/ verbindend in maatschappelijk vastgoed
Het Element DZH Eva Bloem
Onderwijs
Artikel

Hoofd, hart en handen; fijne plekken voor gebruikers - In debat: Het belang van een fijne leeromgeving

8 april 2025

Een goede, fijne leeromgeving ontstaat niet vanzelf. Dat vraagt om een goed ontwerp en een integrale visie op de positie van de school in de wijk. Maar wat zijn nu precies die ‘bouwstenen’ voor een inspirerende leeromgeving? En hoe ontstaan scholen die duurzaam en natuurlijk veranderbaar zijn? Schooldomein ging hierover in debat met architecten en opdrachtgevers. Dit tijdens de boekpresentatie van het nieuwe inspiratieboek ‘Hoofd, Hart en Handen’ in Amersfoort.

Tekst: Ivo van der Hoeven

In de gymzaal van vmbo-school Het Element in Amersfoort hebben op 13 februari een kleine honderd experts in scholenbouw zich verzameld voor de uitreiking van het eerste exemplaar van het nieuwe inspiratieboek van Schooldomein op het symposium Hoofd, Hart en Handen. Naast de presentatie van het boek ‘Hoofd, Hart en Handen - fijne plekken voor gebruikers’, wordt deze middag afgetrapt met een debat over het belang van fijne onderwijsplekken en de weg daarnaartoe. Op het podium Koen Janssen, directeur van Het Element, André van der Slik, architect bij De Zwarte Hond, Jolijn Valk, directeur en architect bij Urban Echoes en Yvonne van Zijl, conrector beheer & organisatie aan het Lorentz Casimir Lyceum in Eindhoven.

Het is niet toevallig dat André bij het debat is aangesloten. Hij is als architect nauw betrokken geweest bij het ontwerp van vmbo-school Het Element. Aan hem wordt de eerste stelling voorgelegd: ‘elk goed schoolgebouw begint met nadenken over de plek’. André is het daar volmondig mee eens: “We kijken bij De Zwarte Hond altijd vanuit de stedenbouw naar de bewuste plek voor een nieuw schoolgebouw. Een school is immers meer dan een school; een goed schoolgebouw heeft betekenis voor de omgeving.

Het Element DZH Eva Bloem

Foto: Het Element in Amersfoort - Fotografie: Eva Bloem

Het Element is daar een mooi voorbeeld van. Deze school ligt op een bedrijventerrein. Wat de leerlingen hier leren heeft een directe verbinding met de omgeving en met de bedrijven die hier in de buurt gevestigd zijn. Die verbinding met de omgeving is heel belangrijk in het onderwijs, zeker in het vmbo en mbo. In het ontwerp kun je daarop sturen door functies toe te voegen en koppelingen te maken.

Zo kunnen leerlingen die een horeca-opleiding volgen in de zomer bijvoorbeeld een terras bestieren. Automotive-leerlingen kunnen een garage draaiende houden. Zo maak je vanuit de opleidingen verbindingen met de buurt.” Om tot een definitief ontwerp te komen is in Amersfoort een intensief traject gevolgd, verduidelijkt Koen: “We hebben dertig medewerkers mee laten denken over hoe het gebouw aan zou moeten sluiten op het onderwijs dat wij willen geven. We hebben daarbij het geluk gehad dat de gemeente Amersfoort het beroepsonderwijs een mooie en zichtbare plek wil geven in de stad. En dat ze daar ook budget voor beschikbaar stelt. We zijn in Amersfoort doorgecentraliseerd qua gelden. Dat geeft meer bewegingsruimte om tot mooie, inspirerende leeromgevingen te komen. En dat heeft zich hier duidelijk uitbetaald.”

Het Element legt met haar opleidingen overduidelijk die verbinding met de buurt. Dat brengt ons bij de tweede stelling: ‘een goede onderwijsvisie verbindt met de omgeving’.

Quote icoon

"Goede plekken geven ruimte en kunnen veranderen door de tijd" - Jolijn Valk

Jolijn Valk foto Amy van Leiden

Foto: Jolijn Valk - Fotografie: Amy van Leiden

Die verbinding ziet architect Jolijn als een brug tussen onderwijsgebouw en omgeving. “Ik ben gefascineerd door bruggen. Een brug is een verbindende schakel tussen a en b, en tegelijkertijd een plek op zichzelf. Een plek om te verblijven en mensen te ontmoeten. Maar ook een plek die veranderlijk en onaf is. Dat is een belangrijke kwaliteit in de gebouwde omgeving en dus ook in scholen. Een gang is niet alleen een verbinding, maar ook een onderwijs- en verblijfsruimte. Daar kun je nisjes en hoekjes creëren waardoor leerlingen zich die plekken tijdelijk kunnen toe-eigenen. De invulling van deze vrije ruimtes of free spaces gebeurt spontaan en onbewust. Goede plekken geven ruimte en kunnen veranderen door de tijd.”

