De bewoners van een nieuw Rotterdams appartementengebouw in Pendrecht wonen tussen muren van massief hout met de uitstraling van een ‘gewoon’ appartement. Veertig meter hoog en gebouwd uit 1600 Oostenrijkse bomen, is Valckensteyn het eerste grootschalige houten woongebouw van Rotterdam.
Het onderzoek van Groeneveld leidde uiteindelijk tot de bouw van Valckensteyn. In het gebouw zijn ongeveer 1600 Oostenrijkse bomen verwerkt, die 1600 ton CO₂ opslaan. Hoewel het hout met vrachtwagens naar Nederland werd vervoerd, de woningen nog steeds betonnen funderingen hebben en de vloeren alsnog een laag zandcement kregen voor de geluidsisolatie, is de vermeden hoeveelheid CO₂-uitstoot groot. ‘Er gaat heel veel uitstoot gepaard met beton. Houtbouw slaat daarentegen CO₂ op en heeft dus een negatieve CO₂-balans.’
Van sloopflat naar innovatie
De houten woontoren telt 63 driekamerappartementen van zeventig m² en 19 vierkamer-appartementen van 75 m² en biedt moderne woonruimte voor mensen met een midden-inkomen, een groep die ook in Rotterdam moeilijk aan een huurwoning komt. Het project startte in 2020, toen de bouwkosten voor hout nog twaalf procent hoger lagen dan voor traditionele bouw. ‘Inmiddels is er meer vraag en aanbod gekomen voor houtbouw, de kosten zijn daardoor gedaald.’
De grootste uitdaging in Pendrecht bleek niet het bouwen zelf, maar het overtuigen van collega’s, gemeente en brandweer. ‘Het eerste waar je aan denkt bij hout is brand. Dat is logisch’, erkent Groeneveld. ‘De gemeente Rotterdam was dat niet gewend. Voor het vergunningentraject moesten we heel veel dingen aantonen. Ze zaten er bovenop. Maar we zijn er uiteindelijk uitgekomen.’ Ook de brandweer had veel te zeggen in het proces. ‘Een houten gevel vond de brandweer bijvoorbeeld een brug te ver. Het gebouw kreeg daarom onbrandbare cementplaten als gevelbekleding.’
Snelle bouw
In de appartementen zie je weinig tot niets van het hout. Alleen aan de onderkant van de balkons blijft het materiaal zichtbaar - een bewuste keuze in het ontwerp van architectenbureau Powerhouse Company. Hierdoor oogt het gebouw echt als een houten gebouw. De twaalf procent meerkosten door de keuze voor houtbouw, werden voor de helft gedekt met een subsidie. Bovendien won het project tijd dankzij de houtbouw.
‘Over de opbouw van het casco hebben we drie à vier maanden korter gedaan dan bij traditionele bouw met beton’, rekent Groeneveld voor. Hout hoeft immers niet uit te harden en veel onderdelen kwamen prefab aan op de bouwplaats. ‘We konden daardoor eerder overgaan op verhuur en hadden eerder opbrengsten.’ De appartementen worden verhuurd voor rond de 1100 euro per maand, normale middenhuurprijzen in Rotterdam. De woningen waren dan ook snel verhuurd. ‘We hebben veel huurders die het vooral heel tof vinden om in een houten gebouw te wonen’, zegt Groeneveld. ‘Voordeel is ook dat het relatief koel blijft in de appartementen tijdens warme dagen in de zomer.’
Mainstream
Voor Woonstad Rotterdam was Valckensteyn een proefproject, met voorlopig een verrassend positief oordeel. ‘Het hout is eigenlijk al geen discussie meer, het is niet meer zo spannend’, concludeert Groeneveld. De focus verschuift nu naar de volgende uitdaging: hoe krijg je een heel gebouw CO₂-neutraal en circulair, inclusief alle andere materialen? ‘Dat is nog een behoorlijke uitdaging voor de komende jaren.’
Wat alvast meehelpt is dat de houten woontoren in Pendrecht volgens de subsidievoorwaarden volledig demontabel is - alle onderdelen kunnen worden hergebruikt. Daarmee heeft het gebouw een restwaarde die veel hoger ligt dan bij beton, dat met veel energie en kosten gesloopt moet worden. ‘We gaan er zeker mee verder. Ik hoop dat dit over een tijdje mainstream is geworden.’