Met een levende column op de Onderwijsvastgoeddag gaf Laura Bas dit najaar haar visitekaartje af aan een sector waar een nieuwe generatie toetreedt tot de arbeidsmarkt. De generatie geboren in de periode tussen 1997 en 2012 en internationaal wordt aangeduid als Generatie Z (Gen Z). Het is de eerste generatie die volledig is opgegroeid in twee werelden tegelijkertijd. Die van de fysieke werkelijkheid en de online omgeving daaromheen.
Tekst: Marco van Zandwijk
Wat drijft deze generatie, wat heeft deze generatie nodig en wat zegt dat over het bouwen met en voor volgende generaties? Genoeg aanleiding voor een goed gesprek. “Zoals elke nieuwe generatie, zitten jongeren vol positieve ideeën. Kunst is om deze ideeën en denkkracht op juiste manieren en momenten inzetbaar te laten zijn binnen organisaties.” Aan het woord is ondernemer Laura Bas (1996). Als jongerenambassadeur voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken kreeg zij in 2021 de gelegenheid om jongeren over de hele wereld te interviewen. Daarmee deed ze veel inzichten op. “Er zit enorm veel energie in deze groep. Daar doen organisaties nog veel te weinig mee”, legt Laura uit. “Veel organisaties waar ik gevraagd wordt voor een lezing of om advies te geven, lopen tegen de grenzen van hun kunnen aan. Ze hebben moeite om goed personeel voor een langere periode aan zich te binden en zien steeds meer de noodzaak om bestaande werkprocessen aan te passen. De verfrissende blik van een nieuwe generatie kan hen daarbij helpen. Kunst is dit potentieel te zien en ook te gaan gebruiken.”
De jongste generatie is digitaal opgegroeid. Snelheid, gelijkwaardigheid en flexibiliteit zijn er belangrijke waarden. Gen Z’ers willen betekenisvol zijn. Ze zoeken hierbij naar een goede balans tussen werk, ontwikkeling en gezondheid. Om zich financieel staande te houden participeert generatie Z al volop mee in onze economie. Nog niet eerder leverde een jongerengeneratie in de EU zo’n grote bijdrage aan de arbeidsmarkt. Van de jongeren tussen de 15 en 25 jaar heeft inmiddels 77% een betaalde baan. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Tien jaar geleden was dat nog 68%. Een derde daarvan werkt 20 tot 35 uur per week. Een bijbaan is voor de meeste jongeren dan ook de norm geworden. Laura Bas verwijst naar ZEconomy. Een economische trend die kenmerkend is voor de impact die Gen Z heeft op onze economie. Het beschrijft hoe bedrijven en markten inspelen op de voorkeuren, waarden en het koopgedrag van deze generatie.
“Eigenschap van de nieuwe generatie die nu toetreed tot de arbeidsmarkt is dat deze constant bezig is met het slimmer en makkelijker organiseren van dingen. Waar nieuwe generaties in het verleden nog wel eens vastliepen in hiërarchie of het ontbreken van ervaring, heeft de Gen Z generatie het voordeel dat organisaties veel platter zijn geworden, er veel vraag is naar innovatiekracht en informatie steeds toegankelijker is geworden.” Organisaties die deze vernieuwingskracht en positieve energie goed weten in te zetten hebben volgens haar de toekomst. “Ondanks de economische onzekere tijden krijgt deze nieuwe jongerengeneratie veel ruimte. Waar Millenials als jongere generatie minder te zeggen hadden op de werkvloer, lijkt deze generatie het voor het uitkiezen te hebben. Ingegeven door de groeiende tekorten op de arbeidsmarkt, is de kans groter is dat hun energie nu dan ook meer zal worden gebruikt.”
“Jongeren hebben de kracht om te vernieuwen, maar zonder de deskundigheid en ervaring van niet- jongeren komen ze niet altijd verder. Dat vraagt om een andere aanpak”, vervolgt Laura. Dit kan volgens haar door innovatiekracht van de jongeren samen te brengen met de implementatiekracht van de ervaren deskundigen. Dat vraagt om generatie doorbrekend denken binnen organisaties. “Met het instellen van een ‘jongerenboard’ of een ‘jongerenraad’ doet een organisatie precies het tegenovergestelde. Het plaatst innovatiekracht buiten het reguliere proces. Wil je innovatie binnen organisaties serieus een kans geven dient deze innovatiekracht direct aan tafel te zitten”, legt Laura uit. Ze staat hierin niet alleen en verwijst naar generatie expert en organisatie wetenschapper Aart Bontenkoning. Deze deed veel onderzoek naar diversiteit tussen generaties.
Deze jongerengeneratie is gevoelig voor energie en werkverspilling. Ze reageert sterk op traditionele hiërarchie. In sessies die Laura voor het bedrijfsleven organiseert, gaat ze daarom samen met werknemers op zoek naar een top 5 van energieopwekkers en energievreters op de werkvloer. “Het zijn daarbij vooral de Gen Z-ers die snel inzien waar het verbeterpotentieel binnen de organisatie zit. Met hun verfrissende blik hebben ze snel zicht op inefficiënties in verouderde processen. Ook is het duidelijk dat deze generatie is opgegroeid op basis van sociale gelijkwaardigheid op tal van terreinen. Zijn gewend overal in mee te mogen doen. Ze hebben een opvoeding genoten waarin feitelijk gezien alles bespreekbaar is geweest. Dit verwachten ze ook terug te zien in hun werkomgeving.”