Quote icoon

"De verbinding tussen binnen en buiten is heel belangrijk bij het Lorentz" - Yvonne van Zijl

Foto Yvonne van Zijl

Foto: Yvonne van Zijl

De brug tussen het onlangs opgeleverde Eindhovense Lorentz Casimir Lyceum en haar omgeving wordt vooral door de natuur gevormd, stelt Yvonne. “Onze school staat op een bijzondere plek. Het terrein is een uitloper van een prachtig stuk natuur. We kijken vanuit de school dan ook overal aan tegen het groen en hebben veel flora en fauna rondom het gebouw. Zo leven er dassen, marters en uilen in de directe omgeving. Dat geeft ons een prachtige kans om de verbinding tussen binnen en buiten te maken. Het terrein straalt een gewelddadige rust uit.

241107 MG 7315 Lucasvanderwee hoofdfoto
Lorentz Casimir Lyceum Eindhoven - Fotografie: Lucas van der Wee

Dat hebben we heel bewust in het ontwerp van de school meegenomen. Overal in de school kun je naar buiten kijken en ervaar je de natuur om de school heen. We zien niets anders dan bomen en natuur. Dat geeft rust en dat straalt af op de leerlingen in het gebouw. Het omringende terrein is inmiddels klaar en ingericht met paden en wandelpaden met overal bankjes en andere zitelementen. We zijn heel benieuwd hoe de leerlingen hier in het voorjaar gebruik van gaan maken tijdens de pauzes. We hebben zelfs een buitenruimte gerealiseerd waar docenten straks les kunnen geven.”

Quote icoon

"Voor rust in je gebouw is kleinschaligheid heel belangrijk" - Koen Janssen

Koen Janssen

Foto: Koen Janssen

In Amersfoort, bij de realisatie van Het Element, lag de uitdaging vooral in het organiseren van kleinschaligheid in een groot onderwijsgebouw. Koen: “Voor rust in je gebouw is die kleinschaligheid heel belangrijk. Je wilt zicht op je leerlingen hebben, maar ze tegelijkertijd een eigen plek kunnen bieden. Wij hebben de architecten uitgedaagd om in één A4tje onze onderwijskundige visie door te vertalen naar het gebouw. Daarbij wilden we het praktijkonderwijs beneden op de werkvloer verbinden met de theorie op de eerste en tweede verdieping. De architecten van De Zwarte Hond hebben dat heel mooi doorvertaald naar onderwijs in clubhuizen.”

Andre vd Slik crop

Foto: André van der Slik

André: “In ons ontwerp hebben we het gebouw inderdaad opgebouwd uit een aantal ‘clubhuizen’. Per opleiding hebben we een clubhuis gemaakt, gekenmerkt door een eigen kleurstelling, die we verticaal hebben georganiseerd rondom de trappenhuizen. Daarmee koppelen we de theorieruimten op de verdiepingen direct aan de praktijkruimtes op de begane grond en creëren we kleinschaligheid rondom het bruisende hart van de school. Daarbij hebben we heel bewust verschillende gradaties in het gebouw aangebracht: rust, reuring en ruis. 

De reuring en ruis zijn te vinden in de centrale hal en op de tribunetrap. De rust vinden leerlingen op allerlei intieme plekken in het gebouw waar ze zich even terug kunnen trekken. Zo kunnen jongeren die van de basisschool komen langzaam wennen aan hun nieuwe school en is er ruimte voor alle leerlingen, de introverte en de extraverte leerlingen.”

Het Lorentz Casimir Lyceum heeft in tegenstelling tot Het Element nog een redelijk klassieke indeling. Yvonne: “Het Lorentz is een vrij klassieke school met leslokalen. Wel is ons onderwijs geclusterd vanuit verschillende vakdomeinen. Door het gebouw heen, en verspreid over de verschillende domeinen, hebben we veel verschillende werkplekken waar leerlingen individueel of in projectvorm kunnen werken.” Scholen zoals het Lorentz worden nog voornamelijk ontworpen op het programma van eisen van de eerste groep gebruikers. Dat brengt ons bij de derde stelling: ‘we hebben te lang alleen maar functioneel naar de scholenopgave gekeken’. Dat is zeker waar, vindt Jolijn. “We moeten veel meer rekening houden met het gebruik in de toekomst. Maar dat is best lastig. We weten immers nog maar weinig over die toekomst. Het is daarom zaak om goed na te denken over ruimtegebruik in schoolgebouwen. Die ruimte moet dienend zijn aan verschillende invullingen. Het kan daarom verstandig zijn om die ruimte niet helemaal af te maken en plekken te creëren die tijdelijk ingevuld kunnen worden. Plekken die kunnen meebewegen met veranderingen in de tijd en veranderende visies op onderwijs.”

