/ verbindend in maatschappelijk vastgoed
Studenten V Ud
Onderwijs
Artikel

Wat vinden studenten er zelf van? Wel of niet naar de fysieke campus?

9 juli 2024

De afgelopen maanden onderzochten drie groepen studenten van de opleiding Bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam de motivatie van studenten om voor online onderwijs of juist de fysieke campus te kiezen. Reden is dat studenten na corona de weg naar de fysieke campus minder vanzelfsprekend kiezen. Dat leidde tot interessante inzichten en bruikbare adviezen voor de beleidsmakers.

Al jarenlang werkt de Vrije Universiteit samen met Schooldomein en het Center for People and Buildings (CfPB), met als doel studenten onderzoek te laten doen rond vraagstukken in het publieke domein. Dit keer ging het over de manier waarop studenten de fysieke campus ervaren en vooral gebruiken. De achterliggende motivatie om voor dit thema te kiezen was het nieuws dat een aantal campussen moeite heeft om de studenten na de corona periode weer naar de fysieke campus te krijgen. Zo deelde de Radboud Universiteit gratis broodjes uit en vroegen andere universiteiten docenten om scherper toe te zien op fysieke aanwezigheid. Ook werd kritisch gekeken naar de effecten van online onderwijs als reden om niet meer of minder naar de fysieke campus te gaan.

Aantrekkelijke verblijfsplekken

Vanzelfsprekend vindt de universiteit fysieke interactie en de sociaal-ruimtelijke dimensie van onderwijs belangrijk, als onderdeel van de ontwikkeling naar de hybride leeromgeving. Dat blijkt ook uit de transformatie van veel campussen tot aantrekkelijke verblijfsplekken. Studenten, docenten en managers hebben eigen ideeën bij een balans tussen fysiek en online onderwijs en vragen allen iets anders van de campus. Hoe breng je deze perspectieven samen om de campus te laten aansluiten op de nieuwe realiteit? Het doel van dit onderzoek is om een voorzichtig antwoord te bieden op deze vragen. Onderzoekers Mathilda du Preez en Dennis La Brijn van het CfPB: “De problematiek van de VU is niet uniek. Veel universiteiten ondervinden dat on-campus onderwijs post-COVID minder goed bezocht wordt dan voorheen. Dit doorkruist de ambitie van onderwijsinstellingen om hun campussen te ontwikkelen tot levendige ontmoetingsplekken waar sprake is van hoogwaardige formele en informele kennisoverdracht.

Studenten VU

Overigens speelt deze problematiek niet alleen in de onderwijswereld. Ook binnen overheid en bedrijfsleven speelt soortgelijke problematiek. Binnen kantoorhoudende organisaties doen veel medewerkers een (flink) deel van hun werkzaamheden bij voorkeur thuis. Uit onderzoek van het CfPB komt naar voren dat medewerkers bij dit zogenoemde ‘hybride werken’ hun eigen productiviteit vaak hoog inschatten. Werknemers zijn tevreden over de verminderde reistijd en ook de betere werk-privé balans wordt gewaardeerd. Bij werkgevers zijn er echter zorgen: blijft het gevoel van onderlinge verbondenheid op de langere termijn bijvoorbeeld wel in stand wanneer mensen nog maar een deel van de tijd op de werkplek aanwezig zijn? Is het regelmatig fysiek samenzijn in een ruimte geen essentiële voorwaarde voor kennisuitwisseling? En hoe zit het met de productiviteit op de langere termijn? Binnen organisaties in het bedrijfsleven en de overheid wordt er nagedacht over manieren om medewerkers vaker naar het kantoor te ‘lokken’. Dat kan, behalve door dit te verplichten, bijvoorbeeld door de faciliteiten en fysieke ruimte af te stemmen op de behoeften van medewerkers. Onderzoek naar dit onderwerp op de VU-campus is waardevol. Ten eerste om te zien op welke wijze de VU concreet invulling kan geven aan de ambitie om de campus (weer) een levendige en hoogwaardige ontmoetingsplek te laten zijn voor studenten, docenten en ondersteunend personeel. Verder is het interessant om te zien of binnen de VU dezelfde problemen en oplossingen aan het licht komen als bij kantoorhoudende organisaties. Ten slotte zijn de uitkomsten van het onderzoek interessant omdat een deel van de onderzoeksgroep – de studenten – in de toekomst aan de slag zal gaan voor kantoorhoudende organisaties. Voor deze organisaties is het nuttig om te weten welke inzichten en gevoelens er leven bij toekomstige medewerkers.”

