Aedes en de Nederlandse ggz stimuleren de bouw van sociale huurwoningen op terreinen van ggz-instellingen. De voorbeelden zijn nu nog op één hand te tellen, maar als het aan de brancheverenigingen van de woningcorporaties en de geestelijke gezondheidszorg ligt, kan dit een belangrijke ontwikkeling worden in de aanpak van de woningnood.
Het zijn vaak prachtige terreinen en ze liggen door heel Nederland: de percelen van ggz-instellingen. Volgens het Kadaster hebben deze instellingen samen zo’n 900 hectare zorgterrein in gebruik. De afgelopen dertig jaar daalde het aantal mensen dat permanent in grote, afgezonderde psychiatrische instellingen woont geleidelijk. Vanuit de zorgvisie dat mensen met psychische problemen beter herstellen als ze midden in de samenleving staan, werd ingezet op beschermd wonen in de wijk. Op de instellingsterreinen kwam ruimte vrij. Er ontstond ook een kleine verhuisbeweging in omgekeerde richting. Op enkele terreinen werden reguliere woningen toegevoegd voor ‘gewone’ mensen zonder zorgbehoefte. ‘Omgekeerde integratie’ noemden we dat toen: de achterblijvende cliënten mengen met de maatschappij door de samenleving naar binnen te halen. De bouw was veelal in handen van commerciële projectontwikkelaars.
Op één hand te tellen
De afgelopen jaren zijn een aantal van dit soort projecten ontwikkeld, vertelt Georgius. ‘Ze zijn echter nog op één hand te tellen.’ Woonzorgpark Rosenburg in Den Haag is voor de beide brancheorganisaties een inspirerend voorbeeld. In een intensieve samenwerking tussen de gemeente, ggz-instelling Parnassia en woningcorporatie Arcade zijn op het instellingsterrein 145 sociale huurwoningen gebouwd. De grond bleef in eigendom van Parnassia. Arcade ontwikkelde de appartementen en verhuurt ze aan de bewoners die hier zelfstandig wonen, dichtbij de benodigde psychiatrische begeleiding van Parnassia. De gemeente zorgt voor sociaal conciërges die de bewoners vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning kunnen helpen. Zij houden ook de leefbaarheid en veiligheid op het park in de gaten.
Uit twee kennisbijeenkomsten die Aedes en de Nederlandse GGZ inmiddels al organiseerden weet Bak dat het project in Dongen nog vrij uniek is. ‘Het verbaast me eigenlijk. Ik kom zelf uit de verpleging en verzorging-sector. Verpleeg- en verzorgingshuizen werken al lang samen met woningcorporaties aan vastgoedopgaves.’ Misschien is het mede door deze achtergrond van Bak dat de afdeling Vastgoed en Facilitair van GGz Breburg woningcorporaties snel weet te vinden. ‘We begrijpen elkaars belangen. Zo was het voor Casade belangrijk dat de studio’s makkelijk te transformeren zijn naar reguliere woningen. Bijvoorbeeld door twee studio’s samen te voegen. Wanneer ons huurcontract van minimaal 15 jaar eindigt, kan de corporatie de woningen eventueel aanbieden als reguliere sociale huurwoningen.´
Nog geen natuurlijke partners
Corporaties en ggz-instellingen weten elkaar nog niet goed te vinden voor de herontwikkeling van de ggz-terreinen, erkent Georgius. ‘Het zijn nog geen natuurlijke partners. En dat is niet alleen een agenda-, maar ook een kennisvraagstuk.’ De andere wet- en regelgeving in beide sectoren vraagt bijvoorbeeld om flexibele samenwerking. ‘Het project in Den Haag leert ons dat het een uitdaging is om elkaars taal te spreken. Daarbij helpt het als de partijen vanaf het begin duidelijke afspraken maken over wie wat doet en elkaar goed op de hoogte houden van de financiële, zorginhoudelijke en vastgoedontwikkelingen.’
De parkachtige omgevingen kunnen ook bepaalde eisen stellen aan de bouw op een ggz-terrein. ‘Het is toch anders dan huizen bouwen in een gewone wijk of in het weiland.’ En soms zijn het kleine dingen die een struikelblok vormen. ‘Zo willen ggz-instellingen woningen vaak gestoffeerd opgeleverd krijgen en dat zijn corporaties doorgaans niet gewend. Of het Programma van Eisen vraagt om specifieke aanpassingen van de brandmeldinstallatie in een woning voor mensen met een psychische kwetsbaarheid.’
Dit jaar ligt de focus van Aedes en de Nederlandse ggz bij het stimuleren van de ontmoeting van hun leden. Georgius: ‘Samen met hen gaan we dit thema verder doorgronden. De herontwikkeling van ggz-terreinen is maatwerk. Maar het begint altijd bij een gemeenschappelijk belang, bij een visie op hoe je wilt huisvesten en hoe terreinen van ggz-instellingen daarbij van toegevoegde waarde kunnen zijn. Daar betrekken we zeker ook de gemeenten bij.’
De ambitie van woningcorporaties is groot, zeker nu geschikte bouwlocaties schaars zijn, vervolgt hij. ‘Wij voeren niet alleen gesprekken over woningen voor mensen met psychische kwetsbaarheid. We denken bijvoorbeeld ook aan woningen voor studenten of andere starters.’ Zo krijgt ook de gedachte van de omgekeerde integratie weer een plek bij de herinrichting van ggz-terreinen. De terminologie is echter veranderd: tegenwoordig noemen we dat een inclusieve woonwijk.