/ verbindend in maatschappelijk vastgoed
38 39 Sociale duurzaamheid Vastgoedsturing NR38 2026
Gemeenten
Artikel

Landelijke kaders voor sport- en beweegruimte

8 maart 2026

De druk op de ruimte neemt toe in Nederland en daarmee ook de druk op de ruimte voor bewegen, sporten en spelen. Om toch voldoende en geschikte ruimte voor sport en bewegen te realiseren, ontwikkelt het Mulier Instituut samen met het RIVM een nationale richtlijn voor sportruimte. Deze richtlijn biedt gemeenten een handvat voor ruimtelijke planning en ruimtelijke keuzes.

Björn Schadenberg

Björn Schadenberg, Senior onderzoeker Mulier Instituut

Er zijn groeiende zorgen over de ruimte die in onze dorpen en steden beschikbaar is voor sport en bewegen. Binnensportaccommodaties kennen een hoge bezettingsgraad, wachtlijsten nemen toe en steeds vaker moet sportruimte wijken voor woningbouw. Dat blijkt uit het ‘Jaarrapport Ruimte voor sport en bewegen 2025’ van het Mulier Instituut. Onderzoekers van het instituut waarschuwen dat gemeenten het belang van goede sport- en beweegvoorzieningen niet uit het oog mogen verliezen.

‘Zonder extra inzet neemt de beschikbare ruimte af, wat kan leiden tot extra wachtlijsten’, stelt Björn Schadenberg, senior onderzoeker bij het Mulier Instituut. ‘Om voldoende aanbod te blijven houden en in lijn te laten blijven met de bevolkingsgroei is er extra aandacht en geld nodig. Sport en bewegen moeten bij gebiedsontwikkeling niet vergeten worden.’

Quote icoon

De openbare ruimte speelt een steeds belangrijkere rol in ons beweeggedrag

Sport foto

Uitdagingen in sportland

Volgens de onderzoekers van het Mulier Instituut is er niet alleen extra ruimte nodig, maar liggen er ook forse uitdagingen bij de ruimte die er al is. Schadenberg: ‘We vragen steeds meer van onze sportaccommodaties. Ze moeten meer toegankelijk en duurzaam worden. Zo moet iedereen gebruik kunnen maken van een accommodatie. En moeten de accommodaties ook een rol spelen in de wateropvang, energieopwekking of behoud van biodiversiteit. Al die ambities vragen ook om extra aandacht en geld.’

Los van de vierkante meters, de bakstenen en de grassprieten liggen er volgens Schadenberg nog veel meer uitdagingen in sportland. Zeker met de woningbouwplannen in de grote steden. ‘Er liggen allerlei vraagstukken. Vandaar dat het goed is om te kijken naar wat er al is en hoe dat wordt gebruikt. In ons jaarlijkse rapport Ruimte voor sport en bewegen bundelen we de nieuwste data en kennis rond dit thema. Dat geeft sportbeleidsmedewerkers de nieuwste inzichten in trends en ontwikkelingen en brengt de uitdagingen helder in beeld.’

Sturing op beleid

Nog dit jaar presenteren het Mulier Instituut en het RIVM een advies voor een nationale richtlijn voor sport- en beweegruimte. Kernpunten van de richtlijn zijn sturing op beschikbare ruimte in gemeenten, optimalisatie van accommodaties en het inrichten van een beweegvriendelijke openbare ruimte. Schadenberg: ‘Deze richtlijn is een aanvulling op de vuistregels voor een beweegvriendelijke omgeving die onlangs zijn gepresenteerd door het RIVM. Samen bieden ze gemeenten extra sturingsinformatie om sport en bewegen op te nemen in ruimtelijke plannen.’

Schaatsbaan

In de vuistregels staat onder andere vermeld welke cruciale voorzieningen binnen een straal van 1500 meter te vinden moeten zijn. Een ander belangrijke regel is dat minimaal 25 procent van de openbare ruimte primair bedoeld moet zijn voor bewegen, spelen en sporten. Schadenberg: ‘De openbare ruimte speelt een steeds belangrijkere rol in ons beweeggedrag. Zo zijn mensen meer individueel gaan sporten. Ze doen aan hardlopen, wielrennen en mountainbiken. Gemeenten kunnen dat in de openbare ruimte op een goede manier faciliteren. De vuistregels helpen hierbij.’

Ruimtelijke ordening

Schadenberg en zijn collega’s zien dat er steeds vaker een koppeling is tussen sport en bewegen en ruimtelijke ordening. ‘Het thema beweegvriendelijke omgeving leeft onder beleidsmakers van verschillende domeinen. Dat zien we ook steeds vaker terug in beleidsstukken. Een goede ontwikkeling, maar het is hierbij wel belangrijk dat we alle data goed in beeld hebben. Helaas is er bijvoorbeeld nog slecht zicht op de toegankelijkheid van sportaccommodaties.’

Uiterlijk 2030 moet de toegankelijkheid van alle sportaccommodaties in beeld zijn, stelt de onderzoeker van het Mulier Instituut. En daarvoor is volgens hem nog een hoop werk te doen. ‘Beleid en regelgeving over toegankelijkheid voor mensen met een beperking is nu nog erg versnipperd. En deze is zelden concreet of verplicht. Nog lang niet alle sportaccommodaties zijn hierdoor toegankelijk voor iedereen.’

Warming up

Lokale context

De nieuwe richtlijn voor sport- en beweegruimte moet gemeenten helpen om het sport- en beweegbeleid en sportaccommodatiebeleid nog beter in te richten. Schadenberg: ‘In dit verhaal moet uiteraard ook de lokale context worden meegenomen. Sportvoorkeuren en trends in bepaalde regio’s moeten goed in beeld zijn, zodat hierop ingespeeld kan worden. Gemeenten moeten echt integraal kijken naar de opgaven en plannen voor sport en bewegen bijvoorbeeld vastleggen in IHP’s. Dat geeft richting en continuïteit aan het beleid.’

De hardware is hierbij slechts één van de knoppen waaraan gedraaid kan worden, stelt Schadenberg. ‘De kwaliteit en toegankelijkheid van accommodaties is belangrijk, maar we moeten ook kijken naar de software en de orgware. Hoe kunnen we de bestaande accommodaties beter benutten? En hoe kunnen we de accommodaties anders inzetten om ook de mensen die nu nog niet sporten te bereiken? De nieuwe richtlijn, die nog dit jaar gepresenteerd wordt, moet er in ieder geval voor zorgen dat sport en bewegen voldoende aan tafel komt bij bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling.’