/ verbindend in maatschappelijk vastgoed
Five swimmers racing against each other swiming pool 1
Gemeenten
SRO
Column
Vastgoedsturing

De sportaccommodatie van gisteren voor de beweging van morgen

8 juni 2026

Even geleden was ik in een Amersfoortse sport-hal waar nog borden hingen ‘verboden te roken’. Als symbool van de tijd waarin de hal is gebouwd: 1973. Achterhaald vastgoed dat niet meer aansluit bij de wensen en eisen van deze tijd. 

John machiels

John Machiels, Directiesecretaris SRO

Ze staan overal: sporthallen, zwembaden en gymzalen uit de jaren ’70 en ‘80. Gemeenten bouwden toen massaal sportvoorzieningen, gedreven door bevolkingsgroei, een sterk verenigingsleven en het geloof dat sport bijdraagt aan vorming van de jeugd en een gezonde samenleving. Die investeringsgolf heeft ons in internationaal opzicht een uniek dicht netwerk van sportaccommodaties opgeleverd.Veel van dat sportvastgoed is inmiddels technisch en functioneel verouderd. 

Installaties zijn afgeschreven, energieprestaties ver onder de maat en exploitatiekosten lopen op. Vooral zwembaden vormen een hoofdpijndossier: essentieel voor zwemveiligheid, maar structureel verliesgevend en uit oogpunt van duurzaamheid gebouwen die je eigenlijk niet meer kan verantwoorden. Levensduur en klimaatdoelen dwingen gemeenten om hun vastgoed te verduurzamen. In 2050 moeten ook sportgebouwen emissievrij zijn. Dat vraagt forse investeringen.

Deze vastgoedopgave valt samen met een andere, minstens zo grote uitdaging om inwoners meer te laten bewegen. Ondanks al die accommodaties voldoet minder dan de helft van de Nederlanders aan de beweegrichtlijnen. De ambitie dat in 2040 driekwart van de bevolking voldoende beweegt, lijkt ver weg. Dat wringt. We hebben een grote hoeveelheid aan sportaccommodaties, maar tegelijkertijd onvoldoende effect op het beweeggedrag van inwoners. De groei van het aantal sporters en bewegers heeft de laatste decennia vooral plaatsgevonden buiten de sportvereniging, bij fitnesscentra en in de openbare ruimte.

Dat roept een fundamentele vraag op: bouwen en beheren gemeenten nog wel voor de sport en beweging van nu? Veel sportvastgoed is ontworpen voor georganiseerde verenigingssport, voor vaste trainingsuren en ingericht op de regels voor competitie. De samenleving verandert, maar gemeenten blijven deze sportaccommodaties op nagenoeg dezelfde manier vervangen. Mensen sporten vaker individueel, ongeorganiseerd en op flexibele momenten. Populaire sporten als padel, fitness en hyrox vinden geen plek in gemeentelijk vastgoed. De markt wordt geacht op deze nieuwe vraag in te spelen.

Hier ligt een kans, dan wel de noodzaak om te innoveren. Vastgoed is geen doel op zich, maar een middel om maatschappelijke doelen te bereiken. Naar mijn mening vraagt dat om twee grote veranderingen. 

Ten eerste is er een omslag nodig van aanbodgerichte naar vraaggerichte sportvoorzieningen. Van bouwen voor onderwijs en verenigingen naar bouwen voor de sport- en beweegwensen van de hele lokale gemeenschap. 

Ten tweede vraagt het om meer samenwerking met private partijen. De scherpe scheiding tussen het sportaanbod van de overheid en dat van marktpartijen verdwijnt bij het centraal stellen van de sport- en beweegvraag van de gemeenschap. Dat brengt uitdagingen met zich. Regels rond aanbesteden, de Wet Markt & Overheid, maken de samenwerking met de markt op voorhand niet eenvoudig. Het vergt van gemeenten specifieke kennis om door middel van publiek private samenwerking beter in te spelen op de sport- en beweegvraag van inwoners. DBFMO contracten, sociale ondernemingen, Special Purpose Vehicles (SPV’s) en Joint Ventures zijn concepten die wellicht helpen om overheid en marktpartijen samen te laten werken. 

Wie vasthoudt aan gebouwen uit het verleden, loopt het risico de beweging van de toekomst te missen. De uitdaging is niet om zoveel mogelijk stenen in stand te houden, maar om met slimme investeringen en samenwerkingen met marktpartijen echte impact te maken op gezondheid en leefbaarheid.