De ouderenzorg staat voor een fundamentele transitie. Maar met alle aandacht voor ‘langer thuis’ ontbreekt het volgens hoogleraar Robbert Huijsman aan een toekomstbestendige visie op de intramurale verpleeghuiszorg. Hij ziet kansen voor het verpleeghuis van de toekomst, van waaruit zorg geleverd kan worden aan diverse doelgroepen. Het verpleeghuis wordt dan een zorghub in de wijk en anker voor waardengedreven, passende en duurzame ouderenzorg.
De roep om een transitie in de zorg, van een institutioneel systeem naar een zorgsysteem met een focus op zelfredzaamheid, preventie en samenwerking tussen domeinen, is niet nieuw voor Huijsman. ‘Hier ging het in de jaren 90 van de vorige eeuw al over in de Commissie Modernisering Ouderenzorg ofwel de Commissie Welschen. Deze commissie, waarvan ik de rekenmeester was, adviseerde al in 1994 om de dure intramurale ouderenzorg te verminderen en meer te focussen op zelfstandig wonen met technologische ondersteuning. Sindsdien hebben ook andere commissies dit advies overgenomen, maar de transitie is nog steeds niet goed van de grond gekomen. Het gaat langzaam en moeizaam.’
Het gevolg is volgens Huijsman dat Nederland al vele jaren de hoogste uitgaven aan langdurige zorg heeft van heel de wereld. ‘De collectieve lasten van de ouderenzorg liggen bij ons tussen de 4 en 5%. Internationaal is dat tussen de 2 en 3%. Dit was in 2015 één van de macro-economische redenen om de AWBZ te moderniseren en om te zetten naar de Wet Langdurige zorg (Wlz). Maar inmiddels loopt ook de Wlz een beetje klem op het intramurale blok. Mantelzorgers lopen bovendien collectief tegen hun grenzen aan. Het systeem is simpelweg niet meer houdbaar en financierbaar. Maar kant en klare oplossingen zijn er nog niet.’
> Robbert Huijsman is sinds 1997 hoogleraar Management & Organisatie van Ouderenzorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (inmiddels hoog-leraar Innovatie & Implementatie in Dementiezorg). De afgelopen decennia vervulde hij meerdere prominente rollen in zowel de wetenschap als de zorgpraktijk, zoals directeur-bestuurder van dementieorganisatie Geriant (2019 – 2024) en Programmaleider Dementiezorg voor Elkaar (2017 – 2019). Hij trok ook de Zorgstandaard Dementie 2020. Sinds begin dit jaar is Huijsman naast hoogleraar ook strategisch adviseur bij Van Aarle De Laat.
Veranderingen in de zorg komen moeilijk van de grond, weet Huijsman. Dat komt volgens hem vooral omdat de wet- en regelgeving en financiering na-ijlen op de bewegingen in de sector zelf. ‘Er zijn al mooie nieuwe woonzorgconcepten en innovatieve oplossingen, maar vaak in heel lokale en kortdurende projecten die nog te vaak vastlopen op achterblijvende wet- en regelgeving en verouderde financieringsstructuren. De domein overstijgende samenwerking, die zo hard nodig is, komt moeilijk van de grond en opschaling van nieuwe woonzorgconcepten blijft uit. Het is voor het bedrijfsleven bovendien moeilijk om businessmodellen te ontwikkelen omdat er te weinig langetermijnbeleid is. Dat zorgt voor een onzekere toekomst waarin maatschappelijk ondernemers risico’s uit de weg gaan. De transitie komt hierdoor maar langzaam op gang.’
De oplossing voor het vastlopende systeem ligt volgens velen in zorgzame wijken waar ouderen langer de regie houden over hun eigen leven en waarin zorgecosystemen de zorgprofessionals structureel ontlasten. Volgens Huijsman heeft de overheid hierbij echter teveel aandacht voor ‘langer thuis’ en ligt het accent teveel op individuele woningen en niet op de ruimtelijke infrastructuur. ‘Er moet veel meer vanuit gebiedsontwikkeling gekeken worden naar kansen voor de zorg in wijken en buurten. Zijn er bijvoorbeeld genoeg ontmoetingsplekken in de wijk? Zijn er voldoende basisvoorzieningen? Hoe is het openbaar vervoer geregeld? En welke samenwerkingsverbanden zijn er tussen, zorg, welzijn, wonen en marktpartijen? Over al dat soort zaken moet heel goed worden nagedacht.’
Een verpleeghuis 2.0 of thuisplusflat kan hierbij dienen als zorghub voor de wijk, stelt Huijsman. Met daaromheen lichtere zorgvoorzieningen. ‘Zo’n verpleeghuis nieuwe stijl vormt dan het hart van de beweging rond zorgzame buurten. Het opent de deuren voor de hele wijk. Voor welzijnsorganisaties, ondernemers, verenigingen, en kinderopvang. Het wordt daarmee dé ontmoetingsplek voor de wijk en voor de thuiszorgmedewerkers. Zo ontstaat er een soort paraplumodel met het verpleeghuis als centrum.’
Meer concentrisch denken, betere samenwerking tussen domeinen en ontschotting vormen volgens Huijsman belangrijke voorwaarden om tot die zorgzame buurten te komen. ‘Allianties tussen woningcorporaties en VVT-organisaties zijn hierbij cruciaal om passende, betaalbare zorg en huisvesting voor ouderen te combineren. Daarnaast moeten we beter doordenken over kleinschalige zorgarrangementen voor mensen met dementie. En de Zvw en Wlz moeten hier uiteraard goed op aansluiten met passende financieringsvormen. In de praktijk zie je echter dat er nog veel te weinig over dit soort ontwikkelingen wordt gesproken. We zitten allemaal een beetje vast in onze eigen silo’s en kijken te weinig in elkaars keuken.’
‘Eigenlijk zou het financieringsmodel van de zorg vooruit moeten lopen op de gewenste integraliteit en continuïteit over de domeinen heen. Dan kunnen we de mooie kleinschalige initiatieven en pilotprojecten opschalen. Dan kunnen zorgorganisaties de transitie van zorg in het verpleeghuis naar zorg in de wijk veel beter vormgeven. Nu zijn dat nog vaak grote en complexe veranderopgaven met de nodige risico’s. Door de onzekerheid over de toekomstige financiering weten zorgorganisaties en maatschappelijk ondernemers hier niet goed raad mee.’
Huijsman ziet het huidige financieringsstelsel de komende vijf tot tien jaar niet snel veranderen. Dat maakt innovatie vanuit een echt integrale blik op de ouderenzorg lastig. Toch ziet hij een mogelijke tussenoplossing om de broodnodige verandering toch op gang te brengen. ‘Zorg voor luikjes tussen de schotten in de financiering. Neem bijvoorbeeld 5% van de Wlz, 5% van de Zvw en 5% van de Wmo en zet dat geld in om samen verder te bouwen aan die concentrische modellen in zorgzame buurten. Dan kunnen we de transformatie in de zorg alsnog versnellen en goede initiatieven opschalen.’