Laura Bas (1996) is een expert op het gebied van Generatie Z. Als jonge ondernemer is zij actief op het gebied van jongerenparticipatie, talentontwikkeling en gendergelijkheid binnen organisaties. Ze studeerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daar de Masterstudie Culture, Organisation & Management. Ze is spreker en columnist en eigenaar van Laura Bas Public Speaking & Consultancy. In het dagelijks leven adviseert zij bedrijven over het aantrekken en behouden van jong talent.
“Op dit moment vallen twee ontwikkelingen mooi samen. Die van een opkomende schaarste en die van digitalisering. Gen Z is de eerste generatie die volledig is opgegroeid in de aanwezigheid van een online cultuur en de continue druk die dat met zich mee brengt. Als gevolg van Artificiële intelligentie (Ai) zullen nog veel processen geautomatiseerd worden. Door de snelheid van technologische mogelijkheden is het reëel te veronderstellen dat veel processen nog 10% sneller kunnen gaan. Voor de gebouwde omgeving zal dat niet anders zijn. Sociale media hebben daarbij een directe impact op het zelfbeeld. De lat die deze generatie zichzelf daarmee stelt ligt hoog. Het vormt deels een verklaring voor het hoge aantal burnouts en de toenemende aandacht om te werken aan de eigen gezondheid. Fit en vitaal blijven zijn belangrijke waarden voor deze groep. Voor, na, tijdens het werk maakt hen niet uit.”
“Wat je ook ziet is dat remote werken onder deze groep heel populair is. De Gen Z generatie gaat veel meer dan vorige generaties op remote werken. Dat wil zeggen meer op afstand en op eigen gekozen plaatsen en momenten. In de praktijk komt dat er op neer dat deze generatie een beperkt aantal dagen op kantoor doorbrengt. De winst op het inperken van reistijd gebruiken ze om de batterij weer op te laden.”
Op de vraag of er voor toekomstige generaties nog wel gebouwen nodig zijn voor het geven van onderwijs is Laura duidelijk. Ze deed hier geen onderzoek naar. Wel denkt ze dat het niet vol te houden is dat volgende generaties les krijgen op de manier waarop vorige generaties zijn opgeleid. “Meer dan voorheen zal het leren plaatsvinden via online video content. Lekker efficiënt en flexibel. Een Gen Z-er weegt de voor- en nadelen van online en offline werken heel bewust af. Een hoorcollege met een factor 1,25 versneld terug kijken is voor hun effectiever dan dit hoorcollege fysiek bij te wonen”, licht ze toe.
"Meer dan ooit worden gebouwen een fysieke plek voor het leggen van relationele verbindingen"
“Niet alles is echter aan te leren via online leermodules. Sommige vaardigheden vragen om meer 1 op 1 contact en interactie met anderen. Daarvoor blijven plekken van verbinding en ontmoeting nodig. Plekken waar het persoonlijk reflecteren en kritisch denken een plaats heeft. Naast plekken om te kunnen ontmoeten moet er daarnaast ook voldoende ruimte zijn om zonder afgeleid te worden te kunnen werken. De behoefte aan een gerichte focus zal de vraag naar het vrij van prikkels ontwerpen en inrichten van ruimtes doen toenemen.”
Generatie Z heeft een duidelijke voorkeur om dat wat digitaal kan ook vooral digitaal te laten plaatsvinden. Het voorbeeld van het in eigen tempo een hoorcollege kunnen terug luisteren op een moment dat het jou uitkomt geeft dit goed weer. De fysieke ruimte gaat zodoende concurreren met de digitale ruimte. In een ideale wereld versterken beide werelden elkaar. Om bestaansrecht te houden zullen onderwijsorganisaties vanuit het door Laura geschetste perspectief moeten nadenken over de aantrekkelijkheid van faciliteiten rondom het onderwijs. Het vraagt een diversiteit aan plekken en in sfeer. Dit alles in een omgeving die inspireert en motiveert, bij voorkeur met veel groen. Zowel voor het personeel als de leerlingen. Je laten coachen op relationele skills in een 1 op 1 gesprek, werken aan je gezondheid in de sportzaal, bijverdienen vanuit een opdracht met mede studenten. Meer dan ooit worden gebouwen een fysieke plek voor het leggen van relationele verbindingen. Het aangaan van relaties is immers ook niet vervangbaar door Ai. Een werk- en-of leeromgeving die daarbij voldoende aantrekkelijk is draagt op een positieve wijze bij aan de persoonlijke ontwikkeling van huidige en volgende generaties.
Voor een online-video kijkt u op https://m.youtube.com/watch?v=Dzgmy3jX-zE