De appartementengebouwen De Spiegel en De Graveur van woningcorporatie Kleurrijk Wonen zouden aanvankelijk allebei in hout worden gebouwd. Toen dat om praktische en financiële redenen niet haalbaar bleek, viel de keuze op één traditioneel en één houten gebouw. ‘De ideale situatie om twee bijna identieke gebouwen één op één met elkaar te vergelijken.‘
Maurice van Nistelrooij, Projectmanager nieuwbouw Kleurrijk Wonen
In de nieuwbouwwijk Broekgraaf in Leerdam staan twee vrijwel identieke appartementencomplexen. De Graveur heeft een CLT-draagconstructie, De Spiegel is gebouwd met kalkzandsteen en breedplaatvloeren. Dat was helemaal niet de bedoeling, vertelt projectmanager nieuwbouw Maurice van Nistelrooij van woningcorporatie Kleurrijk Wonen. ‘Als corporatie willen we onze ecologische voetafdruk verkleinen. Hout heeft minder klimaatimpact dan traditionele bouw. We hebben wel ervaring met hybride projecten, maar niet met een CLT-gebouw. Dat wilden we wat meer gaan ontdekken.’
Kies voor hout waar dat logisch is, maar blijf pragmatisch
Maurice van Nistelrooij, Projectmanager nieuwbouw Kleurrijk Wonen
Al gauw bleek het aanvankelijke plan niet haalbaar. Omdat De Spiegel vlak bij het spoor staat, zou het gebouw vanwege de trillingen van de treinen op veren moeten worden geplaatst. ‘Die extra kosten vonden we niet verantwoord. Het blijft maatschappelijk geld.’ Houtbouwspecialist Hamlet, verantwoordelijk voor het CLT-casco, vatte het volgens hem treffend samen: ‘“Je moet een houtpurist zijn, maar geen houtextremist.” ‘Met andere woorden: kies voor hout waar dat logisch is, maar blijf pragmatisch.’
Sil Schaars, Duurzaamheidsspecialist Dura Vermeer
CO₂-opslag in hout
Er werd besloten om De Spiegel alsnog traditioneel uit te voeren. De keuze voor twee verschillende bouwsystemen bood een unieke kans om materialen te vergelijken op klimaatimpact, kosten en bewonerservaring. Tegelijkertijd hoopte de corporatie het project financieel haalbaar te houden. De bij nieuwbouw verplichte MPG-berekening (MilieuPrestatie Gebouwen) laat zien wat de milieu-impact van een gebouw is over de volledige levenscyclus. ‘De Graveur realiseert ongeveer 18 procent CO₂-reductie ten opzichte van De Spiegel’, vertelt duurzaamheidsspecialist Sil Schaars van Dura Vermeer. ‘Ik had eerlijk gezegd meer verwacht. Als je in de rekenmethodiek duikt, zie je dat in de huidige regelgeving de tijdelijke opslag van CO₂ in hout niet meetelt.’ Anders zou de reductie oplopen tot zo’n 46 procent.
Een liftschacht van CO2-arm beton bleek duurzamer dan hout
Sil Schaars, Duurzaamheidsspecialist Dura Vermeer
De huidige methodiek beoordeelt de impact van productie, gebruik, sloop en hergebruik. Beton scoort daarbij opvallend gunstig, omdat wordt uitgegaan van hergebruik aan het einde van de levensduur. Voor hout wordt juist aangenomen dat het uiteindelijk wordt verbrand, waardoor de opgeslagen CO₂ alsnog vrijkomt. Schaars: ‘Wij vinden dat geen eerlijke vergelijking en nemen de negatieve uitstoot van mogelijk toekomstig hergebruik van materialen daarom intern niet mee in onze berekeningen.’