Kwalitatief onderzoek 

Het betreft voor de duidelijkheid een empirisch en kwalitatief onderzoek. De studenten hebben medestudenten binnen de (fysieke) campus van de VU als onderzoeksterrein gekozen. Zowel eerstejaars studenten als ouderejaars studenten zijn bevraagd. De overweging daarbij is dat de laatste groep de periode voor corona nog kent en die ervaring af kan zetten tegen het eigen gedrag. De drie groepen kozen elk een eigen thema: Op zoek naar veranderingen, wel of niet naar de campus en tenslotte de invloed van de online of offline leeromgeving. Schooldomein heeft de resultaten vertaald in een samenhangend artikel.

Quote icoon

"Online onderwijs biedt studenten de flexibiliteit om colleges terug te kijken op hun eigen tempo en tijdstip"

Gemak, tijd en moeite

Uit het onderzoek naar de invloed van de online en offline leeromgeving komt dat het fysiek volgen van onderwijs studenten (meer) tijd en moeite kost. De soms lange reistijd is een belemmering, vooral wanneer de lessen kort en niet verplicht zijn. Gevolg is dan dat studenten de voorkeur geven aan online opties. Daarnaast spelen de drukte op de campus op bepaalde dagen en het beperkt beschikbaar zijn van studieplekken een rol in de keuze van studenten. Thuis of in de bibliotheek studeren is dan effectiever. Online onderwijs biedt studenten de flexibiliteit om colleges terug te kijken op hun eigen tempo en tijdstip. Als voordeel wordt verder genoemd dat online stof terug kijken studenten in staat stelt om zich beter voor te bereiden op tentamens en in het eigen tempo te verdiepen in de lesstof. Opvallend is dat de anonimiteit in de online leeromgeving er ook aan bijdraagt dat sommige studenten zich vrijer voelen om vragen te stellen en deel te nemen aan discussies. Tegelijkertijd kan deze anonimiteit ook leiden tot een verminderde motivatie en betrokkenheid, aangezien de sociale druk ontbreekt. Ook raken studenten sneller afgeleid tijdens het volgen van online lessen, wat de effectiviteit van kennisoverdracht kan verminderen. Opvallend; mede als gevolg van de hoge huren werkt een student gemiddeld 15 tot 25 uur per week, maar dit wordt niet gezien als een overwegende reden om niet naar de fysieke campus te gaan.”

Commitment en focus

Hoewel studenten dus veelal vanwege het gemak kiezen voor online opties, onderkennen zij wel degelijk dat het wel komen naar de fysieke campus leidt tot meer commitment en focus tijdens de (werk-)colleges. Met elkaar op de campus samenwerken aan projecten leidt vervolgens weer tot een meer actieve participatie, waardoor studenten zich makkelijker langer kunnen concentreren, wat de leerervaring positief beïnvloedt. Daarnaast bevordert de fysieke aanwezigheid op de campus het gevoel onderdeel te zijn van de groepsdynamiek. Dat is leuker en draagt bij aan serieuze studiehouding. Studenten raken sneller gemotiveerd vanwege de aanwezigheid van medestudenten en docenten; participeren in de fysieke leeromgeving leidt tot meer interactie en kennisuitwisseling tussen studenten en docenten. De directe communicatie en snelle feedback in een fysieke setting verbeteren de leerervaring en leiden tot meer interactie.

Schermafbeelding 2025 12 22 152323

Voor- en nadelen

Samenvattend zien de studenten zowel voor- als nadelen bij of fysieke of online onderwijsvormen. Op basis van het onderzoek doen zij een aantal aanbevelingen: “Wij adviseren de VU om een systeem te implementeren waarmee studenten eenvoudig een studeerplek kunnen reserveren. Dit systeem kan vergelijkbaar zijn met het reserveren van een stoel in de bioscoop en kan worden gerealiseerd door het centraliseren van bepaalde ruimtes die specifiek bedoeld zijn voor zelfstudie. Deze studeerplekken kunnen voorzien worden van een QR-code waarmee studenten bij aankomst in kunnen checken. Daarnaast blijkt uit de interviews met medestudenten dat er toch nog vaak discrepanties bestaan tussen de leeromgeving die studenten als optimaal beschouwen en de omgeving waar zij daadwerkelijk gebruik van kunnen maken. Dit gaat vaak om voor de hand liggende zaken als een ruimte reserveren, voldoende stopcontacten, hygiëne, rust en voldoende werkruimte.

