/ verbindend in maatschappelijk vastgoed
BTR ICSCASE Villa Vrolik Hilversum 039 IMG 915620190416
Onderwijs
Column

De maatschappelijke waarde van onderwijsvastgoed

18 augustus 2026

Hoe realiseren we tijdig voldoende en toekomstbestendige huisvesting voor inclusief onderwijs? En hoe houden we tegelijkertijd de exploitatie gezond? Een complexe uitdaging waarbij we de balans moeten houden tussen renovatie, uitbreiding en nieuwbouw. In mijn tijd als bestuurder in het primair onderwijs hielden deze vragen mij dagelijks bezig.

Chantal Broekhuis

Chantal Broekhuis, Wethouder voor Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik

Vandaag kijk ik als wethouder naar dezelfde opgave vanuit een breder perspectief. Ik zie hoe onderwijshuisvesting raakt aan de ontwikkeling van kinderen, kansengelijkheid, jeugdhulp en de leefbaarheid van wijken. Juist die ervaring, aan meerdere kanten van de tafel, heeft mij geleerd dat onderwijshuisvesting zich ontwikkelt van een huisvestingsvraagstuk naar een maatschappelijke opgave waarin publieke waarde centraal staat.

De opgave begint bij kinderen. Kinderen groeien op in een omgeving waarin onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, welzijn, sport, cultuur, bibliotheken, ouders en de wijk ieder een eigen bijdrage leveren. Hoe beter deze partners samenwerken, hoe groter de kans dat kinderen zich veilig kunnen ontwikkelen en ondersteuning krijgen wanneer dat nodig is. Een kindcentrum vormt steeds vaker de fysieke basis voor die samenwerking.

We realiseren steeds vaker kindcentra waar maatschappelijke partners elkaar ontmoeten en versterken. Het gebouw biedt ruimte aan samenwerking en draagt daarmee bij aan publieke waarde. Kinderen krijgen betere ontwikkelkansen, de kansengelijkheid neemt toe, professionals kunnen eerder samenwerken en signaleren en wijken worden sterker. De maatschappelijke betekenis van vastgoed reikt daarmee veel verder dan de muren van het gebouw.

Het huidige stelsel is vooral ingericht op de huisvesting van afzonderlijke onderwijsvoorzieningen. Zodra meerdere maatschappelijke partners één gebouw gebruiken, ontstaan vragen over eigendom, beheer, financiering, exploitatie en wet- en regelgeving. Dat vraagt om een verdere modernisering van het stelsel en om goede samenwerking tussen alle betrokken partijen.

De vastgoedopgave groeit. De komende jaren vernieuwen we een groot deel van de naoorlogse onderwijsvoorraad. We bouwen voor nieuwe woonwijken en realiseren gebouwen die gezond, flexibel, duurzaam, circulair en klimaatadaptief zijn. Daar komen uitdagingen als netcongestie, stikstof en personeelstekorten bij. De omvang van deze opgave vraagt om een manier van werken die net zo toekomstbestendig is als de gebouwen die we realiseren.

Daarom geloof ik in de landelijke programmatische aanpak. Die aanpak verbindt visie, planvorming, ontwerp, investering, realisatie, beheer en exploitatie. Gemeenten, schoolbesturen, maatschappelijke organisaties en marktpartijen trekken daarin gezamenlijk op, delen kennis en passen standaardisatie toe waar dat helpt. Zo ontstaat samenhang tussen maatschappelijke ambities en de gebouwen die daarvoor nodig zijn. 

Dat vraagt iets van ons allemaal. Van gemeenten, schoolbesturen, maatschappelijke organisaties, ontwerpers, bouwers en het Rijk. Alleen in samenwerking kunnen we deze transformatie succesvol vormgeven. En daar hoort ook een bredere manier van kijken naar investeringen bij.

Financiën blijven vanzelfsprekend belangrijk. Zowel gemeenten als maatschappelijke organisaties ervaren schaarste aan middelen voor de huisvesting van kindvoorzieningen. Dat vraagt om realisme over de financiële opgave, bestuurlijke samenwerking en langjarige investeringen.

In het gesprek over onderwijshuisvesting moeten we echter ook de maatschappelijke opbrengst nadrukkelijk meewegen. De gebouwen die wij vandaag realiseren, maken tientallen jaren deel uit van het leven van kinderen. Iedere investering werkt daarom generaties lang door.

Laten we kindcentra blijven ontwikkelen vanuit de publieke waarde die we samen willen creëren voor kinderen, gezinnen en wijken. Dat vraagt om realisme, slimme samenwerking en de bereidheid om verder te kijken dan de investering van vandaag. Zo bouwen we niet alleen aan toekomstbestendige gebouwen, maar ook aan een samenleving waarin ieder kind de ruimte krijgt om zich optimaal te ontwikkelen.

PL 2

Benieuwd naar Chantal's visie in de praktijk? Op 16 september spreekt zij tijdens de Onderwijsvastgoeddag over wie de rekening betaalt voor toekomstbestendig onderwijsvastgoed en hoe gemeenten, schoolbesturen en het Rijk gezamenlijk verantwoordelijkheid kunnen nemen.