Belangrijke lessen
Dura Vermeer neemt een aantal belangrijke lessen mee naar volgende projecten. Bij houtbouw zijn ontwerp- en uitvoeringskeuzes bepalend gebleken voor duurzaamheid, kosten en prestaties. Brandveiligheidseisen kunnen extra materialen, zoals gipsplaten, vereisen. Ook hebben ontwerpkeuzes invloed op geluidsisolatie en CO₂-uitstoot, zoals extra voorzetwanden. ‘Dat waren voor ons echt eyeopeners’, vertelt Schaars. ‘Al dat extra gips blijkt een grote uitstoter te zijn.’
Hier wreekt het zich dat Dura Vermeer alleen houten grondgebonden woningen heeft gerealiseerd. ‘Dan heb je veel minderte maken met brandscheidingen. In een appartementencomplex met veel woningscheidende wanden, vloeren en gangen lopen deze maatregelen snel op. En ook een ontwerp met een liftschacht van beton had veel extra kosten en uitstoot kunnen voorkomen.’
Schaars heeft berekend dat bij toepassing van een CO2-arme betonvariant, zoals CEM III, de uitstoot zelfs met meer dan 50% zou worden verlaagd ten opzichte van de houten variant met gipsafwerking. ‘Beton werkt brandvertragend.’
Ook de afbouwfase vroeg meer aandacht. In de uitvoering was soms weinig ervaring met houtbouwmaterialen, wat het maken van effectieve keuzes lastiger maakte. In dit geval moesten gespecialiseerde vakmensen worden ingeschakeld, wat de arbeidskosten verhoogde.
Hoge faalkosten
De faalkosten van dit project liggen te hoog, concludeert Van Nistelrooij dan ook. ‘Het CLT-casco ging goed, de uitvoerende partij is daar helemaal op ingericht. Traditionele bouwpartijen zijn minder ver, wat leidde tot extra herstelwerk. We zijn ontzettend trots op het eindresultaat, maar financieel heeft dit project wel pijn gedaan.’
Dat kwam mede doordat de aansluiting van de nutsvoorzieningen vertraging opliep, waardoor de ingecalculeerde voordelen van een gelijktijdige bouw grotendeels verdwenen. Ook vielen de legeskosten hoger uit dan verwacht, omdat het houten gebouw een hogere bouwsom had. ‘We hebben de gemeente gevraagd of zij onze investering in duurzaamheid wilden belonen door de leges aan te passen. Dat is niet gelukt.’
Hoge ambities
De meerkosten hangen ook samen met de hoge architectonische ambities. De houten plafonds bleven zichtbaar, terwijl de wanden werden afgewerkt om verkleuring te voorkomen. Voor de gevel viel de keuze op bamboe vanwege de uitstraling en het onderhoud. ‘Het is een alzijdig gebouw, dan heb je te maken met vier verschillende weersinvloeden die een houten gevel allemaal op een verschillende manier zouden beïnvloeden.’
Kleurrijk Wonen is tot de conclusie gekomen dat houtbouw op dit moment financieel nog niet concurrerend is. De corporatie realiseert veel sloop-nieuwbouwprojecten in kleinere kernen, waar maatwerk en relatief kleine aantallen woningen de norm zijn. ‘Bij projecten van 150 woningen is houtbouw of een houtbouwconcept veel makkelijker toepasbaar.’
Levenscyclus als sleutel
Toch blijft de corporatie overtuigd van de potentie van hout. ‘We maken voortdurend de afweging: kiezen we voor de best mogelijke woning of voor zoveel mogelijk woningen?’, zegt Van Nistelrooij. ‘Met de woningschaarste kiezen we voorlopig voor het laatste.’
Dura Vermeer is bezig de twee gebouwen te laten taxeren. ‘Als je puur naar de initiële investeringen kijkt, dan is houtbouw nu duurder’, zegt Schaars. ‘Maar als het gebouw meer waard is en het heeft een restwaarde omdat de materialen losmaakbaar zijn, dan zijn de totale kosten over de volledige levenscyclus mogelijk vergelijkbaar.’