De nieuwe Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting verplicht gemeenten en schoolbesturen om samen strategische huisvestingsplannen en onderhoudsplannen op te stellen. Dit moet zorgen voor betere, doelmatige schoolgebouwen.
De Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting verplicht gemeenten en schoolbesturen tot een gezamenlijke, langetermijnvisie op schoolgebouwen. Na instemming van de Tweede Kamer, ligt de wet nu bij de Eerste Kamer. Met de wetswijziging worden het Integraal Huisvestingsplan (IHP) en Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wettelijk verankerd om doelmatiger te kunnen plannen, renoveren en investeren in kwalitatief betere scholen. Tijdens de Onderwijsvastgoeddag kijken we met experts uit de sector wat de impact van deze wet is en hoe opdrachtgevers en opdrachtnemers zich hiertoe moeten verhouden.
Meer armslag
Een ander voordeel van de nieuwe wet is dat schoolbesturen in het primair onderwijs meer armslag krijgen. Zij kunnen exploitatieoverschotten voortaan makkelijker investeren in hun huisvesting, wat zorgt voor flexibiliteit en een bredere kijk op de totale eigendomskosten. Hoe dit is te ‘vangen’ in portefeuillestrategieën en uitvoeringsprogramma’s komt in meerdere bijdragen uitgebreid aan bod tijdens de Onderwijsvastgoeddag.
Toch lost de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting het structurele geldprobleem niet op. Door inflatie en stijgende bouwkosten zijn de benodigde jaarlijkse investeringen voor onderwijshuisvesting inmiddels opgelopen tot ruim 1,3 miljard euro. De nieuwe wet zorgt er wel voor dat het geld dat er is veel slimmer wordt besteed. Bovendien moet de wet leiden tot meer synergie op lokaal vlak. De noodzakelijke verduurzaming van schoolgebouwen en het verbeteren van het binnenklimaat kunnen hierdoor planmatiger en efficiënter worden aangepakt.
Van IHP naar uitvoeringsprogramma
Tijdens de Onderwijsvastgoeddag nemen we de nieuwe wet stevig onder de loep. Een planmatige aanpak van onderwijshuisvesting biedt uiteraard mooie kansen, maar goede plannen alleen zijn niet genoeg. Nieuwe wetgeving kan de zorgen over financiën en uitvoeringskracht niet wegnemen en dus is de vertaling van papier naar praktijk, en van IHP naar uitvoeringsprogramma, belangrijker dan ooit.