/ verbindend in maatschappelijk vastgoed
30 32 Sociale duurzaamheid V3 Vastgoedsturing NR39 2026
Woningcorporaties
Artikel
Vastgoedsturing

Samenredzaamheid in de sociale huursector: wat werkt écht?

10 juni 2026

Woningcorporaties zoeken naar manieren om gemeenschaps-vorming onder oudere huurders te stimuleren. Er zijn al succes-volle woonvormen ontwikkeld, die ook wetenschappelijk zijn onderzocht. Maar hoe kunnen de bevindingen naar de sociale huursector worden vertaald, waar bewoners elkaar niet zelf kiezen en de behoeften aan contact en verbinding sterk kunnen verschillen? 

Door de vergrijzing hebben woningcorporaties te maken met senioren die langer thuis wonen en vaker behoefte hebben aan ondersteuning bij dagelijkse activiteiten en het onderhouden van sociale contacten. DEEL Academy onderzoekt hoe woningcorporaties met passend en ondersteunend woningaanbod kunnen bijdragen aan het bevorderen van onderling contact en het versterken van samenredzaamheid. Daarbij zijn verschillende kennis- en praktijkpartijen betrokken, waaronder woningcorporaties Talis, Woonzorg Nederland, de Alliantie en De Woonmensen.

Nienke moor

Nienke Moor, Senior onderzoeker Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

Senior onderzoeker Nienke Moor en onderzoeker Kim Hamers zijn werkzaam bij het lectoraat Architecture in Health van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Zij onderzoeken welke rol woningcorporaties kunnen spelen bij het creëren van een woonomgeving die ontmoeting stimuleert, samenredzaamheid onder bewoners versterkt en daarin passende ondersteuning biedt.

Quote icoon

We moeten realistischer zijn over wat we van buren kunnen verwachten

Eenzaamheid

‘We zien bij woonvormen met aandacht voor ontmoeting dat dit de aard en frequentie van contact tussen bewoners positief beïnvloedt’, vertelt Moor. ‘Maar er blijft een constante groep van geïsoleerde mensen die weinig tot geen contact heeft met buren of het eigen netwerk.’ Eenzaamheid is niet zomaar op te lossen, stelt het tweetal. Toch horen ze regelmatig dat dit wel wordt verwacht.

Kim hamers

Kim Hamers, Onderzoeker Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

‘Er is meestal een vaste groep die aan activiteiten deelneemt of een actieve rol in de woongemeenschap heeft. Als je daar buiten valt, kan dat des te confronterender zijn’, vertelt Hamers. Als bouwkundige richt zij zich op de rol van ruimte in het bevorderen van spontane en georganiseerde ontmoetingen tussen bewoners van geclusterde woonvormen voor senioren.

Bepaalde bewoners hechten met name waarde aan laagdrempelige ontmoetingen. ‘Dus even dat praatje in de gang of bij de lift. Er zijn mensen die dagelijks even de post ophalen beneden. Daar kun je bij de inrichting van een woongebouw rekening mee houden.’

Quote icoon

Bewoners moeten de mogelijkheid hebben om contact te zoeken of uit de weg te gaan

Huurdersprofielen

De onderzoekers helpen woningcorporaties bij het formuleren van realistischere verwachtingen. Binnen het onderzoeksproject ‘Bouwen aan Zelf- en Samenredzaamheid’ hebben ze bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar huurdersprofielen om meer grip te krijgen op de diversiteit in de huurderspopulatie. Moor: ‘Zo kan een woningcorporatie gerichter interventies plegen om een bepaald profiel te ondersteunen, of bepalen waar hun verantwoordelijkheid ophoudt en anderen die over moeten pakken.’

30 32 v4 Sociale duurzaamheid Vastgoedsturing NR39 2026

De wensen en behoeften van bewoners verschillen namelijk sterk, blijkt uit diepte-interviews. ‘Hoeveel contact willen ze met buren? Hoe tevreden zijn ze met het huidige contact? Wie maakt gebruik van ontmoetingsruimtes en activiteiten? Wie geeft of ontvangt hulp? Dit soort vragen stelden we’, vertelt Moor.

Alledaagse attentheid

Ontmoetingsruimtes en gezamenlijke activiteiten brengen veel goeds, maar het zijn geen wondermiddelen voor iedereen, concluderen de onderzoekers. Een bepaalde groep bereik je er simpelweg niet mee. Tegelijk kunnen interventies die ontmoeting stimuleren leiden tot meer contact en alledaagse attentheid: kleine, laagdrempelige vormen van burenhulp, zoals boodschappen meenemen, klusjes doen of een oogje in het zeil houden. Voorbeelden hiervan zijn afspraken tussen bewoners om elkaars gordijnen ‘s ochtends te checken (als ze open zijn, gaat het goed), of mantelzorgers die onderling contact onderhouden. Deze vorm van ondersteuning geeft bewoners (en mantelzorgers) een gevoel van veiligheid, maar ook het gevoel dat ze gezien worden.