Quote icoon

"Een echt adaptief gebouw gaat wel 100 tot 150 jaar mee" - André van der Slik

André sluit zich hierbij aan. “We moeten gebouwen ontwerpen die na 30 of 40 jaar leeg geveegd kunnen worden. Het casco blijft dan staan, maar krijgt een andere invulling met een nieuwe inbouw en nieuwe installaties. Zo hebben we ook Het Element ontworpen. In dit schoolgebouw kan over enkele decennia ook een andere functie worden ingepast. Vanuit De Zwarte Hond kijken we zo naar duurzame bouw. We ontwerpen heel bewust robuuste gebouwen waar je alle kanten mee op kunt. Dan heb je echt adaptieve gebouwen die misschien wel 100 of 150 jaar meegaan.” Zijn reactie krijgt bijval uit het publiek. Een goed architectonisch ontwerp vormt daarmee indirect een voorwaarde voor toekomstig hergebruik. Dat vraagt om gebouwen te ontwerpen die altijd aantrekkelijk blijven.

‘Gemeenten moeten meer integraal naar de huisvestingsopgave kijken’. André: “Die integrale visie is heel belangrijk. Maar als we adaptieve gebouwen willen realiseren, dan moeten deze gebouwen wel een bepaalde overmaat hebben. Gemeenten moeten bereid zijn om hier budget voor beschikbaar te stellen.” Daar ligt nog een behoorlijke uitdaging, denkt Koen. “De budgetten zijn over het algemeen niet ruim. Dan kun je in de onderliggende visie wel vastleggen dat je intensiever wilt samenwerken met zorg- en welzijnsinstellingen zoals bijvoorbeeld de GGZ. Je kunt aangeven dat hier speciale behandelruimtes voor ingetekend moeten worden. Maar als je daar vervolgens de financiën niet voor krijgt, dan blijft het bij goede intenties. Dan blijft het bij een utopische gedachte.” Toch ziet Jolijn wel kansen voor een meer integrale aanpak en meervoudig gebruik van ruimten bij de realisatie van onderwijsgebouwen. Zo was zij met Urban Echoes de architect van basisschool en kinderopvang De Knotwilg in Amsterdam. “Deze school is tot stand gekomen in zeer goede samenwerking met stadsdeel Zuidoost. Hier is juist heel bewust wél in overmaat geïnvesteerd. Dat zit zowel in de tussenruimtes, de free spaces, als in het dubbel ruimtegebruik van onderwijsruimtes. Bij het ontwerpen van die tussenruimtes is bovendien niet alles tot op de lijn gedefinieerd. Er is daardoor een bepaalde vrijheid in het gebruik van deze ruimtes. De school is hierdoor constant in beweging en heeft een belangrijke functie in de buurt. Zo worden de kas op het dak van de school en de gymzaal ook door de buurtbewoners gebruikt. De opdrachtgevers en het stadsdeel hebben deze extra’s doelbewust in de bekostiging meegenomen. Daardoor hebben we meer vierkante meters kunnen maken en een breder gedragen en flexibeler gebouw kunnen realiseren. Dat werkt heel goed op deze plek, en dat is een direct gevolg van die integrale visie vanuit de gemeente én de opdrachtgever in het ontwerpproces. Het kan dus wel.”

SD 62 uitreiking IB4

Inspiratieboek 'Hoofd, Hart en Handen - Fijne plekken voor gebruikers'

Foto: Uitreiking Inspiratieboek 'Hoofd, Hart en Handen - Fijne plekken voor gebruikers' - vlnr: Yvonne van Zijl, Koen Janssen, André van der Slik, Adnan Tekin, Sibo Arbeek en Jolijn Valk

Eerste exemplaren van het gloednieuwe overzichtswerk ‘Hoofd, Hart en Handen - fijne plekken voor gebruikers’ zijn tijdens het symposium aangeboden aan de voorzitter van de MBO-Raad Adnan Tekin en de deelnemers aan het debat.

Schermafbeelding 2025 11 18 170341

Het inspiratieboek is de vierde in een reeks en voorziet in een boeiend overzicht van de staat van de Nederlandse scholenbouw, dat wil zeggen:

  • 320 pagina’s vol inspiratie voor toekomstige opdrachtgevers, bestuurders en alle partners in de branche
  • 60 actuele projecten met fijne plekken voor gebruikers
  • Mooie teksten, foto’s en plattegronden
  • Visionairs met opinies en inspirerende vergezichten
  • Pakkende inleidingen, projectgegevens en facts and figures.

U kunt het boek bestellen via de QR-code.