/ verbindend in maatschappelijk vastgoed
Steffen nijhuis
Gemeenten
Interview
Vastgoedsturing

Interview Steffen Nijhuis: ‘Groen is geen kostenpost, maar een verdienmodel’

5 juni 2026

Hoe kunnen we groene, toekomstbestendige leefomgevingen creëren waarin natuur en bebouwing elkaar versterken in plaats van beconcurreren? Met die vraag houdt Steffen Nijhuis, hoogleraar Landscape-based Urbanism, zich dagelijks bezig. Zijn expertise ligt op het snijvlak van wetenschap, ontwerp en praktijk, waarbij hij onderzoekt hoe het landschap als basis kan dienen voor duurzame stedenbouw. 

Steffen nijhuis

Steffen Nijhuis, hoogleraar Landscape-based Urbanism

Steffen Nijhuis is vooraanstaand academicus en ontwerper gespecialiseerd in landschapsarchitectuur en stedenbouw. Sinds maart 2023 is hij werkzaam als hoogleraar Landscape-based Urbanism aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Als hoogleraar pleit Nijhuis voor een landschapsgerichte benadering bij het ontwerpen van duurzame stedelijke omgevingen. ‘We moeten veel meer ontwerpen vanuit de lokale context en door de schalen heen, van regio tot achtertuin. We moeten toe naar stedenbouw waarbij we het landschap als basis nemen en waarin de biosfeer de context vormt voor sociale en economische ontwikkelingen.’

Zo ver zijn we nog niet, stelt Nijhuis. ‘Er wordt in Nederland nog veel ‘programmatisch gedreven’ gebouwd. Effectief, efficiënt en budget gestuurd. Dat zit een beetje in onze volksaard.’ Het gevolg is dat steden sterk versteend zijn en dat er sprake is van veel uniformiteit door gestandaardiseerde oplossingen. ‘De openbare ruimte en groen zijn vaak het kind van de rekening. Daar is relatief weinig aandacht en budget voor en er is weinig oog voor de schadelijke gevolgen hiervan op de lange termijn.’

Quote icoon

Bij ontwikkelingen vanuit een groen-blauw raamwerk, gaat de vastgoedwaarde aanzienlijk omhoog

Het moet en kan anders, weet Nijhuis. ‘Daarvoor hebben we de kennis en kunde in huis. Vanuit de wetenschap weten we steeds beter hoe het wél moet. Maar met de woningnood van de afgelopen jaren, zie ik bij de overheid ook nu weer een sterke focus op stenen stapelen. Terwijl we de opgave veel breder moeten bekijken. Als we aan de voorkant ook zaken als schoonheid, gezonde leefomgeving en biodiversiteit meenemen in bouwprojecten, komen we tot betere plannen en fijnere en veilige leefomgevingen voor mens en natuur.’

Een belangrijke eerste stap is om groen niet langer te zien als kostenpost, maar als verdienmodel. ‘Als er wordt ontwikkeld vanuit een groen-blauw raamwerk, gaat de vastgoedwaarde aanzienlijk omhoog, laat onderzoek zien. Daarnaast levert groen allerlei indirecte baten op. Mensen die in een natuurrijke omgeving wonen, zijn bijvoorbeeld geestelijk en mentaal gezonder. Groen verdient zich zodoende terug in lagere ziektekosten, minder medicijngebruik en hogere arbeidsproductiviteit. Het is dus belangrijk om die ontwerpkwaliteit al vanaf de planfase mee te nemen in een project en hier heel bewust op te sturen gedurende het hele proces.’

Dat vraagt om een multidisciplinaire en integrale aanpak. ‘Ontwerpen met en vanuit de natuur, de mensen en de geschiedenis. Met landschapslogica kunnen we vanuit de lokale context bouwen, rekening houdend met ecologische en sociaal-culturele processen. Natuurinclusief en klimaatadaptief.’ En dat gaat volgens Nijhuis verder dan het integreren van vogelhuisjes in een gevel of het aanplanten van extra bomen in een wijk. Dat gaat verder dan het afvinken van een checklist.

