Twijfelen en observeren; een heldere reflectie op de essentie
22 oktober 2024
Jolijn Valk is een maatschappelijk en inhoudelijk gedreven architect, die onzekerheid in haar processen omarmt. Twijfel leidt tot verdere observatie en daardoor meer inzicht. Haar missie is om architectuur en ruimtelijk ontwerp midden in de maatschappij te plaatsen. Architectuur maakt de problemen, die geadresseerd moeten worden in de maatschappelijke en politieke discussie, zichtbaar.
Tekst: Sibo Arbeek
“Ik vind gebouwen en ruimtes met een zekere overmaat interessant, omdat daardoor rest- en tussenruimte ontstaat die uitnodigt op een of andere manier. Dat levert plekken op die niet a of b zijn, omdat ze niet vooraf gedefinieerd zijn. Een mooi voorbeeld vind ik een brug, die twee plekken verbindt, maar in zichzelf ook een plek is. Dat in beweging en dus feitelijk onaf zijn is een belangrijke kwaliteit in de gebouwde omgeving en dus ook in scholen. Een gang is niet alleen maar een verbinding, maar biedt met bijvoorbeeld nisjes ook ruimte voor een onbewuste invulling, waardoor iemand zich die plek eigen kan maken. De invulling gebeurt vaak spontaan en onbewust. Daarom is een goede plek per definitie ook adaptief en kan met de tijd veranderen.” Een mooi begin van een goed gesprek met Jolijn Valk, directeur van het architectenbureau Urban Echoes.
Jolijn Valk - Foto: Amy van Leiden - Project: Woningbouw Zuiderheide, Hilversum, 2019 i.s.m. House of Architects
Mensenrecht
Jolijn verder: “De filosoof Maxim Februari geeft aan dat schoonheid een mensenrecht is. Helemaal mee eens en schoonheid gaat verder dan alleen maar mooi of lelijk en is niet objectief te bepalen, zoals men in de klassieke oudheid dacht. Toch; als schoonheid er niet is voel je het als een groot gemis en als het er wel is kun je ineens met iets groters verbonden zijn. Een omgeving die goed voelt, doet iets met je. Dat is uiteindelijk ook waar architectuur over gaat. Als we dat ongrijpbare begrip niet meer mee laten wegen in het nadenken over de gebouwde omgeving, wat zegt dat dan over de mensen voor wie je ontwerpt en bouwt? En wat zegt dat weer over de toekomstige samenleving? Elke opgave begint daarom met het observeren en duiden van de plek, hoe de zon staat, de ligging van het gebouw is, de kwaliteiten van de bodem en de natuurlijke relaties met de omgeving. Zoeken naar de verborgen lagen noemen wij dat, de meervoudigheid en wederkerigheid hierin zijn heel belangrijk. Ook dat je nadenkt over hoe het straks ervaren en beleefd wordt en hoe het mee kan veranderen in de tijd, dat het goed verouderd en zonder dat het ingrijpend veranderd hoeft te worden. Dat is meer dan ooit een actueel thema; we zijn een sterk geïndividualiseerde samenleving en eigenlijk moeten we weer voelen hoe belangrijk het publieke domein is. Mensen zijn het ontwend om elkaar spontaan te ontmoeten. Mede door sociale media, maar ook door de vele restricties die er zijn. Door voortdurend op gevaar te wijzen creëer je angstige mensen. Het lijkt haast veiliger te zijn om in een online omgeving te leven. De publieke ruimte wordt eng gevonden. Als je mensen mede-eigenaar maakt van de omgeving zullen ze er samen ook beter voor zorgen en elkaar er op aanspreken. Een goed ontwerp stimuleert om elkaar te ontmoeten, maar ook om elkaar ruimte te kunnen geven. Die diversiteit is belangrijk en dat is de essentie van elk ontwerp. Daarom moeten we dus vrije ruimte ontwerpen om te oefenen samen te komen in de dagelijkse leefomgeving; en waar kan dat beter dan in scholen. Het ontwerp van de ‘extra en vrije ruimte’ in scholen is zo belangrijk, omdat kinderen en studenten daar leren elkaar te ontmoeten en ruimte innemen om met elkaar om te gaan. En dat daar dus ruimte voor ontworpen moet worden. De opgave is om ruimte te ontwerpen voor ongeplande en onverwachte gebeurtenissen. Dat lukt je niet met gestandaardiseerd ontwerpen en alleen maar rechte gevellijnen. Ontwerpen is ook leren omgaan met toevalligheden.”
