Alleen, maar niet eenzaam

| Door IVVD

Hoe kan vastgoed helpen om eenzaamheid te verminderen bij het in de toekomst alleen maar toenemende aantal alleenstaanden? Tijdens een rondetafelgesprek wisselen belegger Syntrus Achmea, zorgverzekeraar Zilveren Kruis, woningbouwcorporatie Ymere en architectenbureau Juli Ontwerp van gedachten.

PDF van de verkorte versie van het gesprek

De analyses van het RIVM zijn duidelijk: het aantal alleenwonenden zal toenemen en daarmee ook de eenzaamheid. Nu al voelt 50 procent van de bevolking zich een paar keer per week eenzaam. 10 procent is zelfs ernstig eenzaam, weet Jos Sentel, verantwoordelijk voor Strategie, Research en Innovatie bij belegger Syntrus Achmea. “Het leven is zwaar als je eenzaam bent”, zegt Joke Hartmans, adviseur Strategie en Business Development bij zorgverzekeraar Zilveren Kruis. “We weten dat eenzaamheid uiteindelijk leidt tot een hogere zorgvraag en zelfs tot een lagere levensverwachting dan wanneer iemand lekker in zijn vel zit en voldoende sociale contacten heeft. Daarbij is het risico dat alleen wonen ook leidt tot eenzaamheid groter bij senioren om praktische redenen zoals dat mensen logischerwijs stoppen met werken als ze met pensioen gaan en op latere leeftijd lichamelijk vaker minder mobiel zijn.” Zonder sociaal netwerk kunnen mensen problemen niet meer zelf oplossen, vult Irene Ponec conceptontwikkelaar bij woningbouwcorporatie Ymere, aan. “Het voelt wel heel naar als je bijvoorbeeld door je enkel gaat en er niemand even boodschappen voor je kan doen.”

“Door dingen te delen, ontmoet je elkaar” – Pim van der Ven, architectenbureau Juli Ontwerp

Plekken voor verbinding
Dat steeds meer mensen alleen wonen, is een gegeven. Van degenen die op Woningnet een huurwoning zoeken, is tweederde alleenstaand. Volgens Ponec ligt eenzaamheid dan op de loer, ook onder jongeren. Onze opdracht is om een woonomgeving te bieden die bijdraagt aan het voorkomen daarvan.” Pim van der Ven, eigenaar van architectenbureau Juli Ontwerp, kiest voor een positieve insteek en richt zich op geluk en gezondheid van gebruikers. “Als je alleen bent, kun je best gelukkig zijn. Eenzaamheid is wel een valkuil. Anonimiteit is het risico. “Bij het ontwerpen van gebouwen kun je nadrukkelijk sturen op plekken voor verbinding. Achter de voordeur kun je alleen zijn, op straat anoniem en daartussen in maak je een gebied waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten.”

Juiste mix
In goede, gezonde steden zit volgens hem een juiste mix van dichtheid, diversiteit en nabijheid, waardoor mensen gemakkelijk met elkaar in verbinding komen. “Ik woon zelf op de Wilhelminapier in Rotterdam, een sterk verstedelijkt stukje van Nederland. Na 20 jaar zit er eindelijk één koffiehoek met een terrasje. Verder is er nauwelijks publiek leven. Het gaat juist om ruimtes waar ik mijn buren kan ontmoeten. Dat kan ook een plek zijn waar ik een tuintje kan maken, iets individueels kan doen en daarover met mijn buurman over in gesprek raak.” Zijn woongebouw heeft een zwembad, een fitness en een sauna. “Door dingen te delen, ontmoet je elkaar. Mijn gebouw is een soort dorpje geworden.” Voor sociale huurders is dat echter onbereikbaar. De meeste huurders van Ymere hebben geen geld om dagelijks koffie te bestellen in een leuk koffietentje. Ponec pleit voor meer publieke gebouwen waar rijk en arm in een mooie omgeving kunnen verblijven. “Bibliotheken zijn zich aan het transformeren. Ik heb daar in Finland een mooi voorbeeld van gezien, dat was echt een ontmoetingsplek. Een publiek park met een dak erop. Er zijn werkplekken en horecavoorzieningen. Er is computerles voor ouderen, je kan leren 3D-printen, er is naailes.”
Ze verwijst naar een artikel in De Architect waarin Juliette Bekkering stelt dat we al die publieke gebouwen steeds meer uitkleden. “Wat zeggen we daarmee als samenleving? Mensen met geld kunnen een prettige omgeving met fitness en zwembad voor zichzelf organiseren, maar als je gewoon een mbo-opleiding zorg doet, dan zoek je het maar uit. Dat vind ik raar.” Het is echter geen taak voor de woningcorporatie, vindt ze. Ze mogen het ook niet meer. “Wij moeten gewoon woningen maken voor mensen met weinig inkomen.”