Quote icoon

‘We moeten veel meer ontwerpen vanuit de lokale context en door de schalen heen’

‘We moeten het lange termijnperspectief veel beter in het oog houden bij vastgoedontwikkelingen. Daar schort het nu nog vaak aan. We lijden aan het korte termijnsyndroom. We hebben een probleem en dat willen we morgen oplossen. Maar veel van de maatschappelijk uitdagingen waarmee we te maken hebben, kunnen we niet op de korte termijn oplossen. Zeker niet binnen politieke termijnen van vier jaar. Daar hebben we echt lange termijnplannen voor nodig. Die mindset zal dus moeten veranderen.’

Nijhuis wil hier als hoogleraar graag zijn steentje aan bijdragen. Niet vanuit een ivoren toren, maar vanuit een wetenschappelijke basis en met de voeten in de klei. ‘We moeten de wetenschap, ontwerp en uitvoering veel beter aan elkaar zien te knopen. We denken te veel in sectoren en disciplines, terwijl in de wisselwerking daarvan vaak de oplossingen liggen opgesloten. Veel van de kennis die wij de afgelopen decennia hebben ontwikkeld, kan heel goed ingezet worden in de praktijk. Kennis bijvoorbeeld over verdienmodellen bij landschapsgerichte gebiedsontwikkeling.’

Zelf heeft Nijhuis de afgelopen jaren geadviseerd bij de nodige projecten in binnen- en buitenland. Zo werkte hij samen met OKRA landscape architects aan plannen voor de baai van de Chinese miljoenenstad Shantou en adviseert hij in Indonesië bij de realisatie van de nieuwe hoofdstad Nusantara, een ambitieus, duurzaam ‘bosstad’-project dat als living lab dient voor stedelijke ontwikkeling en landschappelijke systemen. ‘Buitengewoon interessante projecten waar we veel van kunnen leren.’

> Steffen Nijhuis is hoogleraar Landscape-based Urbanism en hoofd van de sectie landschapsarchitectuur aan de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft. Hij is daarnaast onder andere voorzitter van de stichting voor promotie van landschap-gebaseerde architectuur en lid van het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte.

Toch zijn er volgens Nijhuis ook in Nederland steeds meer goede voorbeelden te vinden van groene, natuurinclusieve woongebieden. Van Haverleij in Den Bosch tot de groene wijk Kerckebosch in Zeist. Een huidige ontwikkeling die Nijhuis met veel interesse volgt, is de realisatie van woonwijk Veghel Buiten, waar huizen worden gebouwd in geclusterde minidorpjes in het groen. ‘Het natuurlijke systeem en de historie zijn bij dit project leidend om tot een gemeenschap te komen. Een inspirerend voorbeeld dat navolging verdient.’

‘Maar’, waarschuwt Nijhuis, ‘elk project vraagt wel een eigen aanpak die past bij de lokale context. En dat begint met het bij elkaar brengen van alle lokale stakeholders. Co-creatie is heel belangrijk in deze tijd. Maak samen plannen en kom samen tot oplossingen, én leer met en van elkaar. Intersectoraal en transdisciplinair. Dat vraagt om vertrouwen, een heldere visie en sterk leiderschap.’

Wetenschap kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren, denkt Nijhuis. ‘We zullen theorie en methode nog verder moeten doorontwikkelen. Zo kunnen we met digitale technologie als GIS en AI allerlei data en ruimtelijke gegevens steeds beter analyseren. Dat zie ik echt als een waardevolle uitbreiding van ons instrumentarium. Zaken die we met het blote oog niet kunnen zien, worden hiermee opeens zichtbaar. We kunnen de komende jaren die rekenkracht nog beter benutten om nieuwe inzichten te creëren.’

Nijhuis kijkt dan ook met een positieve blik naar de toekomst van landschap-gebaseerde stedenbouw. ‘We hebben de kennis en kunde in huis om het anders te doen. Als we van de overheid nog iets meer tijd en ruimte krijgen om aan goede plannen te werken, dan kunnen we mooie stappen zetten. Met pilotprojecten en fieldlabs kunnen we zo werken aan nog bredere kennis over fijne, groene en natuurinclusieve leefomgevingen.’