"Overmaat en variatie zijn belangrijk, om niet verwachte plekken te laten ontstaan. Daar gebeurt het"
Twijfel als drijfveer
“Twijfel is een belangrijke drijfveer in mijn werk. Door te twijfelen aan je eigen inzicht dwing je jezelf verder na te denken over wat een plek met je doet en leidt tot samenwerken en bevragen. Twijfel leidt tot verdere observatie; soms betekent dat ook dat je heel weinig hoeft te doen, om iets te accentueren. Soms hoef je helemaal niets fysieks te doen, omdat het al goed is. Een goed gebouw verbindt zachte en harde waarden en dat geldt ook voor een wijk of een stad. Architectuur ervaar je met lichaam én geest, ik noem dat ook wel de belichaamde ervaring van ruimte. Goede gebouwen hebben een uitstraling naar hun omgeving. Ze nemen ruimte in, maar geven ook ruimte terug. Architectuur is een reflectie op de huidige maatschappij, maar laat ook een toekomstige wereld zien. Ik besef in alles wat ik doe dat het een consequentie heeft op alles en iedereen rond een opgave.
Foto: Urban Echoes, expositie ARCAM 2019 - Alle mensen zijn maquettepoppetjes gemaakt van tekeningen van de schoolkinderen van zichzelf waar we 3d poppetjes van hebben gemaakt op een sociale werkplaats. De maquette stond lange tijd op de school voor alle kinderen, docenten en ouders.
In dat proces van vormen en ontwerpen werken wij veel met maquettes. Mensen kunnen moeilijk plattegronden lezen, maar maquettes helpen en zijn wel leesbaar. Maquettes zijn een heel democratisch middel. Daarbij wordt de verbeelding geactiveerd en word je deelnemer in het ontwerpproces. In een maquette ervaar je ook de context en zie je de relatie tussen de ruimten en de verbinding die het gebouw met de omgeving maakt.”
Goed opdrachtgeverschap
“Nieuwsgierigheid is een mooie drijfveer, net als twijfel. Goed opdrachtgeverschap betekent ook veel vragen blijven stellen. Op het moment dat een opdrachtgever twijfelt krijg je een dialoog en creëer je een context. De praktijk is helaas dat we steeds efficiënter ontwerpen en bouwen. Integraal met een team aanbesteden klinkt ideaal, maar een nieuwe vorm van samenwerken vraagt om een cultuurverandering. Het is geen efficiencyslag, maar een verdiepingsslag. Ik zie verschillende projecten waarbij de verschillende partijen elkaar niet begrijpen omdat ze een verschillende taal spreken. Bij elkaar brengen op basis van visie en inhoud is enorm belangrijk om een goed proces in te gaan. Ik zie dat het in selecties toch vaak om punten- systemen en referenties gaat. Als je binnen de afgelopen vier jaar niet een exact vergelijkbare school hebt gebouwd doe je niet mee. Je zou een architect moeten selecteren op een gesprek en een visie op de opgave. Wat zegt het over scholen, wonen, bejaardentehuizen of musea als we alleen maar het pragmatische laten beslissen, met planningen, excelsheets en normen. Mensen zijn niet gelijk, juist verschillend, maar dienen allen gelijkwaardige kansen te hebben en gelijk behandeld te worden. Als je alles van tevoren inkadert krijg je weer hetzelfde en ziet elk school er hetzelfde uit. De samenleving van morgen vraagt om andere antwoorden. Daar moeten we naar zoeken. Het durven zeggen dat je het niet weet en dat je nieuwsgierig bent hoe anderen ernaar kijken is een belangrijke kwaliteit in elk ontwerp- en bouwproces. Dat kun je niet standaardiseren of vooraf in regeltjes vastleggen.”
