Wanneer het over circulair bouwen gaat, gaat het gesprek meestal over beton, staal, hout en hergebruik van materialen. Begrijpelijk. Die onderdelen zijn zichtbaar en vormen een belangrijk deel van een gebouw. Maar wie alleen daarnaar kijkt, mist een aanzienlijk deel van het verhaal.
Ook technische installaties hebben impact. Sterker nog: volgens DGBC hebben installaties een steeds groter aandeel in de milieu-impact van nieuwe gebouwen en kan dit aandeel oplopen tot circa 50 procent. Het Rijksvastgoedbedrijf schat dat ongeveer een derde van de milieubelasting afkomstig is van sanitaire, elektrotechnische en klimaatinstallaties. Toch spelen installaties in discussies over circulariteit nog niet altijd een even grote rol als andere gebouwonderdelen. Dat is opvallend, want juist hier liggen kansen om de impact van gebouwen te verlagen.
Veel beslissingen die de toekomstige circulariteit van een gebouw bepalen, worden al vroeg in het proces genomen. Kan een bestaande installatie worden hergebruikt? Is volledige vervanging wel nodig? Kunnen componenten later eenvoudig worden aangepast of vervangen? En hoe voorkom je dat installaties groter of complexer worden dan noodzakelijk?Juist in de ontwerpfase worden de keuzes gemaakt die later bepalend zijn voor materiaalgebruik, levensduur en de mogelijkheden voor toekomstig hergebruik. Toch ontbreekt in de praktijk vaak het inzicht om verschillende opties goed met elkaar te vergelijken. Ambities zijn er genoeg, maar de onderbouwing ontbreekt regelmatig.
"Opdrachtgevers formuleren steeds vaker circulaire doelstellingen. De vervolgvraag is hoe die ambities kunnen worden vertaald naar concrete ontwerpkeuzes. Juist bij installaties is dat niet altijd eenvoudig, omdat de impact van keuzes vaak onvoldoende zichtbaar is", zegt Monique Jansen, consultant circulariteit bij Kuijpers.
Circulariteit vraagt om meer dan een ambitie op papier. Uiteindelijk gaat het om keuzes. Welke maatregelen leveren daadwerkelijk een lagere milieu-impact op? Waar zit de meeste waarde in hergebruik? En welke aanpassingen zijn nodig om prestaties, comfort en circulariteit met elkaar in balans te brengen?Om organisaties daarbij te ondersteunen ontwikkelde Kuijpers CirKu in samenwerking met BCI. De methodiek maakt de circulariteit van technische installaties inzichtelijk en helpt om verschillende ontwerpvarianten met elkaar te vergelijken.
CirKu brengt onder meer de effecten van materiaalgebruik, hergebruik, levensduurverlenging en adaptiviteit in beeld. Door gebruik te maken van gevalideerde data ontstaat een beter onderbouwde basis voor besluitvorming.
Tijdens het DGBC Congres stond de rol van klimaatinstallaties centraal binnen de milieu-impact van gebouwen. Daarbij werd onder meer gekeken naar de vraag hoe circulair installeren verder kan worden opgeschaald zonder concessies te doen aan prestaties en comfort.Die discussie is relevant. Niet alleen omdat installaties een belangrijk aandeel hebben in de milieu-impact van gebouwen, maar ook omdat veel installaties gedurende de levensduur meerdere keren worden aangepast, vervangen of uitgebreid. Dat maakt ze bij uitstek geschikt om circulaire principes toe te passen.
Als sector hebben we inmiddels veel kennis opgebouwd over circulaire materialen en gebouwen. De volgende stap ligt in het beter begrijpen van de rol van installaties binnen diezelfde opgave. Want wie de milieu-impact van gebouwen wil verlagen, kan niet om installaties heen.