Thijs van Spaandonk, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, pleit voor een fundamenteel andere benadering van ruimtelijke ontwikkeling. De ‘oude manier van werken’ past volgens hem niet meer in deze tijd. Hij pleit voor rechtvaardig grondbeleid, meer ruimte voor experimentele woonvormen en het sturen op maatschappelijke waarde boven economische winst.
‘De manier waarop we aan Nederland hebben gebouwd de afgelopen decennia past niet meer in deze tijd. Lange tijd waren we vooral bezig met het uitleggen van nieuwe gebieden en het ontwikkelen van nieuwe wijken en nieuwe infrastructuur. Maar de uitdagingen waar we nu voor staan vragen een andere aanpak. We moeten veel meer toe naar het verdichten van steden en dat kunnen we maar beter meteen goed doen.’
Een nieuwe aanpak, waarbij integraal wordt gekeken naar de verschillende maatschappelijke opgaven, sluit volgens Van Spaandonk nog onvoldoende aan op de manier waarop we werken. ‘We werken nog teveel vanuit vaste contracten en traditionele processen. We zullen veel meer integraal en in gezamenlijkheid moeten gaan ontwerpen. En dan vooral vanuit de opgaven en niet vanuit de businesscase. Wat willen we bereiken? En wat hebben we daarvoor nodig? Die vragen moeten eerst beantwoord worden, daarna kunnen we kijken hoe we dat met z’n allen gaan betalen.’
Een betrouwbare overheid en heldere kaders zijn hierbij van groot belang, stelt Van Spaandonk. ‘Daar heeft het de afgelopen decennia helaas aan ontbroken. Die kaders veranderen te snel, waardoor er onzekerheid in de markt ontstaat. Op de lange termijn rekenen wordt daardoor lastig, terwijl juist daarin een belangrijke oplossing schuilt voor veel maatschappelijke opgaven.’
Volgens de Rijksadviseur is het hoog tijd om uit te zoomen en scherper te kijken naar de uitdagingen waar we voor staan en de mogelijke problemen hierbij. Is betaalbaarheid het probleem? Of is bouwcapaciteit het probleem? Is er gebrek aan fysieke ruimte? Of is er gebrek aan ruimte op het elektriciteitsnet? Al die problemen lopen de laatste jaren door elkaar heen en vertragen de boel. Terwijl we juist willen versnellen. Met duidelijke kaders vanuit de overheid en een scherpere rolverdeling van stakeholders kunnen we zorgen voor meer continuïteit en meer kwaliteit.’
‘Een rechtvaardige stad is een stad met goede, gezonde en betaalbare woningen. Woningen die de mensen in staat stellen om hun leven in te richten zoals zij dat willen. De Rijksoverheid heeft de taak om ervoor te zorgen dat iedereen goed kan wonen. Daar zijn de komende jaren nog de nodig stappen in te maken.’
Een integrale blik op de opgaven moet hierbij altijd het uitgangspunt zijn, stelt Van Spaandonk. ‘Er is een enorme druk op de ruimte. Dat vraagt om goede plannen en slimme verdichting van steden. Zo kunnen we wonen en werken bijvoorbeeld veel dichter bij elkaar brengen. Daarmee dringen we de mobiliteitsbehoefte fors terug. We hoeven dan geen dure, kostbare ruimte op te offeren aan nog meer wegen en parkeervoorzieningen.’
De ruimte die nu nog naar de auto gaat, kan dan worden ingezet voor meer groen, meer wandel- en fietspaden en meer ontmoetingsplekken. ‘Als we ons niet laten leiden door de auto, dan kunnen we veel comfortabeler bouwen in hoge dichtheid. Dan kunnen we hittestress en wateroverlast in steden tegengaan en zorgen voor meer natuur in de stad, met meer vogels en meer insecten. Dan ervaren we ook in stad weer dat we onderdeel zijn van een groter geheel.’
Woningcorporaties hebben hierin een belangrijke rol volgens Van Spaandonk. ‘Corporaties hebben hun wortels in de stad. Ze hebben de kennis van vastgoed, een breed netwerk en ze kennen de gemeenschap. Hiermee kunnen ze, als brede volkshuisvestelijke organisaties, mede vorm geven aan die rechtvaardige stad. Maar dan moeten ze daar wel de tijd en ruimte voor krijgen. Nu lopen steeds meer corporaties tegen een cashflowprobleem aan. Daar kan het Rijk wellicht in bijsturen. Bijvoorbeeld met een verlaging van de vennootschapsbelasting.’
Een rechtvaardige stad gaat volgens Van Spaandonk echter ook over de regie die inwoners hebben op hun eigen leefomgeving. ‘De gemeenschap moet kunnen meedenken en meesturen op die leefomgeving, en dat gaat verder dan participatie. Ik zie een overvloed aan kennis en economische potentie bij de gemeenschappen waar nu veel te weinig gebruik van wordt gemaakt. Dat is zonde.’
Thijs van Spaandonk is stedenbouwkundige en sinds maart 2025 Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving. In 2014 richtte hij onderzoeksbureau BRIGHT op. Daarnaast leidde hij de masteropleiding Stedenbouw aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst. In zijn werk focust Van Spaandonk zich op complexe maatschappelijke, ruimtelijke en culturele transitievraagstukken binnen onze leefomgeving.
Ondanks de vele uitdagingen en complexiteit van de opgaven is Van Spaandonk positief gestemd over de toekomst. ‘Ik zie steeds meer partijen die het goede willen doen, en er is de laatste jaren meer innovatiekracht dan ooit. Daarin ligt voor mijn gevoel een belangrijke sleutel om tot rechtvaardige steden te komen. Maar dan moeten we die innovatie wel de kans geven.’
De Rijksadviseur ziet nu nog regelmatig dat netcongestie de grote showstopper is. ‘Bouw- en verduurzamingsprojecten gaan daardoor on hold, terwijl we juist willen versnellen. Het is daarom zaak om duurzamere en energiezuinigere woningen te realiseren en regionale energieoplossingen te ontwikkelen waarmee we de energievraag drastisch omlaag brengen. Dan hebben we geen grote aansluitingen meer nodig en zijn we minder kwetsbaar voor netcongestie.’
Werk is er voldoende de komende decennia, denkt Van Spaandonk. ‘We hebben elkaar hierbij keihard nodig. Dus ga met elkaar om tafel en houd de kaarten niet langer tegen de borst. Breng de opgaven helder in beeld en zoek naar constructieve en duurzame oplossingen. Aan het Rijk de taak om eventuele drempels hierbij zoveel mogelijk weg te nemen.’