De Knotwilg
“Een goede opdrachtgever is ook een verbinder. Dat zagen we bij IKC Knotwilg in Amsterdam Zuidoost. De opdrachtgever vond het belangrijk dat een gevestigd bureau met een jong bureau zou samenwerken. Samen met studioninedots, hebben we de selectie gewonnen. In dat proces probeerden wij met de opdrachtgevers alles en iedereen met elkaar te verbinden; wij in het gebouw en de architectuur, de opdrachtgever met het proces. De kinderen, het schoolteam, de omwonenden, de gemeente; iedereen deed mee en voelt zich verantwoordelijk. De Knotwilg heeft geen hek bijvoorbeeld en iedereen zorgt dat het buitenterrein mooi en opgeruimd blijft. Het is een vrij eenvoudig rechthoekig volume met daarin een combinatie van een basisschool, een gymzaal, een naschoolse opvang en een kinderdagverblijf.
Het heeft een gymzaal op het dak met een enorm groot raam met kunstwerk van Arnout Meijer, zodat het donkere fietspad achter het gebouw verlicht wordt. Zo wordt het gebouw een lantaarn in de omgeving. We hebben ook een kas op het dak gemaakt en in de grote keuken bereiden ouders en kinderen eten met groente uit de schooltuin. Eten is een groot onderdeel van de cultuur van zuidoost. Overal vind je doorzichten met raampjes op de maat van kinderen, bijzondere plekjes, een glijbaan en een zitkuil.
De verschillende volumes hebben we allemaal zo aan elkaar geschakeld dat je nergens deuren nodig hebt en nergens harde wanden als scheiding hebt. Ik kreeg een mail van een buurtbewoner die schreef dat hij telkens zo gelukkig wordt als hij langs het gebouw loopt. Een goed gebouw kan mensen even verheffen en zorgt ook voor dierbare herinneringen die gebruikers altijd met zich mee kunnen dragen.”
IKC Knotwilg, Amsterdam Zuidoost - Foto: Gert Jan van Rooij
"Het durven zeggen dat je het niet weet en dat je nieuwsgierig bent hoe anderen ernaar kijken is een belangrijke kwaliteit in elk ontwerp- en bouwproces"
Het alledaagse
“Architectuur is aanwezig in het alledaagse. Steden maken mensen en architecten en stedenbouwers maken gebouwde omgevingen. Dat zijn dynamische processen. Hoe een schoolgebouw eruit ziet beïnvloedt de leerervaring. De context is belangrijk en de architectuur van het onderwijs is een belichaamde ervaring die het onderwijs direct beïnvloedt. In een fijne school mag je spelen, ontdekken, avonturieren, verdwalen en twijfelen. Je moet kinderen al vroeg leren omgaan met ruimtelijkheid, juist onbewust. Een school moet meer zijn dan alleen maar een voorbereiding op een efficiënte bijdrage aan de maatschappij, het kan je spelend leren omgaan met onzekerheden in het leven en de relatie met natuur. De Amerikaanse architect en beeldhouwer Lebbeus Woods verwoordde het treffend: “space is the medium of our relationships with the world and everything in it.” Goede architectuur laat ruimte ontstaan. De opgave is om die ruimte betekenisvol te vullen. Niet met een efficiënt en recht gevelbeeld of rechte gangen, maar met verspringende lijnen, een trappetje dat net uitsteekt, een bank die uitnodigt om er op te zitten en om je heen te kijken. Overmaat en variatie zijn belangrijk, om niet verwachte plekken te laten ontstaan. Daar gebeurt het.”
Jolijn is medeoprichter en architect-directeur van de Amsterdamse architectuur- en ontwerpstudio Urban Echoes. Ze studeerde in 2010 af aan de Amsterdamse Academie van Bouwkunst op een ‘levende’ brug over het IJ en ze richtte in 2013 Urban Echoes op na gewerkt te hebben voor o.a. SeARCH en studioninedots. Ze was architect lid van welstandcommissies Amersfoort en Almere, neemt deel aan verschillende architectuurjury’s en is gastdocent, examinator en mentor aan verschillende Academies van Bouwkunst. Van 2021 tot 2023 was zij voorzitter van de BNA, het Koninklijk Instituut van Nederlandse Architecten en is momenteel ook werkzaam bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie aan het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp.