Gemeenten staan voor een stevige opgave. Middelen zijn schaars, en de druk op ruimte en plancapaciteit neemt toe. Tegelijkertijd wordt er hard gewerkt aan plannen: voor onderwijs, sport en maatschappelijk vastgoed. Vaak georganiseerd vanuit verschillende beleidsdomeinen – logisch, gezien de complexiteit en specialisatie.
Wie werkt aan de opgave rondom de onderwijshuisvesting, ziet hoe belangrijk de verbinding met gezondheid, welzijn en kinderopvang is. En wie kijkt naar binnensport, ziet de logische relatie met scholen en andere kindvoorzieningen. Steeds vaker ontstaan hier mooie voorbeelden van samenwerking, waarin functies elkaar versterken en aanwezige ruimte efficiënter wordt benut.
Het instrument om dit te gaan faciliteren is er al: het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Steeds meer gemeenten benutten dit IHP als kans om onderwijs, sport, kinderopvang en (jeugd)zorg met elkaar te verbinden – zowel fysiek als inhoudelijk. Dat vraagt om het benutten van elkaars expertise. De sportprofessional die meedenkt over schoolgebruik. De onderwijsplanner die oog heeft voor bewegen. De kinderopvangpartner die ruimte creëert voor ontwikkeling. De vastgoedprofessional die stuurt op maatschappelijke waarde. En de schoolleider die zijn gebouw ziet als onderdeel van de wijk.
Daar zit de kracht: in het verbinden van perspectieven. Door gezamenlijk op te trekken, ontstaat ruimte voor oplossingen die afzonderlijk niet haalbaar lijken.
Samenwerking tussen kinderopvang en sport laat al jaren zien dat combineren werkt. Op veel plekken delen zij ruimte, stemmen zij gebruik af en bouwen zij aan een gezamenlijke visie op ontwikkeling en bewegen. De uitdaging zit dan ook niet zo zeer in het bedenken van nieuwe concepten, maar in het goed organiseren van gebruik, beheer en samenwerking. Waar dat lukt, ontstaat vanzelf meerwaarde – voor kinderen, voor voorzieningen en voor de wijk.
De paradox die voor ligt blijkt zo een valse tegenstelling: juist in tijden van schaarste ontstaat ruimte voor vernieuwing. Niet door méér integrale plannen te maken, maar door integrale plannen in samenhang te ontwikkelen en uitvoerbaar te maken. Niet de stenen maar de programmering en het dagelijks gebruik vormen er de sleutel tot succes.
De vraag is dan ook niet of de kansen er zijn. De vraag is hoe we ze samen gaan benutten