Vragers en dragers

Belangrijk inzicht is dat buren meestal geen intensieve verzorgingstaken of administratieve zaken op zich nemen. ‘We moeten realistischer zijn over wat we van buren kunnen verwachten’, vindt Moor. ‘Buren zijn geen mantelzorgers, maar kunnen deze wel ondersteunen. Die laagdrempelige en nabije hulp is van grote waarde voor het veiligheidsgevoel en de zelfredzaamheid van bewoners.’

De term samenredzaamheid is eigenlijk een containerbegrip; een gedeelde definitie ontbreekt. ‘Mogelijk gaat samenredzaamheid minder ver dan wordt verwacht of gehoopt’, aldus Moor. ‘Tegelijk hebben de kleine dingen die wel gebeuren, meer betekenis dan vaak wordt gedacht.’

30 32 V2 Sociale duurzaamheid Vastgoedsturing NR39 2026

Een veel gehoorde misvatting is dat er “vragers” en “dragers” zijn, mensen die hulp nodig hebben versus mensen die hulp bieden. Uit het onderzoek blijkt dat dit meestal geen gescheiden groepen zijn. Vaak gaat het juist om een groep bewoners die onderling sterk naar elkaar omkijkt. Moor: ‘Degenen die hulp ontvangen, zijn ook vaak degenen die hulp geven. Natuurlijk krijgen kwetsbare bewoners meer ondersteuning, maar wie niet participeert of niet deelneemt aan activiteiten, valt sneller buiten de groep en lijkt in mindere mate te kunnen rekenen op hulp van buren.’

30 32 v5 Sociale duurzaamheid Vastgoedsturing NR39 2026

Valkuil: geforceerd contact

Opgelegd contact kan averechts werken, is een van de bevindingen uit het onderzoek. Een goede balans tussen privé- en gemeenschappelijke ruimtes, met verschillende gradaties daartussen, is dan ook cruciaal. In een gebouw zonder privé buitenruimte, zoals een balkon of tuin, zijn bewoners aangewezen op de gedeelde ruimte wanneer zij buiten tijd willen doorbrengen. Zoals Hamers aangeeft: ‘Als je naar buiten wilt, moet je gebruikmaken van de gedeelde tuin. Maar als je geen zin hebt in contact, is dat lastig. Mensen vermijden dan de ruimte om confrontaties te ontlopen.’ De oplossing? Keuzevrijheid: bewoners moeten de mogelijkheid hebben om contact te zoeken of uit de weg te gaan.

Een goed voorbeeld is de situering en (multi) functionaliteit van ontmoetingsruimtes. Hamers: ‘De drempel om een ontmoetingsruimte binnen te lopen, is minder groot als je er bijvoorbeeld je medicijnen kunt ophalen. Een gezamenlijke wasruimte is ook zo’n plek. Mensen hebben een excuus om daar te zijn, dus ze hoeven zich niet opgelaten te voelen. Maar ze kunnen ook zonder gezichtsverlies weer rechtsomkeert maken als ze geen behoefte aan een praatje hebben.’

Handvatten voor woningcorporaties

Op de website www.DEELAcademy.nl (DEEL staat voor Dutch Emphatic Environment Livinglabs) worden onder het project Bouwen aan Zelf- en Samenredzaamheid diverse publicaties met onderzoeksresultaten gedeeld. Met een digitaal kompas, een inspiratiebundel en de bijbehorende Denkroute (als hand-out) bieden ze ook allerlei handvatten voor woningcorporaties en hun samenwerkingspartners in het zorg- en sociaal domein.

Het digitaal en interactief Kompas: Ruimte voor ontmoeten biedt hen houvast bij zowel het nadenken over als het vormgeven van ontmoetingen in de sociale huursector. De inspiratiebundel bevat initiatieven die corporaties zelf hebben ingezonden vanwege hun waarde en innovativiteit, inclusief de belangrijkste geleerde lessen. De Denkroute maakt inzichtelijk hoe betrokken professionals vooraf en tussentijds op een gerichte en doordachte manier kunnen reflecteren op initiatieven in de woonomgeving die gericht zijn op het versterken van samenredzaamheid.

Dilemma’s

Een terugkerend dilemma voor woningcorporaties is de vraag of bewoners geselecteerd moeten worden op motivatie. Veel initiatieven richten zich op mensen die actief willen bijdragen aan de woongemeenschap; dat past immers niet bij iedereen. Tegelijk roept dat ethische vragen op: hoe inclusief ben je dan nog? Mensen die zich minder makkelijk kunnen uitdrukken of realistischere verwachtingen hebben van hun eigen inbreng, dreigen buiten de boot te vallen.

Daarnaast speelt de buurt rondom het betreffende wooncomplex ook een rol, benadrukt Moor. ‘Het is niet de bedoeling dat je een gated community creëert, waar alles perfect geregeld is terwijl de rest van de wijk erbuiten staat. Corporaties denken daarom goed na over de vraag of een ontmoetingsruimte alleen voor bewoners van het gebouw bedoeld is, of ook een functie voor de wijk kan hebben. Dat verschilt per situatie.’

Ontmoeting en samenredzaamheid ontstaan dus niet vanzelf, maar zijn ook niet maakbaar. Juist daarom draait het volgens de onderzoekers om realistische verwachtingen, keuzevrijheid en aandacht voor de dagelijkse, kleine vormen van omkijken naar elkaar.