De sportinfrastructuur in Nederland wordt op veel plekken onvoldoende gebruikt. Er zijn echter opvallende uitzonderingen: plekken waar de openbare ruimte of sportaccommodaties wél optimaal wordt benut. Het SPOT ON-project onderzoekt deze succesvolle sportlocaties en deelt de geleerde lessen met andere sportaanbieders, gemeenten en professionals. Remco Hoekman is als directeur van het Mulier Instituut en bijzonder hoogleraar Sportsociologie en Sportbeleid betrokken bij het onderzoek.
Een vitale samenleving vraagt om een goede beweeg- en sportinfrastructuur. Om de meerwaarde hiervan te duiden, verricht het Mulier Instituut al jaren veelvuldig onderzoek naar de maatschappelijke en financiële waarde van sport. En die waarde gaat volgens Remco Hoekman veel verder dan gezondheidswinst. ‘Het gaat steeds meer om brede welvaart en de bijdrage die sport daaraan kan leveren.’ Sport- en bewegen zou voor iedereen moeten zijn, en dat moet op een goede manier gefaciliteerd worden.’
28 hotspots
Het SPOT ON-project onderzoekt 28 succesvolle hotspots waar eigenaren, exploitanten, beheerders en sportaanbieders zich door middel van innovatieve organisatievormen en bedrijfsmodellen weten te onderscheiden. Hoekman: ‘We kijken naar verschillende type accommodaties, van zwembaden en gymzalen tot sportparken. We zoomen daarbij in op de specifieke succesprincipes van deze locaties en onderzoeken of we die principes kunnen overdragen naar andere accommodaties. Zo leren we van elkaar en versterken we de sportinfrastructuur van Nederland.’
Het beter benutten van sportaccommodaties is volgens Hoekman echter een ‘lastige puzzel’ om te leggen. Het landschap van sportaccommodaties en sportaanbod kenmerkt zich namelijk door vele verschijningsvormen van publiek, publiek-privaat en privaat aanbod. De context van de regio en de demografische cijfers maken de uitdaging nog een stukje lastiger. ‘Een stedelijke omgeving vraagt om andere voorzieningen dan een kleine gemeente. Succesvoorbeelden zijn niet makkelijk één op één te kopiëren. Sport- en sportaccommodatiebeleid is voor een deel maatwerk.’
Sport en onderwijs
Optimalisatie van de sportinfrastructuur moet volgens Hoekman vooral gezocht worden in betere benutting van sportaccommodaties over de sectoren heen. Met als belangrijkste connectie sport en onderwijs. ‘Daar valt nog veel winst te behalen. Zo zijn sporthallen bij scholen bijvoorbeeld prima dubbel te gebruiken. We kunnen daarnaast ook meer doen met bewegingsonderwijs en fysiotherapie in de huidige sportaccommodaties. Dat vergroot de maatschappelijke waarde aanzienlijk. Als we dat goed organiseren, kunnen we misschien zelfs met minder maatschappelijke accommodaties toe.’
Een goede legitimering van overheidsgelden die naar sportaccommodaties gaan, is van groot belang. ‘Veel gemeenten zien het belang van een goede sportinfrastructuur, maar sport is geen wettelijke verplichting. Gemeenten hebben bovendien nog veel meer uitdagingen op hun bordje. Het is daarom zaak om de balans tussen financiële waarde en maatschappelijke waarde van sportaccommodaties goed in het oog te houden. En daar zit een zekere spanning in. Voor de financiële waarde kunnen we zwembaden bijvoorbeeld beter niet te vaak open houden, maar voor de maatschappelijke waarde juist wel. Welke keuzes maak je als gemeente daarin en hoe verantwoord je die keuzes? Daar moet goed over worden nagedacht.’
Ongelijk investeren
Hoekman ziet twee mogelijke routes om de sportinfrastructuur in Nederland verder te versterken. ‘Of we zorgen dat er meer gebruik gemaakt wordt van de accommodaties. Dan komt er meer geld binnen dat we vervolgens kunnen inzetten voor sportstimulering op specifieke doelgroepen. Of we subsidiëren accommodaties, maar stellen daar bepaalde eisen aan om zo te sturen op het vergroten van de maatschappelijke waarde. Een combinatie is natuurlijk ook mogelijk en misschien wel het meest kansrijk. We zullen hoe dan ook ongelijk moeten investeren in gelijke kansen voor iedereen. Het is daarom van groot belang dat die financiële en maatschappelijke waarde van de sportaccommodaties scherp in beeld zijn.’
Het beter benutten van sportaccommodaties vraagt dus om duidelijke keuzes vanuit de politiek. Maar ook om een goede combinatie van hardware, orgware en software. Hoekman: ‘We hebben goede accommodaties -de hardware- nodig, maar ook de juiste organisatie -orgware- om de mogelijkheden van die accommodaties ten volle te benutten én het juiste activiteitenaanbod -de software- dat aansluit op de behoefte in de omgeving en dat is ontwikkeld met de doelgroepen waarvoor je het doet. Die combinatie van hardware, orgware en software moet goed passen bij de lokale context.’
Druk op het vastgoed
Vanuit het Mulier Instituut heeft Hoekman de afgelopen jaren de uitgaven aan sport flink zien toenemen, zelfs in financieel mindere tijden waarin andere landen in Europa de uitgaven terugbrachten. Een mooie constatering, maar die groei in uitgaven kan niet oneindig doorgaan. ‘Er staat veel druk op de gemeentelijke uitgaven. Veel maatschappelijk vastgoed moet de komende jaren vervangen of verduurzaamd worden. Ook de sportinfrastructuur komt daardoor onder druk te staan. Daarnaast zien we een groeiende druk op de ruimte in de grote steden. Dat vraagt om goed beleid en goede samenwerking tussen lokale overheden, marktpartijen, stichtingen, verenigingen en andere gebruikers.’
Het is volgens Hoekman vooral zaak om de professionalisering in de sport- en beweegsector verder aan te jagen. ‘Daarvoor moeten we de goede voorbeelden onder de loep nemen en achterhalen waarom deze accommodaties succesvol zijn. Vervolgens moeten we de succesfactoren structureren en borgen in het beleid. Zo kunnen we toewerken naar een brede en toekomstbestendige sportinfrastructuur.’
Het SPOT ON-projectteam bestaat uit meerdere universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen, diverse gemeenten en organisaties uit de sportsector. Het team richt zich op innovatieve hotspots die financiële duurzaamheid en maatschappelijke waarde combineren. Hierbij onderzoekt het team de succesfactoren van deze locaties door samenwerking en onderzoek met betrokkenen. SPOT ON ondersteunt zodoende beleidsmakers, sportaanbieders en opleidingen om van elkaar te leren en samen innovatieve sportoplossingen te realiseren.