Er wordt veel geschreven over de zorgtransitie in Nederland. Mensen worden ouder, vaak met meerdere chronische aandoeningen. Dementie en andere langdurige zorgvragen nemen toe. Maar de overbelasting van het zorgsysteem reikt veel verder dan ouderenzorg alleen.
Dat kan en moet anders, denkt Vonk. ‘Veel onderzoek wijst uit dat de leefomgeving vaak zelf medeoorzaak is van ziekte. Sociaal en fysiek ongezonde omgevingen produceren psychische en lichamelijke zorgvragen die nooit volledig medisch op te lossen zijn. De zorg doet dan haar uiterste best, maar behandelt wat buiten het zorgdomein ontstaat.’
Een dubbele transitie
Synchroon zet in haar ontwikkelvisie daarom in op een dubbele transitie: ‘Enerzijds moet professionele zorg veel meer onderdeel worden van het dagelijks leven in buurten en wijken: niet als gesloten systeem, maar als zichtbaar, nabij en toegankelijk netwerk. Anderzijds moeten leefomgevingen zó worden ontwikkeld dat zij gezondheid ondersteunen, in plaats van structureel nieuwe zorgvraag voort te brengen.’
Die twee bewegingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, stelt Vonk. ‘Een buurt kan een bron van gezondheid zijn, met professionele zorg als integraal en ondersteunend onderdeel van de gemeenschap. Maar het omgekeerde is net zo waar: een buurt kan gezondheid ondermijnen, met zorg als noodvoorziening die probeert te herstellen wat de omgeving blijft ontregelen. Wie de zorgtransitie serieus neemt, kan zich dus niet beperken tot het zorgdomein. De echte transitie begint buiten het zorgsysteem, op het niveau van buurten en wijken.’
Bron foto's:
De beelden zijn van Wisselspoor in Utrecht, een voormalig NS-terrein dat wordt ontwikkeld door Synchroon
Zorgvuldigheid en realisme
Zorg als onderdeel van de gemeenschap is inmiddels een dominant narratief in het zorgdebat. Juist daarom is zorgvuldigheid op z’n plaats, benadrukt Vonk. ‘Want nabijheid is niet vanzelfsprekend ‘goed’ en vrijheid is geen absolute waarde. Wat in algemene zin als vooruitgang wordt gepresenteerd, kan in concrete levens ook verlies van samenhang veroorzaken.’
Niet iedere persoon is gebaat bij de levendigheid van een vitale buurt, waarschuwt Vonk. ‘Er zijn situaties waarin mensen beter functioneren in een meer beschutte of overzichtelijke omgeving, met minder prikkels en meer georganiseerde ondersteuning. Begrenzing is voor zo’n persoon eerder een voorwaarde voor hanteerbaarheid en daarmee ontstaat er meer ruimte voor betekenis.’
‘Maar het omgekeerde is ook waar. Er zijn buurten en wijken die de ambulantisering van bijvoorbeeld de geestelijke gezondheidszorg niet kunnen dragen. Daar kan de oproep om zorg ‘in de gemeenschap’ te organiseren de draagkracht van de lokale gemeenschap verder onder druk zetten. Ook in die buurten en wijken is Synchroon actief. Met woningcorporaties en lokale partners werken we volgens de ‘Buurtleven aanpak’ aan het versterken en vitaal maken van gebieden waar die draagkracht onder spanning staat. In deze aanpak worden sociale en fysieke oplossingen voor vraagstukken zoals eenzaamheid, aan elkaar verbonden. Gebiedsgerichte samenwerking tussen zorgorganisaties en maatschappelijke organisaties is hier een wezenlijk onderdeel van.