Dat werd duidelijk tijdens het opstellen van het strategisch huisvestingsplan voor de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Want hoe beoordeel je het ruimtegebruik van kunstopleidingen? De oorspronkelijke RUMHBO-normen (Ruimtenormering Hoger Beroepsonderwijs) sluit immers niet meer aan op het huidige onderwijs en de bekostiging. Zijn er vergelijkingen mogelijk met soortgelijke opleidingen? Het bleek een vraagstuk waar meerdere hogescholen een antwoord op proberen te vinden.
Dit vraagstuk vormde de aanleiding voor ons om een netwerksessie te organiseren met meerdere hogescholen met kunstopleidingen. Om samen te verkennen wat kunstonderwijs vraagt van gebouwen en huisvesting. Inmiddels vonden twee inspirerende sessies plaats waarbij we de eerste stappen hebben gezet om te komen tot een nieuw referentiekader.
Belangrijke vragen achter de ruimtevraag
De belangstelling voor een 1e gesprek hierover bleek groot. Op 31 oktober kwamen vertegenwoordigers van vijf kunsthogescholen bijeen: HKU, AHK, ArtEZ, Zuyd Hogeschool en Hanzehogeschool Groningen. Onder begeleiding van ICSadviseurs verkenden we samen wat nodig is om tot een nieuw referentiekader te komen.
Allereerst is bekeken welke aspecten voor dit type opleidingen bepalend zijn om te komen tot een reëel kader voor vierkante meters onderwijs- en ondersteunende ruimte. Gezamenlijk werden de belangrijkste bouwstenen geïdentificeerd.
- Wie reken je tot je doelgroep? Alleen ingeschreven studenten, of ook stagiairs en langstudeerders?
- Welke ruimtes bied je aan: alleen onderwijsruimtes of ook ateliers en plekken voor zelfstudie?
- Wat zijn de verschillen tussen bachelor- en masteropleidingen?
- Welke bedrijfstijden zijn passend bij de opleiding (inclusief avond en weekend openstelling)?
- In hoeverre moet een te hanteren referentiekader kosten-baten gedreven zijn?
Op weg naar een referentiekader
Tijdens een tweede kennissessie gingen we met zeven hogescholen dieper de inhoud in. Bij de eerder genoemde vijf instellingen voegden zich nu ook de Gerrit Rietveld Academie en Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag.
Door de verschillende ruimtelijke en functionele behoeften te analyseren, konden we zes archetypes onderscheiden: Architectuur, Theater & Dans, Conservatorium, Film, Art & Design en Games & Media.
Voor elk archetype ontwikkelden we een indicatieve norm in de vorm van een bandbreedte, gebaseerd op gemiddelde referenties van diverse kunstopleidingen. Daarmee zetten we een eerste stap naar een nieuw referentiekader voor kunstonderwijs.
Hoe nu verder?
De betaalbaarheid van de huisvesting, zeker met de verduurzamingsopgave, blijft een punt van zorg. Uitwisseling van kennis en ervaring tussen de verschillende instellingen, helpt om de eigen keuzes en strategie te bepalen en aan te scherpen.
En dat is misschien wel de belangrijkste opbrengst van deze sessies: met elkaar in gesprek zijn, kennis delen en elkaar weten te vinden bij vragen. We bedanken alle deelnemers voor hun openheid en waardevolle bijdragen.
In het najaar organiseren we opnieuw een netwerksessie. Kunsthogescholen die willen aansluiten zijn van harte welkom.
Nieuwsgierig geworden en meer weten?
Wilt u meer weten over ruimtenormering voor kunstopleidingen? Of wilt u graag aansluiten bij vervolgsessies waarin we verder praten over haalbare en betaalbare huisvesting voor kunstopleidingen?
Neem contact op met Marieke Smelt van ICSadviseurs: 06 8209 5141 of [email protected]