Kinderen zijn de duurzaamheidsambassadeurs van de toekomst. Daarom is het goed als ze opgroeien in een gezonde, duurzame en natuurinclusieve leeromgeving waar het gebruik van hout en bio-based materialen voorop staat.
Gemeenten kijken bij projecten naar maatschappelijke meerwaarde versus het jaarlijkse beslag op de gemeentelijke begroting. De jaarlijkse kosten zijn onder te verdelen in kapitaallasten (rente en afschrijving) en exploitatielasten (opbrengsten uit (ver) huur en horeca minus kosten voor onderhoud, energie, verzekeringen, etc). Als bureau met een sterke (bouw)kostenafdeling helpen we gemeenten om alle ambities op een betaalbare manier te realiseren. We weten dat de VNG-norm voor onderwijshuisvesting niet aansluit bij duurzaamheidsambities vanuit de routekaart. Hoe dan wel? Van energiebesparende maatregelen weten we dat er in de exploitatie een terugverdieneffect plaatsvindt, maar hoe zit dat voor circulaire maatregelen?
We verdelen circulaire maatregelen in twee categorieën, die we gedurende het proces beïnvloeden:
- Maatregelen om CO2-uitstoot te beperken bij de totstandkoming.
- Maatregelen om CO2-uitstoot te beperken aan het eind van de levenscyclus.
Minder CO2-uitstoot bij totstandkoming
Om te komen tot minder CO2 uitstoot bij de totstandkoming van een project kijken we eerst of het mogelijk is om bestaande gebouwen, gebouwdelen en gebouwelementen her te gebruiken. Bij IKC Terneuzen bouwen we de nieuwbouw school om een bestaande gymzaal. Zo besparen we tegelijkertijd geld om de rest van de school energieneutraal te maken.
Milieu Prestatie Gebouw (MPG) en Milieu Kosten Index (MKI) zijn objectieve hulpmiddelen die in het Programma van Eisen vastgesteld kunnen worden om het ontwerpproces te sturen. Onze kostendeskundigen hebben een MPG-berekening van alle materialen geïntegreerd in de kostenraming. Vanaf de eerste schets tot de oplevering wordt integraal gestuurd op kwaliteit, kosten milieubelasting en restwaarde (zie onder).
Minder CO2-uitstoot einde levenscyclus
De CO2-uitstoot aan het eind van de levenscyclus wordt bepaald door de manier waarop je een gebouw kunt ‘demonteren’ en de vrijkomende materialen kunt hergebruiken. Hierbij is het belangrijk dat alle materialen en verbindingen goed in kaart zijn gebracht door middel van een materialenpaspoort. Hierbij is belangrijk dat de materialen éénvoudig en schoon ‘losmaakbaar’ zijn.
De herbruikbare materialen van gebouwen vertegenwoordigen een ‘Restwaarde’ als ze na demontage verkocht worden. Deze Restwaarde hoeft dus niet afgeschreven te worden en heeft een positieve invloed op de kapitaallasten op de jaarlijkse begroting. Ook deze restwaarde nemen wij mee in onze kostenberekeningen, zodat deze meegenomen kan worden in de integrale businesscase.
Practice what you preach
Wij hebben met een aantal partners binnen de samenwerking ‘Schools by Circlewood’ een visie ontwikkeld op hoe een school duurzaam en flexibel gebouwd kan worden, gebaseerd op het geprefabriceerde houten modulaire systeem van the Natural Pavilion (het gebouw met de hoogste RWI score).
Onze visie is uitgewerkt voor de uitvraag van het Innovatiepartnerschap Schoolgebouwen Amsterdam. Het resultaat hiervan is dat binnenkort de school Wisperweide in Weesp wordt gerealiseerd. Het schoolgebouw is Paris Proof, losmaakbaar en biobased. Het gebouw wordt compleet prefab geproduceerd, kent een hoge mate van biobased materialisatie en heeft een duurzaam installatie ontwerp. Dit helpt om de CO2- en stikstofemissies verder te reduceren.
- Het belangrijkste bouwmateriaal is hout en beperkt CO2 bij de realisatie.
- Het gebouw is volledig en eenvoudig demontabel en heeft een hoge restwaarde.
- Het systeem is modulair en dus maximaal flexibel naar de toekomst.
Zo helpen we Nederland volledig Circulair en afvalvrij te zijn in 2050.
Kijk voor meer informatie op www.rwigebouw.nl en www.bbn.nl.