Sloop en nieuwbouw midden in een woonwijk op de locatie van de oude school, terwijl het onderwijs gewoon doorgaat. Voor die opgave staat het Sint-Maartenscollege in Voorburg. Projectmanagers van RYSE staan de school – die bouwheer is – bij. “Fasering, tijdelijke huisvesting en bouwlogistiek maken dit tot een uitdagend project.”
Tekst: Anje Romein Beelden: DAT (De Architectenwerkgroep Tilburg)
Het Sint-Maartenscollege is een brede VO-school. Nu volgen 1220 leerlingen onderwijs – van mavo tot gymnasium – en in de toekomst kan dit groeien tot 1370. De school staat bekend om haar traditionele manier van onderwijs: de klas is de basis. “Het Sint-Maartenscollege is een instituut in de gemeente Leidschendam-Voorburg”, zegt Michiel van Hennik, adviseur huisvesting bij Stichting Scholengroep Spinoza. “Veel oud-leerlingen brengen nu hun eigen kinderen hier naar school. Een deel van het personeel heeft hier vroeger zelf les gehad.”
Dichtbebouwd
Het huidige schoolgebouw dateert uit 1966. Na bijna zestig jaar voldoet het bouwtechnisch, klimatologisch en functioneel niet meer aan de eisen van deze tijd. Uit een huisvestingsonderzoek uit 2019 bleek al dat sloop en nieuwbouw op dezelfde locatie de enige toekomstbestendige optie was. Michiel: “Leidschendam-Voorburg is een dichtbebouwde gemeente. Een andere geschikte locatie was er simpelweg niet. Enerzijds fijn, want de school hóórt hier gewoon. Anderzijds brengt dit een enorme uitdaging met zich mee, omdat we gefaseerd moeten bouwen.”
RYSE leidt dit traject in goede banen. Leerlingen en medewerkers verhuizen stap voor stap naar verschillende delen van het gebouw of tijdelijke locaties. Dennis Tonningen, Senior Projectmanager namens RYSE: “Wij zorgen voor continue afstemming met de school, de gemeente en andere betrokken partijen om de logistieke uitdagingen te tackelen en de verschillende fasen logisch op elkaar te laten aansluiten.”
Rust en overzicht
De uitvoering start op 1 juli, na de eindexamens. Op het naastgelegen sportveld komen aanvullende voorzieningen, zoals pauzeruimtes en ondersteunende functies. Tijdens de zomervakantie sloopt de aannemer het eerste gebouwdeel met de aula, gymzalen en kantoren. De gemeente richt hiervoor tijdelijke voorzieningen in op een nabijgelegen sportveld en huurt externe gymzalen. Daarna zijn de leslokalen aan de beurt. Om beperkte tijdelijke huisvesting en doorstroming zo efficiënt mogelijk te organiseren, koos RYSE samen met de architect voor een slimme ‘knip’ in ontwerp en bouwproces. De meest specialistische en kostbare ruimtes, zoals de BiNaSk-lokalen, worden als eerste gerealiseerd op de vrijgekomen plek van de aula/kantoren. Zodra deze gereed zijn, verhuist de bovenbouw vanaf schooljaar 2027/2028 naar de nieuwe vleugel. De onderbouw maakt dan tijdelijk gebruik van portocabins op loopafstand van de school. Vervolgens start de sloop en nieuwbouw van de oude lokalen. In de laatste fase worden beide gebouwdelen samengevoegd tot één geheel.
Minimale overlast
In de puzzel van planning en fasering van sloop, tijdelijke huisvesting en nieuwbouw staan continuïteit van het onderwijs, minimale overlast en een veilige situatie rond de school centraal. Dankzij oplossingen dicht bij school blijven looproutes en dagelijkse routines zoveel mogelijk intact. Dat zorgt voor rust en overzicht tijdens de uitvoering. Dennis: “Er zijn nogal wat onzekerheden in de volgordelijkheid, maar vertraging kan eigenlijk niet. Hoe langer tijdelijke huisvesting nodig is, hoe hoger de kosten. Het is een logistieke puzzel om alles rond schooljaren en vakanties te plannen. Voor de vele verhuisbewegingen en de inkoop van meubilair heeft de school de expertise van de YoungGroup ingehuurd.”
Logistieke puzzel
Het bouwproces zal de komende 2,5 jaar veel impact hebben op docenten en leerlingen. “Het worden geen gewone schooljaren”, zegt Bente Hof, projectmanager bij RYSE. “Des te bijzonder is het dat het aantal aanmeldingen voor komend schooljaar nog op hetzelfde niveau ligt als voorgaande jaren.” Aan RYSE de uitdaging om te zorgen voor goed omgevingsmanagement op deze verdichte locatie, zoals de omgevingsvergunning, verplaatsing van de fietsenstalling en de bouwlogistiek. “In een woonwijk met veel smalle eenrichtingswegen is ook dat een puzzel. Fietsende leerlingen, extra zwaar verkeer en winkels in de buurt die worden bevoorraad: een uitdaging voor de verkeersveiligheid. We zorgen er in ieder geval voor dat de logistieke bewegingen van leerlingen en bouwverkeer volledig gescheiden zijn.”
De eigen identiteit als basis
En wat staat er dan straks? Het ontwerp voorziet in een compacte, duurzame en efficiënte school met twee gymzalen. De gevel is hoofdzakelijk van baksteen, wat aansluit bij de omliggende bebouwing. Een kleiner deel is van hout, passend bij de naastgelegen Novum-Maartenssporthal. Van binnen is de opzet traditioneel met veel klaslokalen, maar de uitstraling is eigentijds. Belangrijk voor de school is behoud van sfeer. Michiel: “We maken echt een Sint-Maartenscollege. Dus geen transparant atrium zoals je tegenwoordig vaak ziet, maar meer inzet op kleinschaligheid en menselijke maat. En uiteraard met een goed binnenklimaat.”
Kapel
En is dan echt alles fonkelnieuw? Nee, één gebouwtje blijft fier overeind: de kapel, die nu dienstdoet als muzieklokaal, wordt een gemeentelijk monument. De typische jarenzestigillustratie aan de buitenkant zal altijd blijven herinneren aan de rijke, 60-jarige geschiedenis van het Sint-Maartenscollege.
Projectinformatie
- Opdracht: Sint-Maartenscollege Voorburg
- Opdrachtgever: Stichting Scholengroep Spinoza
- Projectmanagement: RYSE
- Architect: DAT Architecten
- Installatie: Vintis Installatieadviseurs
- Bouwfysica: Peutz
- Constructie: IMd BV
- Aannemer: Pellikaan Bouwbedrijf BV
- Oplevering: januari 2029
- Investeringskosten: 45 miljoen euro
- Oppervlakte: ruim 10.000 m²
Kijk voor meer informatie op www.ryse.nl.