Welke maatregelen moet u nu al nemen?

| Door Odette Koldewey

CO2 voetprint

De energietransitie is een vast element in het assetmanagement van gebouwen geworden. De portefeuilleplanning moet er geheel op ingericht worden. Voor elk bestaand gebouw zijn er eisen waaraan moet worden voldaan, bijvoorbeeld bij renovatie, verbouw of bij dagelijks gebruik van het gebouw.

In het Klimaatakkoord van 2019 is vastgelegd dat in 2050 gebouwen nog maar 5% CO2 mogen uitstoten ten opzichte van 1990. Om deze zeer forse vermindering te behalen moet het gebruik van fossiele brandstoffen door (utiliteits)gebouwen vergaand worden gereduceerd. De overheid beschikt over drie typen instrumenten om deze energietransitie te realiseren:
• de wortel (financiële en economische instrumenten)
• de preek (voorlichting en educatie)
• de stok (wet- en regelgeving + handhaving)
We bespreken ‘de spreekwoordelijke stok’. Welke energiebesparende maatregelen moet u nu al nemen?

De eerste energieprestatie-eis
Maar eerst een kleine vijftig jaar terug in de tijd. Het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen is een maatschappelijk thema sinds de publicatie in 1972 van het rapport The Limits to Growth van de Club van Rome en de oliecrisis die snel daarop volgde. (De wat oudere lezers onder ons zullen zich vast nog de reclames in bushokjes kunnen herinneren met hierop de aarde uitgebeeld als een brandende kaars.) Met de groeiende bewustwording dat de mogelijkheden van Moeder Aarde niet onbegrensd zijn, werd in 1995 voor het eerst een energieprestatie-eis voor nieuwbouw geïntroduceerd. Deze EPC-eis maakte vanaf van dat jaar onderdeel uit van een bouwaanvraag.

In 2008 werd een eerste stap gemaakt naar regelgeving voor energiereductie in de bestaande bouw. Destijds werd in Europees verband het energielabel geïntroduceerd, wat sindsdien verplicht is bij verhuur en verkoop van gebouwen die ouder zijn dan tien jaar. Het label geeft het gebouwgebonden energieverbruik weer op basis van gestandaardiseerd gebruik. In de beginjaren was er nog geen sanctie bij het ontbreken van een energielabel. Dat veranderde in 2014. Vanaf toen volgde er een sanctie bij het niet voldoen aan de wetgeving.

In 2023 energieprestatie-eis voor bestaande bouw
Het is goed om te beseffen dat er anno 2021, ondanks de verplichtingen rondom het energielabel, voor bestaande gebouwen nog géén energieprestatie-eis bestaat. In 2023 gaat dit veranderen. Dan komt er een label C-verplichting voor kantoren. Gebouwen die niet aan deze eis voldoen mogen niet meer gebruikt worden als kantoor. Deze verplichting geldt overigens niet voor monumenten, wanneer meer dan 50% van het gebruiksoppervlak van een gebouw geen kantoorfunctie heeft of wanneer het totaal aan kantoor- en nevenfuncties minder dan 100 m2 is.

Albert Hulshoff, technisch directeur Fit Our Future

‘U bent verplicht om minimaal eens in de vier jaar een technische keuring te laten uitvoeren’

Nieuwe labelsystematiek per 1 januari 2021
Alle (nieuwe) energielabels worden vanaf 1 januari 2021 bepaald aan de hand van de energieprestatie-indicator ‘primair fossiel energiegebruik’, uitgedrukt in kilowattuur per vierkante meter per jaar (kWh/m2 jr). Voor kantoren geldt vanaf 2023 een label C-verplichting. Uitgedrukt in de nieuwe labelsystematiek betekent dit dat een kantoor per jaar maximaal 235 kWh per vierkante meter aan fossiele energie mag verbruiken. Om een label C-kantoor Paris proof te maken in 2050 dient het energieverbruik vervolgens met 80% te worden gereduceerd, naar 50 kWh per vierkante meter per jaar. Om CO2-neutraal te zijn moet deze energie dan wel duurzaam opgewekt zijn.

Naast de kantoren is er nu nog geen zicht op uitbreiding van een dergelijke label-eis naar andere sectoren. In het Klimaatakkoord is wel vastgelegd dat er een evaluatie zal plaatsvinden in 2025. Dan zal worden bekeken of met de bestaande instrumenten voldoende voortgang wordt geboekt voor allereerst het behalen van het tussendoel van 49% CO2-reductie in 2030.

In het Klimaatakkoord is dit als volgt verwoord:
Als uit deze evaluatie blijkt dat de resultaten voor bestaande utiliteitsbouw achterblijven, wordt het streefdoel voor 2030 voor verschillende gebouwcategorieën in dialoog met de sectoren alsnog omgezet in dwingende normering.

