Eerste ScholenSafari
Schoolbesturen, gemeenten, adviseurs, architecten en bouwers maakten deel uit van het reisgezelschap dat deelnam aan de eerste ScholenSafari naar de Rehobothschool. Een basisschool die in de zomervakantie van 2025 duurzaam is gerenoveerd tot een school die niet onderdoet voor nieuwbouw. Ruime lokalen, veel daglicht, een gezond binnenklimaat en een energieprestatie die niet alleen goed is vanuit oogpunt van de exploitatie maar ook binnen de bestaande stroomaansluiting kon worden gerealiseerd. Het kon allemaal dankzij de DUMAVA subsidie en de keuze voor het MeerSchool concept. Een renovatie-concept dat uitgaat van maximale samenwerking tussen betrokken partijen, bij voorkeur in een daarvoor aangewezen consortium.
Afweging nieuwbouw & renovatie
Vrijwel iedere gemeente staat op dit moment voor dezelfde keuze: gaan we bepaalde scholen uit de jaren ’70 en ’80 vernieuwen door nieuwbouw of gaan we deze gebouwen duurzaam renoveren? Maar hoe maak je nu deze afweging: wat is er nu echt nodig om bestaande scholen klaar te maken voor de toekomst, en hoe regel je de financiering? De MeerSchool aanpak heeft de afgelopen jaren op meerdere plekken laten zien wat de mogelijkheden zijn voor een duurzame schoolrenovatie. Met een bezoek op locatie konden deelnemers zelf zien en ervaren hoe deze aanpak in de praktijk werkt.
Renovatieaanpak middels MeerSchool concept
De Rehobothschool kan gezien worden als een geslaagd voorbeeld van een verouderde basisschool welke in zeer korte tijd is getransformeerd tot een nieuwe school welke weer voor 40 jaar geschikt is voor het geven van onderwijs. Tijdens de ScholenSafari werd opgedane kennis met de MeerSchool aanpak gedeeld. Koudwatervrees blijkt niet langer nodig. Gebruikers zijn ronduit tevreden, en de verkregen gebouwprestaties en eerste financiële resultaten liegen er niet om.
Op zoek naar de Big five
Tijdens de ScholenSafari gingen deelnemers op zoek naar de Big Five: de vijf succesfactoren die de kern van deze aanpak vormen. Denk dan aan de Functionaliteit (kan het onderwijskundig), de Techniek (kan het technisch), de Tijd (kan het snel), de Kosten (kan het financieel) en de Kwaliteit (kan het gegarandeerd worden). De praktijk laat zien dat het kan. Wel vraagt een duurzame renovatie als deze van alle betrokkenen een andere- meer pragmatische en programmatische- werkwijze dan dat de sector traditioneel gezien gewend is. Daarbij moet gedacht worden aan de volgende zaken:
- denken in vraagbundeling over horizon losse projecten heen (vraagbundeling IHP),
- vroegtijdige check op geschiktheid van het casco en vergunningen (duidelijk proces),
- hoogwaardige betrokkenheid gebruikers aan voorkant proces (meenemen in kansen),
- vroegtijdige betrokkenheid marktpartijen (meer ruimte voor conceptuele uitvraag),
- bundeling van geldstromen (gemeente-schoolbestuur-rijk)
- integraal contracteren van betrokken partijen (ontwerp en realisatie in één contract),
- werken met een vast consortium (partijen die samen gaan voor optimaal resultaat),
- sneller besluitvormingsproces (prestatiecontract, garanties, hogere post onvoorzien),
- mee contracteren onderhoud als toegevoegde waarde (geen verplichting),
- slimme keuzes vanuit onderhoudsperspectief (duurzame gevelbeplating),
- vraag gestuurde installatie die reageert op behoefte (continue monitoring per lokaal),
- maximale inzet op luchtdicht isoleren gebouwschil (geen vloerverwarming),
- optimale inzet (geen overdaad) zonnestroom voor koeling (1 paneel per 15 m2 BVO),
- installaties die passen binnen bestaande stroomaansluiting (netbewust ontwerp),
- koste efficiënte aansturing op de bouwplaats (lean-planning met realisatie in 7 weken),
- andere routines van teken- en controle werk (geen dubbelingen),
- continue doorontwikkeling van procesafspraken (standaard maatwerk, prefabricage),
- jaarlijkse gebruiksinstructies van installaties (monitoring comfort en energieverbruik),
- meenemen van mogelijkheden van circulair afschrijven (inzet op restwaarde).
