstroom als geheel. Dat vraagt meer programmatisch toezicht dan projectmatig toezicht. Niet controlerend achteraf en reactief, maar proactief en vooraf in samenspraak met de partners. We gaan in die zin echt van klassiek toezicht naar modern toezicht.’