Behoefte aan flexibiliteit

Studenten hebben behoefte aan flexibiliteit en dat manifesteert zich met name in de hogere studiejaren, waar meer vrijheid in het indelen van het onderwijs gewenst is. Ouderejaars studenten, zeker de master studenten, erkennen de voordelen van de fysieke (offline-) leeromgeving en maken daar ook veelvuldig gebruik van, ook al kunnen de individuele verschillen opmerkelijk groot zijn. Wel kiezen zij ook regelmatig voor de online mogelijkheden. Voor eerstejaarsstudenten ligt dit anders; hen de vrijheid geven om te kiezen brengt het risico met zich mee dat zij voor de meest toegankelijke optie gaan zonder dat zij volledig begrijpen welke omgeving het beste aansluit bij hun eigen leerdoelen. De studenten adviseren het CvB van de VU om fysiek onderwijs verplicht te maken voor eerstejaarsstudenten. Dit zou hen helpen de voordelen van een fysieke leeromgeving te ervaren en ervoor te zorgen dat zij na hun eerste studiejaar een goed inzicht hebben op wat voor een soort vorm van onderwijs zij nodig hebben om succesvol te kunnen studeren.

Quote icoon

"Studenten voelen zich meer toegewijd en zijn geneigd hun tijd effectiever te benutten wanneer ze fysiek aanwezig zijn"

Verminderde betrokkenheid

Hoofdzakelijk kiezen voor online onderwijs vermindert volgens de studenten onmiskenbaar de betrokkenheid van de studenten bij de universiteit en vermindert de kennisoverdracht bij het volgen van colleges en werkgroepen. Om dit te voorkomen stellen zij bijvoorbeeld voor om de opnames van colleges pas beschikbaar te stellen in de onderwijsvrije tijd voorafgaand aan de tentamens. Hierdoor worden studenten vanaf het begin van de onderwijsperiode gestimuleerd om fysiek aanwezig te zijn bij de hoorcolleges, omdat zij de gedeelde informatie anders pas kort voor de tentamens kunnen verkrijgen. Deze verhoogde urgentie zal studenten eerder motiveren om naar de universiteit te komen voor hun onderwijs.

Sociale interactie

Een verder advies betreft het concentreren van contacturen, waardoor het logischer wordt om naar de campus te komen. Het gevoel is dat docenten niet altijd goed omgaan met de kansen van hybride onderwijs en de organisatie in effectieve werk- en onderwijsvormen. Fysiek onderwijs zou meer gericht moeten worden op interactieve werkvormen. Binnen de facilitaire organisatie is het lastig om ruimtes voor groepen te plannen. In combinatie met de vindbaarheid van goede werkplekken leidt dat ook tot een verminderde motivatie om naar de fysieke campus te komen.

Rol studieverenigingen

Opvallend is dat veel studenten uit dit onderzoek weinig tot geen activiteiten volgden bij studieverenigingen. Hun sociale contacten en activiteiten vinden vooral buiten de universiteit en binnen het eigen sociale netwerk plaats. Ook dat vermindert de reden om naar de campus te komen. Studenten zouden zich meer bewust moeten zijn van de voordelen van de sociale interactie die op de campus mogelijk is. De rol en zichtbaarheid van studieverenigingen binnen de campus zou bijvoorbeeld versterkt kunnen worden.

Inclusieve en toegankelijke leeromgeving

Het onderzoek benadrukt duidelijk het belang van fysiek onderwijs en de mogelijkheden van online onderwijs. Om optimaal te profiteren van de voordelen van beide onderwijsvormen, is het essentieel dat de VU een evenwicht vindt dat zowel de behoefte aan fysieke aanwezigheid en sociale interactie als de vraag naar flexibiliteit en toegankelijkheid in acht neemt. Door deze logistieke uitdagingen aan te pakken en een inclusieve en toegankelijke leeromgeving te creëren, kan de universiteit ervoor zorgen dat alle studenten, ongeacht hun woonplaats of persoonlijke omstandigheden een positieve leeromgeving hebben.

Met dank aan hoofddocent Sytze Kingma en zijn studenten Libian Sedoc, Quinten Macnack, Mirthe Mulder, Nick Spanjer, Tessa Slooff, Sjoerd Holsbeeke, Jelani Kooiman, Mafalda van Manen, Doris Kroes, Kai de Rooij en Jasmijn Jongsma.