“Het is belangrijk om ons meer verdiepen in de huurders of de beoogde huurders” – Jos Sentel, Syntrus Achmea

Tetris
Ook Jos Sentel ging met een team van Ymere op werkbezoek naar het vaak koude en donkere Finland. Daar inspireerde een wooncomplex voor studenten, starters, ouderen en middenhuur hem. “Er was een gemeenschappelijke benedenverdieping, een community manager die zag dat een oudere bijna niet buitenkwam en studenten activeerde om diegene af en toe op te zoeken. Ik wil ‘happy accidents’ creëren, een term die de projectontwikkelaar gebruikte. Dat is niets anders dan mogelijk maken dat mensen elkaar tegenkomen. Soms moet je buiten de lijntjes durven kleuren om problemen op te lossen.” We moeten anders nadenken over wat een gebouw nou eigenlijk is. Het is geen Excel-sheet of een stapeling van functionaliteiten, het lijkt juist meer en meer op Tetris. “Hoe plaatsen we die puzzelstukjes in elkaar om een mix van programma goed te laten functioneren en sociale processen mogelijk te maken.”

Otnmoetingsplekken
In een gebouw voor ouderen in de Pijp kleedde Ymere een grote open hal mooi aan en liet hem verder leeg. Dat kostte niet veel geld. Op een gegeven moment zijn de bewoners dat gaan inrichten en nu is er is elke week koffie voor de buurt en organiseren ze filmavonden. Ponec: “Je moet dan wel geduld hebben, het duurt even voordat ze wat met die ruimte gaan doen.” Ymere heeft in kaart gebracht bij wie eenzaamheid het meest voorkomt. Mensen met een beperking of gezondheidsproblemen vormen de grootste groep. Daarnaast zijn er niet-westerse migranten, gescheiden mensen en weduwen en weduwnaars. Er is ook een groot verschil tussen lager- en hogeropgeleiden. De eerste groep is vaker eenzaam. Door ontmoetingsplekken te faciliteren zouden die groepen elkaar kunnen helpen. “Daarom maken we een gemeenschappelijke tuin of een dakterras, of een hal met wat meer ruimte, zoals bijvoorbeeld bij het project Eenhoorn in Amsterdam-Oost”, vertelt Ponec.

“Zonder sociaal netwerk kunnen mensen problemen niet meer zelf oplossen” – Irene Ponec, Ymere

Simpel en goedkoop
Het boek Stadsveteranen van heren 5 architecten staat vol simpele tips, vervolgt ze. Maak de galerij op plekken breder en plaats bijvoorbeeld het aanrecht voor het raam van de galerij. “Normaal is daar een slaapkamer. Als mensen in de keuken staan, is er ontmoeting als er iemand langsloopt. Zo was er een vrouw die iedere dag voorbijkwam om de krant te halen, en toen ze een keer niet langskwam, dachten de buren: misschien is er iets aan de hand.” Het tv-programma Proef eenzaamheid is volgens Sentel casuïstiek waarvan we allemaal kennis moeten hebben. “Het snijdt recht door je ziel. In een aflevering bewoog een vrouw elke dag de gordijnen om de buurt te laten zien dat ze nog leefde. Dat is echt de omgekeerde wereld.” Met een keuken aan de straatkant zou dat al heel anders zijn. “Je kunt die negatieve spiraal met kleine dingen doorbreken.” Dat hoeft volgens Van der Ven helemaal niet veel geld te kosten. “Ik geloof enorm in veranda’s en stoepjes. In Utrecht hebben we sociale huurwoningen gemaakt, ook met de keuken aan de straatkant, met een stoepje en een plantenbak voor de deur. Mensen eigenen zich dat toe en vormen daar nu een kleine gemeenschap, simpelweg omdat ze buiten zitten en elkaar aanspreken.”

