/ verbindend in maatschappelijk vastgoed
Male swimmer swimming butterfly stroke 1
Sport
Column
Vastgoedsturing

Het spanningsveld tussen onderhoud en exploitatie

10 juni 2026

Onderhoud en exploitatie van zwembaden wordt steeds duurder. Voor veel gemeenten vormt dit een serieus probleem, want onderhouds- en investeringsinstrumenten zijn de laatste jaren niet of nauwelijks meegegroeid met de werkelijkheid. Het wordt tijd dat we hier een eerlijk en open gesprek over voeren.

Remco joukes

Remco Joukes, Afdelingshoofd Bouw & Techniek bij Koninklijke Sportfondsen Nederland B.V.

In de bouw- en installatiesector zien we al jaren prijsdruk door schaarste aan materialen, arbeid en energie. Waar tussen 2020 en 2022 materiaalprijzen opliepen, is sinds 2023 vooral arbeid de aanjager: loonontwikkelingen die in de sector hard aantikken, met uitschieters in specialistische branches zoals zwembaden.

En precies daar wringt de schoen in de wereld van het gemeentelijk vastgoed. Zwembaden zijn vaak gemeentelijk eigendom, maar de exploitatie ligt veelal bij een niet-gemeentelijke partij. De afspraken die je dan met elkaar maakt, gaan natuurlijk niet alleen over financiën, maar ook over toegankelijkheid, dienstverlening, onderhoud en verduurzaming, oftewel: over de publieke waarde.

Het probleem is echter dat de onderhouds- en investeringsinstrumenten niet altijd meegegroeid zijn met de werkelijkheid. Veel meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) zijn gebaseerd op prijsniveaus van vóór 2022. Ze zijn de laatste jaren onvoldoende geactualiseerd. Indexaties die jarenlang “wel ongeveer klopten” -denk aan 2,5 tot 3%- blijken vandaag de dag te laag. Veel gemeenten hebben dan ook een te rooskleurig beeld dat niet strookt met de realiteit. We zullen hier op korte termijn het gesprek over moeten voeren, voordat dit een politieke verrassing wordt.

De praktijk is namelijk hard: bouw- en materiaalkosten zijn sinds 2020 fors gestegen en offertes kunnen 100 tot 200% boven oorspronkelijke ramingen uitkomen. Daarbovenop komen nog aanvullende voorwaarden en veiligheidseisen die in de uitvoering extra kosten met zich meebrengen. Voor een zwembad is dat geen abstract probleem: het raakt direct de vraag of je open kunt blijven. En tegen welke tarieven? En met welke kwaliteit?

Daar zit ook het spanningsveld tussen onderhoud en exploitatie. Onderhoud en renovatie botsen nog regelmatig met exploitatiebelangen: sluiting van een bad betekent omzetverlies, uitval van lessen, gedoe in roosters en uiteindelijk frustratie bij bezoekers. Tegelijkertijd is “open blijven” geen vrijblijvende wens: in exploitatieafspraken wordt een zwembad neergezet als publieke voorziening voor recreatieve, sportieve en educatieve doeleinden, met brede beschikbaarheid door het jaar heen en alleen geplande sluiting voor onderhoud in overleg. Dat is een belofte aan inwoners. Dus wat doen we als de rek eruit is?

Dan helpt het niet om te doen alsof het probleem verdwijnt met nóg scherpere inkoop, of nóg een aanbestedingsronde. Wat wél helpt, is de volwassen keuze om “de kaart van gisteren” te vervangen door het dashboard van vandaag. Dat begint met het frequenter actualiseren van MJOP’s en het hanteren van actuele prijsniveaus op basis van recente offertes. Het vraagt ook om realistischer indexeren, meer brancheconform. En om aanbestedingsstrategie als maatwerk te behandelen: soms splitsen waar het goedkoper wordt, soms bundelen waar het efficiënter is.

Maar de grootste winst zit waarschijnlijk in samenwerking. Vroeg plannen, gezamenlijke jaarkalenders, open gesprekken over “wanneer kan het bad dicht zonder dat de exploitatie omvalt?”, en proactieve communicatie richting gemeenten over wat verouderde MJOP’s betekenen voor budgetten en verwachtingen. Niet om alarm te slaan, maar om verrassingen te voorkomen.