Scholieren en hockeyers gaan sporten in blaashal

| Door Odette Koldewey

Sportaccommodaties

De gemeente Overbetuwe, twee scholen en hockeyclub HCOB willen met een opblaasbare sporthal het tekort aan binnensportmogelijkheden in de wintermaanden oplossen.

Een luchthal, ook wel ballonhal, blaashal of opblaashal genoemd, biedt een perfecte oplossing voor activiteiten die niet het gehele jaar in de buitenlucht kunnen worden beoefend. © PolyNed Textiel architectuur

HCOB, een relatief jonge hockeyclub in Elst, is al een tijdje bezig de mogelijkheden voor een hal op het eigen terrein te onderzoeken. ‘s Winters lopen ze namelijk tegen een gebrek aan beschikbare zalen aan. Doordat ze gedwongen zijn uit te wijken naar andere gemeentes, moeten leden langer reizen dan wenselijk is, wat de animo voor de zaalhockeycompetitie niet ten goede komt. ‘Eigenlijk is het doel van zowel de club als de gemeente dat spelers op eigen gelegenheid naar de trainingen en wedstrijden kunnen komen’, vertelt voorzitter Sjoukje ten Broeke. Door de afstand moeten ouders nu toch halen en brengen.

Bewegingsonderwijs
Op de langere termijn is een vaste hal goedkoper, maar de gemeente heeft zelf plannen voor een nieuw sportcentrum waar de hockeyclub op termijn gebruik van kan maken. Een blaashal is een goed maar kostbaar alternatief. Het gaat om zo’n vier ton. Er ontstaat een nieuwe situatie als de gemeente door de groei van het aantal leerlingen op Het Westeraam en Lyceum Elst zelf op zoek moet naar extra voorzieningen voor bewegingsonderwijs. Ten Broeke: ‘De gemeente belde ons met de vraag of we niet samen met de scholen wilden onderzoeken of een blaashal op ons terrein een optie was. Toen werd het natuurlijk een heel ander businessplan.’

Maatschappelijke verantwoordelijkheid
De leerlingen van deze scholen maken in de zomermaanden al gebruik van de hockeyvelden, dus de samenwerking was logisch. ‘Het biedt ook voordelen. Het is ontzettend leuk om trainers uit te wisselen en clinics te organiseren. Ik hoop dat de blaashal een plek is die zorgt voor ontmoeting.’ HCOB vindt het namelijk belangrijk dat het terrein en het clubhuis ook worden gebruikt als er niet wordt getraind. Zo maakt er ook een sport-BSO gebruik van de faciliteiten van de club. ‘Dat vinden wij erbij horen, je hebt ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het levert ons natuurlijk ook wat op, het is altijd win-win.’

Professioneler
De drie partijen hebben samen een plan uitgewerkt. De hockeyclub koopt de blaashal met een lening, de gemeente heeft geld gereserveerd om de exploitatie te betalen en de scholen betalen de energiekosten. Het wachten is nu op de vergunning; wordt die goedgekeurd of niet. Dat is mede afhankelijk van omwonenden. De club heeft ze gaandeweg goed op de hoogte gehouden, maar ze zouden bezwaar kunnen aantekenen. Alles bij elkaar is het een arbeidsintensief traject, zeker als je bedenkt dat HCOB een vrijwilligersorganisatie is. Maar Ten Broeke vindt dat het de moeite waard is. ‘De club wordt er professioneler van en we kunnen serieuzer meedoen in de zaalhockeycompetitie. Bovendien maken de leerlingen van de scholen kennis met onze club.’