Omdenken
Verander de omgeving, dan verandert de mens, knikt Hartmans. “Ik was laatst bij een thuiszorgorganisatie die gestopt is met eten bij mensen thuis te brengen, maar nu de mensen zelf ophaalt, zodat ze samen kunnen eten. Dat heeft ontzettend veel effect. Het is ook gewoon op een andere manier denken.” Ze breekt een lans voor meer samenwerking tussen verschillende partijen. “Bij eenzaamheid wordt nu al snel naar de gemeente gewezen, als verantwoordelijke voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Die regelt wel ergens een biljart- of ontmoetingsplek. Dat vind ik onterecht. Het zou mooi zijn als we het uit die hoek kunnen weghalen en het met een bredere coalitie van woningbouwcorporaties, vastgoedontwikkelaars en zorgverzekeraars kunnen aanpakken. Daar is wel een cultuuromslag voor nodig.”

“We weten dat eenzaamheid uiteindelijk leidt tot een hogere zorgvraag en zelfs een lagere levensverwachting” – Joke Hartmans, Zilveren Kruis

Klanten
Zilveren Kruis denkt ook verder. “We willen niet alleen naar de lichamelijke en geestelijke gezondheid kijken, de woonomgeving en de leefomgeving zijn ook een belangrijke factor. We participeren bijvoorbeeld in On(t)roerend Goed. Zij ontwikkelen sociale woonconcepten op doelgroepniveau en dan pas wordt het gebouw aangepast of ingericht. “We moeten ons veel meer verdiepen in voor wie we het nou doen en wat de behoeften van de klanten zijn”, vindt Sentel. “Daarna kijk je pas naar hoe je dat kunt vertalen naar vastgoed, naar gebieden, naar openbare ruimte.” Zilveren Kruis en Syntrus Achmea werken samen aan Sint Jacob, een compleet nieuw zorgcomplex op de plek van het oude Sint Jacob, tegenover Artis. Hierin wordt voortgeborduurd op de lessen die zijn geleerd uit het Amsterdamse woonzorg-centrum De Makroon, opgeleverd in 2015. Het nieuwe Sint Jacob gaat over toekomstbestendig wonen, dus leven tot het einde. Volgens Sentel zijn er ook bepaalde doelgroepen die zeggen: “Ik wil nog met mijn rollator in de tram naar het Concertgebouw kunnen gaan.”

Impact beleggen
Volgens Ponec kunnen we best wat leren van hoe het in de loop der jaren voor studenten is georganiseerd. Er is van alles bedacht om te voorkomen dat studenten zich eenzaam voelen in een nieuwe omgeving. “Hoe organiseren we dat voor ouderen? Je ziet al wel collectieven ontstaan die dan samen een woongroep starten en zelf een gebouw oprichten.” Een zekere gelijkgestemdheid is inderdaad een goede basis om eenzaamheid te voorkomen, knikt Sentel. “Mensen hoeven niet allemaal dezelfde levensstijl te hebben, het kan van jong tot oud gaan, of van arm tot rijk. Daarom moeten we ook veel meer kijken voor wie we dit nou doen. Dat past goed bij de huidige aandacht voor impact beleggen of maatschappelijk verantwoord ondernemen. Toch zijn wat hij ‘collateral benefits van investeren in vastgoed’ noemt, volgens hem nog te onbekend.

Syntrus Achmea wil een toekomstbestendige, veilige en gezonde leefomgeving bewerkstelligen en daar als vastgoedbelegger nadrukkelijk een rol in spelen, vertelt Sentel. “Wij willen veel meer nadenken over welke objecten en gebouwen we nu willen en ons als betrokken opdrachtgever richting projectontwikkelaars opstellen. Na ‘mobility as a service’ zou ‘living as a service’ de volgende stap kunnen zijn. Dan verhuur je geen vierkante meters maar lever je een dienst en kun je een bewoner in de verschillende fases van zijn leven huisvesten. We hebben meer dan 600 complexen dwars door het hele land, dus dat is interessant. Als we teruggaan naar eenzaamheid, dan hoort bij ‘living as a service’ ook het sociale aspect. Daarom is het ook zo belangrijk om ons meer verdiepen in de huurders of de beoogde huurders.”