Budget over voor vergroening schoolplein
Al met al heeft de renovatie, van initiatief tot oplevering, een jaar geduurd. Uitvoerende renovatiewerkzaamheden werden in de zomervakantie uitgevoerd. Tijdelijke huisvesting was daardoor niet nodig. Een traditioneel proces voor renovatie of nieuwbouw zou veel meer tijd en kosten hebben gevraagd. Door de hiermee behaalde besparing kon uiteindelijk ook het schoolplein aangepakt worden. Een win-win voor zowel gemeente, school, kinderen, dieren en de natuur.
Kansen DUMAVA goed benutten
Door slim gebruik te maken van de bewezen aanpak van het MeerSchool concept kon de renovatie van de Rehobothschool zonder al te veel specialistische kennis binnen financiële kaders en een kort tijdsbestek gerealiseerd worden. Dit sluit goed aan op het feit dat het bij gemeenten steeds vaker aan capaciteit en kennis ontbreekt. Daardoor is de kans groot dat potentiële projecten blijven liggen, door schuiven in de tijd en daarmee duurder worden dan begroot. Dat is jammer omdat er nu al mogelijkheden zijn om aanspraak te kunnen maken op subsidie waarmee renovatieprojecten op het kwaliteitsniveau van nieuwbouw uitvoerbaar zijn. Het project in Stavenisse vormt het levende bewijs dat de DUMAVA subsidie een versnelde bijdrage kan leveren aan zowel de huisvestingsopgave van het schoolbestuur als de duurzaamheidsdoelen van de gemeente. De gemeente Tholen had zodoende, zonder het zelf te beseffen, de primeur van een opgeleverde duurzame renovatie binnen de 1e tranche van de DUMAVA regeling.
ScholenSafari krijgt vervolg
De ScholenSafari is een samenwerking van MeerSchool met Schooldomein. MeerSchool is een initiatief van RoosRos Architecten, Meerbouw, KOERS en Goodmorrow. Voor een goede kennisuitwisseling zoeken deze partijen de afstemming met het Programma Onderwijshuisvesting. Op basis van getoonde interesse zal er na de zomervakantie een tweede ScholenSafari worden georganiseerd op een centraal gelegen locatie in het land. Wilt u bijtijds geïnformeerd worden over de volgende Safari’s? Stuurt u dan even een mailtje naar: [email protected]
Met WEii score werken aan klimaatdoelen
Het theoretische energiegebruik dat de basis vormt voor het energielabel en de ambitie Energieneutraal (ENG), komt in de praktijk niet één op één overeen met het werkelijke energiegebruik in een onderwijsgebouw. Zowel het energielabel als de invulling van de ambitie ‘Energieneutraal’ gaan over de gebouwkwaliteit en niet over het gebruik van het gebouw zelf. Het daadwerkelijk gebruik en een juiste instelling van installaties afgestemd op dat gebruik, is zo leert de praktijk, bepalend voor het energieverbruik. Zo kan het voorkomen dat gebouwen die op papier voldoen aan dezelfde ambitie van een energieneutraal gebouw, toch een sterk afwijkende energiefactuur ontvangen. De daadwerkelijke energieprestatie heeft daarmee een directe impact op de investeringsbeslissing. Om hier beter op te kunnen sturen wordt door opdrachtgevers steeds vaker de WEii indicator als uitgangspunt genomen. De WEii biedt een waardevolle aanvulling op bestaande methoden voor het meten van energiegebruik in gebouwen. Waar het energielabel zich richt op theoretische prestaties, geeft de WEii inzicht in het daadwerkelijke energiegebruik. Daarmee zijn gebouwen beter onderling te vergelijken in hun energieprestatie.
Meer informatie:
www.MeerSchool.nl (MeerSchool concept)
Lees ook het eerder verschenen eerdere artikel.
www.POHV.nl (Programma Onderwijshuisvesting)
www.rvo.nl/subsidies-financiering/dumava (DUMAVA subsidie)
Met dank aan de specialisten voor hun inhoudelijke bijdrage:
Henk de Gelder (RoosRos Architecten - specialist MeerSchool aanpak)
Jan Anker (Meerbouw - specialist bouw)
Jaap van der Wal (Ruimte-OK - specialist TCO)
Albert Brouwer (INNAX - specialist monitoring energieprestaties)
Mark Boschman (RoosRos Architecten - specialist ontwerp)
Jan Willem van Kasteel (ICS adviseurs - specialist onderzoek)