/ verbindend in maatschappelijk vastgoed
HEVO header thema gezonde huisvesting AI Aeres Almere BDG Architecten be917061
Gemeenten
HEVO
Partnerbijdrage

Een multifunctioneel gebouw vraagt om meer dan gedeelde ruimte

16 september 2026

Steeds meer gemeenten en maatschappelijke organisaties brengen onderwijs, kinderopvang, welzijn, sport, cultuur en zorg samen in één multifunctionele accommodatie (MFA). Dat kan veel opleveren. Voorzieningen kunnen behouden blijven, ruimten worden beter benut en voor inwoners ontstaat één herkenbare plek voor verschillende activiteiten en diensten.

Maar functies onder één dak plaatsen, maakt een gebouw nog niet automatisch multifunctioneel. Het succes wordt uiteindelijk bepaald door de manier waarop organisaties met elkaar samenwerken en afspraken maken over gebruik, beheer, exploitatie en financiën.

De Wet HEVO

Begin niet met vierkante meters

De aanleiding voor een MFA is vaak heel concreet. Een schoolgebouw is aan vervanging toe, een dorpshuis heeft onvoldoende toekomstperspectief of verschillende organisaties hebben behoefte aan nieuwe huisvesting. Het gesprek gaat daardoor al snel over oppervlaktes, investeringen en plattegronden.Juist dan is het belangrijk om eerst een andere vraag te stellen: wat willen de betrokken organisaties samen mogelijk maken voor de mensen in het dorp, de wijk of de gemeente?

Een MFA is namelijk meer dan het samenvoegen van afzonderlijke ruimtebehoeften. Organisaties kunnen elkaar versterken, maar hun belangen en dagelijkse praktijk kunnen ook botsen. Een school vraagt bijvoorbeeld om veiligheid en rust, terwijl een wijkvoorziening juist toegankelijk en levendig moet zijn.

Daarom moet vooraf duidelijk worden welke functies daadwerkelijk meerwaarde hebben voor elkaar, welke voorzieningen gedeeld kunnen worden en waar juist behoefte blijft aan een eigen plek. Vanuit die keuzes kan vervolgens een gebouw worden ontwikkeld dat de gewenste samenwerking ondersteunt.

Onderwijs als onderdeel van een MFA

Scholen vormen regelmatig een belangrijke drager van een multifunctionele accommodatie. Ze hebben een vaste positie in een wijk of dorp en brengen dagelijks kinderen, ouders, medewerkers en andere betrokkenen samen. Dat biedt kansen voor verbinding met bijvoorbeeld kinderopvang, sport, bibliotheek, welzijn en zorg.Tegelijkertijd vraagt die combinatie om zorgvuldige keuzes. Onderwijshuisvesting kent eigen wettelijke en financiële kaders. Gemeenten hebben een zorgplicht voor adequate huisvesting van scholen, terwijl voorzieningen voor bijvoorbeeld kinderopvang, welzijn, cultuur of commerciële activiteiten daar niet zonder meer onder vallen.

Ook praktisch moeten zaken vooraf goed worden geregeld. Wie gebruikt de gezamenlijke entree? Hoe wordt een gymzaal verdeeld? Wie is verantwoordelijk voor toezicht, schoonmaak en veiligheid? En hoe worden de kosten van gedeelde voorzieningen verdeeld?

De meerwaarde zit daarom niet in zoveel mogelijk gezamenlijk gebruik. Het gaat om een bewuste keuze tussen wat organisaties samen doen, naast elkaar organiseren en gescheiden willen houden. 

Bepaal hoe intensief je werkelijk wilt samenwerken

'Samenwerking' kan binnen een MFA verschillende dingen betekenen. Organisaties kunnen uitsluitend hetzelfde gebouw gebruiken en verder zelfstandig functioneren. Ze kunnen ook bepaalde voorzieningen delen, zoals een keuken, ontmoetingsruimte, gymzaal of buitenruimte.Een volgende stap is inhoudelijke samenwerking. Organisaties stemmen dan bijvoorbeeld activiteiten af rond talentontwikkeling, gezondheid, ouderbetrokkenheid of ondersteuning. Bij een integraal kindcentrum kan de samenwerking nog verder gaan en worden onderwijs en opvang vanuit één gezamenlijke visie georganiseerd.“Het ene model is niet per definitie beter dan het andere” aldus Debbie Pfaff (adviseur HEVO). Wel moet het gekozen model passen bij de ambities én bij wat organisaties daadwerkelijk kunnen en willen organiseren.Wie een gebouw ontwerpt voor vergaande samenwerking zonder hierover vooraf overeenstemming te hebben, creëert een risico voor de latere exploitatie.

Denk tijdens de planvorming al aan de dagelijkse praktijk

Veel aandacht gaat tijdens de ontwikkeling begrijpelijkerwijs uit naar de investering. Maar na de opening bepalen juist de dagelijkse organisatie en exploitatie of een MFA goed functioneert.Dan worden heel praktische vragen belangrijk. Wie beheert de ruimtereserveringen? Wie opent en sluit het gebouw? Hoe worden onderhoudskosten verdeeld? Wie kan nieuwe gebruikers toelaten? En wat gebeurt er wanneer de exploitatie anders uitpakt dan verwacht?Eigendom, beheer, gebruik, exploitatie en financiering moeten daarom niet pas vlak voor de oplevering worden geregeld. Ze horen vanaf de eerste planvorming bij elkaar.

Ook juridische kaders verdienen vroeg aandacht. In een MFA komen publieke, maatschappelijke en soms commerciële activiteiten samen. Onder meer de regels rond Markt en Overheid en de jurisprudentie naar aanleiding van het Didam-arrest kunnen relevant zijn bij de verdeling en het gebruik van vastgoed. Transparante uitgangspunten over gebruik, vergoeding en selectie helpen om later onduidelijkheid te voorkomen.

Eerst organiseren, daarna ontwerpen

Een goed functionerende MFA kan veel betekenen voor een dorp of wijk. Het kan voorzieningen versterken, ontmoeting stimuleren en organisaties mogelijkheden geven die zij afzonderlijk niet zouden hebben.Maar daarvoor moet eerst duidelijk zijn waarom partijen samen willen optrekken, hoe ver die samenwerking gaat en hoe verantwoordelijkheden worden verdeeld. Het gebouw volgt uit die keuzes – niet andersom.

Dat is ook de benadering die HEVO hanteert bij de ontwikkeling van multifunctionele accommodaties: maatschappelijke ambitie, samenwerking, exploitatie en huisvesting vanaf het begin in samenhang organiseren.

Meer weten over de ontwikkeling van multifunctionele accommodaties?  Neem dan contact op met:

Debbie Pfaff (adviseur HEVO)