Vrij vertaald, pas in 2030 is er kans dat naast de kantorensector ook een labelverplichting komt voor andere sectoren.

Wat moet u nog meer?
Hiermee is uiteraard niet het hele verhaal verteld wat betreft de wet- en regelgeving voor energiebesparing in de bestaande bouw. Zo bent u verplicht om minimaal eens in de vier jaar een technische keuring te laten uitvoeren van verwarmings- en aircosystemen met een nominaal vermogen van minimaal 70 kW. Wat is nog meer verplicht?

Energiebesparingsplicht
De langst lopende besparingsverplichting (sinds 1993) is het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze maatregel geldt voor bedrijven en instellingen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalenten) per jaar verbruiken en verplicht tot het treffen van alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of korter.

Toezicht op de naleving van deze maatregel ligt bij de omgevingsdiensten. Sinds medio 2019 is ook de Informatieplicht Energiebesparing van kracht. Het verplicht bedrijven en instellingen die onder het Activiteitenbesluit vallen te rapporteren welke energiebesparende maatregelen er zijn genomen.

BENG-eisen voor nieuwbouw
Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Deze zogenaamde BENG-eisen worden vastgesteld aan de hand van:
1. maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
2. maximaal primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
3. minimaal aandeel hernieuwbare energie in procenten
Deze eisen zijn ook van toepassing op een ingrijpende renovatie!

Aanbevelingen op energielabel opvolgen (overheidsgebouwen)
Als onderdeel van de wetgeving rondom het energielabel is een overheidsinstantie, als eigenaar van een gebouw of een gedeelte daarvan waarvoor een energielabel is afgegeven, verplicht om binnen tien jaar alle aanbevelingen op te volgen die op het label staan vermeld.

Nieuwbouweisen bij ingrijpende renovatie
Als een bestaand gebouw ingrijpend wordt gerenoveerd gelden de nieuwbouweisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Zie ook de kadertekst over BENG-eisen. Er is sprake van een ingrijpende renovatie wanneer meer dan 25% van de oppervlakte van de gebouwschil wordt veranderd of vergroot.

Minimumeisen bij verbouw
Bij verbouw, wat niet valt onder de definitie van ingrijpende renovatie, zijn er minimale eisen voor thermische isolatie van vloer, gevel en daken. Ook gelden er minimale eisen voor de technische installaties (voor genoemde minimale eisen zie RVO.nl en zoek op Energieprestatie-eisen bij verbouw en renovatie).

Laadpalen op parkeerplaatsen verplicht
Sinds 2020 kent het Bouwbesluit (wellicht verrassend) een hoofdstuk over laadinfrastructuur voor elektrisch voertuigen. Hoe ziet de verplichting eruit? Bij gebouwen met meer dan 10 parkeerplaatsen dient minimaal 1 oplaadpunt voor de hele parkeergelegenheid aanwezig te zijn. Ook moet er leidinginfrastructuur (loze leidingen) worden aangelegd voor 1 op de 5 parkeervakken. Deze verplichting geldt voor nieuwbouw en bestaande utiliteitsgebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd. Vanaf 2025 moet bij ieder utiliteitsgebouw minimaal één laadpaal staan als het gebouw meer dan 20 parkeerplaatsen telt. (Kijk voor meer informatie op de website van RVO en zoek op laadinfrastructuur elektrisch vervoer).

Tempo emissiereductie moet verdubbelen
De meest recente Klimaat- en Energieverkenning van het PBL bewijst wederom de noodzaak om een versnelling aan te brengen in de CO2-reductie in de gebouwde omgeving. Het tempo van de emissiereductie moet in de komende tien jaar verdubbelen, wil Nederland de doelstelling van 49% CO2-reductie in 2030 realiseren. Daarbij komt dat Nederland voornemens is de aangescherpte Europese CO2-reductiedoelstelling van 55% te onderschrijven. De vraag is of het huidige pakket aan maatregelen volstaat. Het komend kabinet gaat deze vraag beantwoorden.

Streefdoel 2030 en eindnorm 2050
Uit Klimaatakkoord – notitie Verduurzaming bestaande utiliteitsbouw: Om de landelijke doelstelling van 50% CO2-reductie in 2030 te halen, is een additionele reductieopgave van 1 Megaton CO2 nodig in de bestaande utiliteitsbouw. Deze reductieopgave wordt vertaald in een concreet streefdoel voor bestaande utiliteitsbouw (commercieel en maatschappelijk vastgoed).

Het streefdoel voor 2030 en de eindnorm voor 2050 worden bepaald door het Rijk in overleg met de sectorale koepels en bevoegde gezagsorganen. De voortgang richting het streefdoel voor 2030 en de eindnorm voor 2050 worden gemonitord en elke vier jaar geëvalueerd.